Het cassettebandje is terug en de uitvinder snapt niet waarom

Muziek Het cassettebandje is weer in. Bedenker Lou Ottens (91) en bandjesfabrieksbaas Thomas Baur (36), begrijpen alleen niet waarom. „Er zijn altijd gekken die terugkijken naar het verleden.”

Thomas Baur (links): „Bent u trotser op de cd dan op de cassette?” Lou Ottens: „Ik heb geen trots-metertje.” Foto Roger Cremers

Met pikzwarte vingers zit Lou Ottens (91) in zijn eigen geschiedenis te peuteren. Voor hem ligt de Philips EL3300, een prototype van de allereerste stereo cassetterecorder, die hij zojuist met een klein schroevendraaiertje heeft opengedraaid.

„Oh mijn god, wat ontzettend gaaf”, kreunt Thomas Baur (36) terwijl hij opgetogen foto’s met zijn mobiel maakt. „Ik ga hier echt van stuiteren. Zo’n prototype, dat is erfgoed. Tech porn! One of a kind snoepwinkelmateriaal! Schitterend!”

Niet alle onderdelen hebben het overleefd. De rubberen band die het apparaat ooit moest aandrijven is na ruim vijftig jaar verteerd tot kleverige zwarte prut.

„Oh nee”, roept Baur. „Snarendrab!”

„Het rubber is helemaal versnot”, constateert Ottens. „Vre-se-lijk. Dit was onze grootste wanhoop. We hebben het nooit weten op te lossen.” Terwijl het spetters regent op de spierwitte designertafel blijft hij driftig doorschroeven.

Baanbrekende vondst

Vijfenvijftig jaar geleden vond Lou Ottens het cassettebandje uit. Als directeur van Philips Audio presenteerde hij in 1963 de opvolger van de bandrecorder, die grote, losse spoelen afspeelde. Voortaan zat de kwetsbare tape veilig in een handzaam omhulsel van robuust plastic.

Het bleek een baanbrekende vondst te zijn, die de toegankelijkheid van muziek wereldwijd enorm vergrootte. Er werden miljarden cassettes verkocht, totdat de uitvinding van de cd (waarbij Ottens ook betrokken was) en de digitalisering van muziek de tapes verdreven.

Thomas Baur is ook directeur, van De Bandjesfabriek in Lochem (Gelderland). „Voor een bedrag waarvoor ik ook een auto had kunnen kopen” nam hij afgelopen najaar de laatste cassettemakerij in de Benelux over. Miljarden heeft hij er nog niet verkocht, maar het aantal orders stijgt. Meer en meer Nederlandse bands en artiesten (Mozes and the Firstborn, A Baladeer, etc.) bestellen bij hem. Er is namelijk iets vreemds aan de hand met het bandje. Wat door mp3’s en streaming muziek een totaal achterhaalde geluidsdrager leek, is de laatste jaren bezig aan een terugkeer, in het kielzog van de vinylhype. In de VS steeg het aantal verkochte cassettes in 2017 met 35 procent tot 174.000. Hoewel tape in sommige (underground)genres nooit helemaal is weggeweest, brengen ook supersterren als Justin Timberlake en Kanye West bandjes uit.

Van de spoel lopen

Reden om de geestelijk vader en de laatste vaandeldrager te laten filosoferen over de wonderlijke wederopstanding. Het is een bijzondere ontmoeting. In Ottens ruime villa, diep verscholen in de naaldhoutbossen van Knegsel, een klein dorpje onder Eindhoven, lijken de twee soms soulmates. Als ze hartstochtelijk praten over ‘chrome coating’, ‘ferro tape’, ‘modulatie’ en ‘messingfolie’. Maar over de herwaardering van het bandje verschillen ze volkomen van mening. „Mensen willen weer een echt fysiek product in handen hebben”, zegt Baur enthousiast. „Ik zet uw erfgoed voort!” Ottens begrijpt daar weinig van: „De cd is toch veel beter?”

Het begin: het laboratorium van de Philips-fabriek in het Belgische Hasselt. Ottens ziet ‘de meisjes’ – „want vrouwen waren goedkoper” – nog aan de lange transportbanden staan om radio’s, platenspelers en bandrecorders in elkaar te zetten. „We waren nog beginners en constant bezig met de vraag: hoe klein kun je iets maken? Eind jaren vijftig hadden we een draagbaar batterijrecordertje bedacht, de 3585, met kleine spoeltjes. Die deed het twintig uur op batterijen. Daarbij vergeleken waren de Japanse taperecordertjes, die maar vier uur batterijduur hadden, gewoon speelgoed.”

Baur: „Ik heb hem thuis ook staan.”

Wie ben ik om te zeggen wat beter is, ik ben boven de negentig en heb oude oren

Lou Ottens, uitvinder van het casettebandje

Ottens: „Dat kan heel goed, want we hebben er meer dan een miljoen van gemaakt – heel veel voor die tijd. Maar het bleef een ellende: aan het eind liep de tape van de spoel en moest je alles er weer tussen zien te krijgen.”

Baur: „Niet erg gebruiksvriendelijk dus.”

Ottens: „In 1958 kwam the Radio Corporation of America met de RCA tape cartridge. Die cassette kon een half uur muziek spelen én je kon hem omdraaien. Maar hij was erg groot, zo’n twintig bij dertien centimeter. Wij ontwikkelden een kleinere uitgave die in je binnenzak paste. Die kreeg smallere tape en draaide – net als de 3585 – op halve snelheid.”

Lees ook: Startpagina bestaat nog steeds

Baur: „Hoe trager de band loopt, hoe minder tape je nodig hebt, en hoe kleiner je het kunt maken.”

Ottens: „De RCA-cassette liep ook vaak vast. Daarom zijn we op zoek gegaan naar de allerbeste tape en hebben we talloze experimenten gedaan om statische elektriciteit te voorkomen. Maar het meeste werk zat in de apparatuur. Niet alleen het bandje, maar het hele ding moest klein worden: we hadden een minuscuul stereokopje nodig, een klein motortje, luidsprekertje – allemaal dingen die we voor het eerst maakten. We wisten weliswaar dat we iets goeds deden, maar we wisten ook niet hoever de concurrentie was.”

Baur: „Er waren er inderdaad meer mee bezig, zoals Grundig.”

Tegengeluid

Ottens: „Ik ben met het prototype naar Japan gevlogen. Bij Sony vroeg de latere president Katsuhiko Oka, die toen nog de audioman was, of ik de cassetterecorder op zijn versterker wilde aansluiten. Maar die stond zó hard dat de taperuis keihard uit zijn luidsprekers schalde. Als ik eraan denk, hoor ik het nog: fffffffffffffff. Toch waren de Japanners er zo uit. Binnen een paar dagen tekenden ze dat ze zich aan onze standaard zouden houden. Zij gingen ook cassettes en recorders produceren en hielden zich daarbij aan onze standaard. Zo ontstond een nieuwe universele geluidsdrager.”

Baur: „Maar daar hoefden ze niets voor te betalen, toch? Daarom werd het wereldwijd zo’n succes.”

Ottens: „We wilden eigenlijk een of twee cent per cassette, maar dat is niet gelukt. Maar als Philips op het patent was blijven zitten, was de markt klein gebleven. Die zou alleen groot worden als iedereen dezelfde standaard gebruikte.”

Baur: „Bent u trots op uw uitvinding?”

Ottens: „Mijn trots is allang versleten. Ook op het moment zelf was het geen grote gebeurtenis. Je beseft niet wat er allemaal van komt. En je bleef voortdurend aan de gang: het werk hield nooit op.”

Uit zijn tas haalt Baur de eerste serie cassettes: de Philips C-60, C-90 en C-120, met retrodesign van rode, blauwe en gouden polkadots op de hoesjes. „Het mooie is dat ze onverwoestbaar zijn”, zegt Ottens. „Fool proof: je kunt er alles mee doen: laten vallen, in het rond smijten. Ze blijven heel, dankzij het sterke plastic: slagvast polystyreen. En mocht de tape dan toch een keer vastlopen, dan kon je het op een simpele manier herstellen: door het bandje met je potlood op te winden.”

Baur: „Toch was dat meestal de schuld van het apparaat waarin ze werden afgespeeld, en niet zozeer van het bandje.”

Ottens: „Een apparaat is ook maar een mens, hè? Daar kan van alles aan mankeren.”

Baur: „Draait u zelf nog bandjes?”

Ottens: „Een heel enkele keer, maar alleen als ik weet dat er echt iets bijzonders op staat.”

Baur: „Toch zijn er steeds meer mensen die ondanks de technische beperkingen de charme van een cassettebandje zien. Zo’n simpel plastic doosje staat symbool voor de fysieke beleving van muziek die we steeds meer zijn kwijtgeraakt.”

Ik ben geen psycholoog, maar die muziekbeleving is natuurlijk allemaal flauwekul

Lou Ottens, uitvinder van het casettebandje

Ottens: „Hmmm.”

Baur: „Uit je telefoon stroomt nu twaalf uur muziek waarvoor je niets hoeft te doen: geen klepje openen, geen bandje verwisselen, niet eens op een knop drukken. Dat mensen weer cassettes willen draaien, wijst op een tegengeluid.”

Ottens: „Ik ben geen psycholoog, maar die muziekbeleving is natuurlijk allemaal flauwekul. Niets kan tippen aan het geluid van de cd. Die is absoluut ruis- en rumblevrij. Dat is bij tape nooit gelukt.”

Baur: „U kijkt natuurlijk naar het bandje met de ogen van een ontwikkelaar: dus niet terug, maar vooruit. Bent u trotser op de cd dan op de cassette?”

Ottens: „Ik heb geen trots-metertje. En wie ben ik om te zeggen wat er allemaal beter is, ik ben boven de negentig en heb oude oren.”

Lees ook: Necrologie van een overbodig geworden videoband

Baur: „Sommige critici vinden het geluid van de cd juist te klinisch. Wat vindt u daarvan?”

Ottens: „Ik heb heel wat platenspelers gemaakt en weet dat de vervorming bij vinyl véél hoger is. Maar sommige mensen noemen dat ‘warm geluid’. Ik denk dat mensen vooral horen wat ze willen horen. Maar er zijn altijd gekken die terug willen kijken naar het verleden. Daar is altijd een markt voor.”

Baur: „Ik hoor het alweer: ik verkoop geen hoogwaardig product. Ik verkoop emotie.”

Correctie (19-02-2018): In een eerdere versie van dit artikel werd Thomas Baur consequent verkeerd ‘Thomas Bauer’ genoemd. Dit is aangepast.

    • Frank Provoost