Column

Hét thema

‘En vanavond debatteren we over hét thema van de komende verkiezingen…”

Rotterdam had alleen deze week al drie debatavonden over hét thema. Amsterdam liet er zelfs de landelijke fractievoorzitters voor opdraven. Hét thema was uiteraard: de armoede. Eén op de zes mensen in die grote steden leeft onder de armoedegrens.

„…identiteit en integratie!”

Toe maar. Twintig jaar kletsen over Wie We Nu Eigenlijk Zijn, en dan geschokt zijn over de kloof tussen burger en politiek.

„Welnee, dit thema houdt de gewone mens juist bezig! Kijk naar de kijkcijfers, en de reacties op social media!” Zou het? Elke stukjesschrijver of twitteraar weet dat je meer beroering wekt als je over racisme, homofobie, religie of gender schrijft dan over armoedecijfers. Het is zowel dankbaarder als gemakkelijker om daar lollige, provocerende of verontwaardigde standpunten over te spuien.

Op dezelfde manier kunnen politici zich zo tamelijk probleemloos profileren, zonder zich op echte beleidsterreinen te hoeven wagen. En zolang we stemmen zoals we vroeger een abonnement op een televisiegids namen, blijft de politiek een lonend podium voor kleine nieuwkomers die kunnen rekenen op onevenredig veel aandacht door de bijzaak van de identiteit tot programmahart te promoveren. En zo blijven politici, media en publiek elkaar in een verstijfde greep houden, en steeds meer lucht in de zeepbel blazen die niemand als eerste stuk durft te prikken.

Terwijl de meesten ergens wel aanvoelen dat dit onderwerp vrij weinig bij verkiezingen te zoeken heeft. De Amsterdamse of Rotterdamse identiteit wordt niet ergens in een stadhuis bij elkaar gekleid. Dat gebeurt in duizenden huiskamers, kroegen, sportclubs, scholen, op pleinen en stations. Dat is een woelig proces dat zijn eigen grillige mechanismen volgt die helemaal niet zijn te sturen. De overheid geeft er alleen basale kaders voor – gelijkheid, vrijheid – bestaande wetten. Dat een partij zich laat inspireren door christendom, humanisme, islam, Alexis de Tocqueville of Pippi Langkous is allemaal leuk en aardig, maar hoogstens als voetnoot.

De Rotterdamse islampartij Nida denkt daar anders over. Die klaagt in haar partijprogramma dat het geloof voor gevestigde partijen „in het meest gunstige geval iets voor thuis is, waar de buitenwereld zo weinig mogelijk ‘last’ van moet hebben”. Ja, dat noemen we de scheiding van kerk en staat. Dat de seculiere linkse partijen met zo’n partij een pact sloten is wonderlijk, en wordt nu onvermijdelijk ook als identiteitszaak geïnterpreteerd. Rechts hoeft slechts in te koppen: bukken voor de sharia! Je vraagt je af hoe het zou verlopen als echte beleidsterreinen als armoede, zorg of wonen hét thema waren geweest.

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.