Opinie

    • Ellen Deckwitz

Hemels

Ellen

Er gaat geen dag voorbij zonder gepieker: over mijn werk, het klimaat, de economie. Afgelopen week lag ik in bed weer eens te malen over mijn pensioenopbouw en de gezondheid van mijn ouders. Mijn wekker ging voor de tweede keer en ik dacht: ‘ik moet er nu uit anders kom ik vanavond niet in slaap’. Ik dacht: ‘ik moet een heel gezond ontbijt maken anders krijg ik ziektes’. Ik dacht: ‘ik moet mijn vader bellen, hij is al 81 en straks dood en dan heb ik tijd verspild’.

En toen had ik er genoeg van. Ik had toevallig die dag vrij (de eerste in drie weken) en besloot me een etmaal lang niets aan te trekken van alles wat er mis kon gaan. Ik begon me voor te stellen dat mijn familie eeuwig leefde, mijn studieschuld niet bestond en dat er net een NAVO-rapport was uitgekomen waaruit bleek dat de opwarming van de aarde een rekenfoutje was. Even kalmeerde mijn polsslag, maar hoe ik mijn verbeelding ook inzette, het bleef moeilijk mezelf ervan te overtuigen dat alles oké was. Zo diep zat de onrust in me, het leek wel een (helaas niet te doneren) orgaan.

Op Spotify kwam ondertussen het nummer ‘Heaven is a place on earth’ van Belinda Carlisle voorbij. Wacht eens, dacht ik, wat nou als ik doe alsof dit inderdaad het hiernamaals is. Dus ik ontwaakte opnieuw, en dacht wiii, ik hoef nooit meer iets te doen! Geen belastingen, geen gezeur meer, nooit meer diëten, nooit meer medicijnen slikken! Alleen maar een beetje rondzweven, wat frisbeeën met mijn aureool, bijkletsen met Jeanne d’Arc!

Telkens als mijn hoofd die dag naar zorgen afdwaalde (moet ik die en die zeurmail beantwoorden, waarom is mijn linkercavia uit zijn hum) deed ik gewoon alsof dit het paradijs was en ik dus niks meer hoefde op te knappen. Geen wonder dacht ik, al genietende, dat het concept van een hemel zo aanslaat bij religies, het is de belofte van een eeuwige absentie van gezeur. Een Celestijnse Dik Voormekaar show!

’s Avonds kwam mijn zus eten. Ik deed stralend de deur open. Toen ze me vroeg of ik onder invloed was, vertelde ik over mijn gedachtenexperiment.

„Wauw”, zei ze na er even over te hebben nagedacht, „je hebt dus de hele tijd gedaan alsof je in het hiernamaals was.”

„Ja man”, zei ik en speelde even het volkslied op mijn neusfluit, „en het werkt perfect.”

„Je vindt het dus niet verontrustend”, zei ze, „dat je pas echt kan ontspannen wanneer je doet alsof je dood bent?”

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz