Khalid Amakran

‘In het begin wil ik wel alle weekends naar huis’

‘Ik klink Limburgs en ik voel me Limburgs maar ik ben het niet. Mijn moeder komt uit Friesland, mijn vader uit Voorburg. Ik versta Limburgs maar omdat we het thuis niet spreken kan ik er niet in praten. Het voelt niet natuurlijk om het te spreken, wel om het te horen. Fries kan ik ook verstaan. Als mijn pake en beppe bellen is ineens alles Fries. Mijn moeder wilde ons eerst half Friestalig opvoeden, maar dat is niet gelukt.

„Ik speel trompet in de fanfare. Dat heeft een wat stoffig, oud imago maar wij hebben een heel jonge fanfare. We hebben een meisje en een jongen van 14, én mensen van in de zeventig. Een van hen is mijn trompetcollega, wij spelen meestal dezelfde partij. Het is héél gezellig, ik heb daar echt mijn plekje gevonden.

„Thuis zijn we allemaal atheïst, met de vereniging moeten we af en toe naar de kerk. Met kerst, met communies. In groep 4 doe je communie. Ik deed dat niet, de meeste klasgenoten wel. Daar kreeg je lessen over, ook al zat ik op een openbare school.

Angststoornis

„Als ik slaag voor mijn eindexamen ga ik pedagogische wetenschappen studeren. Eerst wilde ik psychologie doen. Toen ik een jaar of tien was heb ik een angststoornis ontwikkeld en ben ik naar een psycholoog geweest. Die heeft mij zo goed geholpen dat ik dacht: dat wil ik ook. Maar op de open dag viel dat toch wat tegen. Bij pedagogische wetenschappen dacht ik meteen: dit is wat ik eigenlijk altijd al wilde doen.

„Ik ga studeren in Nijmegen, dat is ruim twee uur met het openbaar vervoer. Stein is een kleine stad. Om dan gelijk naar Utrecht of Amsterdam te gaan vond ik zo’n grote stap. Amsterdam, dat is echt een metropool. Alles ligt zo ver uit elkaar. Ik wil in het begin ook wel alle weekends naar huis.

Khalid Amakran - Jong - Emma
Khalid Amakran
Khalid Amakran - Jong - Emma

„Afgelopen jaar kampten twee goede vriendinnen met depressie, ook mijn beste vriendin. Een tijdje was ik de enige die wist hoe het met haar ging. Daar heeft school wel onder geleden. Maar ik dacht: vriendinnen gaan voor.

„Het wordt moeilijk om mijn beste vriendin achter te laten. Met oud en nieuw heb ik daar hard om moeten huilen. We zijn al veertien jaar vriendinnen. Toen ik jarig was had ze een poster gemaakt met alle klassenfoto’s tot nu toe. Daar staan we samen op. Dit jaar zou ze er niet op staan omdat ze is blijven zitten. Maar we hebben haar toch erbij gesmokkeld.”