Een klein jalapeño-briesje bij een bistrootje in Amsterdam

eet bij Rosie’s, een klein informeel bistrootje, waar de kok de essentie van zijn keuken volledig weet te vangen in één bord bonen.

Foto Olivier Middendorp

Bijzonder

Sterrententen zijn een mooi visitekaartje voor een wereldstad. Maar een bruisende culinaire cultuur steunt op een groeiend aanbod van vlotte, jonge, moderne restaurants en een mix van vermogende, gastronomisch geïnteresseerde en kritische inwoners en idem toeristen om dat te onderhouden. Als zelfs het segment daaronder – in de iets goedkopere, meer casual restaurants, waar je ook even snel iets kunt eten – zich weet te onderscheiden in kwaliteit en originaliteit, dan kun je spreken van een werkelijk gevestigde culinaire metropool.

Amsterdam beweegt langzaam die kant op. Vorig jaar ontdekten we al Coba in Noord, waar je onder een tientje killertaco’s eet in een geweldig authentiek-hip sfeertje. Nu hebben we er weer een gevonden: Rosie’s op de Rozengracht.

Rosie’s is een informeel bistrootje, zonder al te veel opsmuk. Witte formica tafels en stoelen. Aan de muur een paar spiegels waarop originele aperitieven staan geschreven , zoals witte port met tonic of calvados met ahornsiroop. De kaart is compact en bestaat voornamelijk uit kleine gerechtjes (vier groenten, twee vis, twee vlees), gemiddeld tussen de 8,50 en 10 euro. Maar sla vooral het ‘Surinaamse pasteitje’ (onder snacks, 4,50 euro) niet over: lichtpittig met groenten, een eitje en zelfgemaakte ketchup – dead simple maar spot on.

Op de kaart

Rosie’s is het liefdesnestje van Rachel-Ann Moestadja en Tom Barrett. Ze leerden elkaar kennen in de keuken van sterrenrestaurant Bridges. Moestadja deed daar de patisserie en dat is heel duidelijk terug te proeven bij Rosie’s. De toetjes zijn perfect uitgevoerd. De clafoutis is lekker nat en tegelijkertijd verend eiig, afgemaakt met een klein korreltje zout. De sinas-amandelcake is stevig maar sappig en aangenaam licht-bitter. Voor beide geldt: ze zijn niet te zoet. Dat doet een toetje goed.

Barrett stond eerder ook in de keuken bij BAK, die keuken herkennen we terug in de liefdevolle manier waarmee hij met groenten omgaat. De combinatie van aardse topinamboer met waterig-geparfumeerde nashi-peer en zoute ketjap is verfrissend. Echt knap is hoe hij de essentie van zijn keuken volledig weet te vangen in één bord boterbonen. Op het oog is het een bord bonen, met wat groens. Veel meer is het feitelijk niet. Maar de mollige, geelwitte boterbonen zijn perfect van cuisson, ze glanzen van de rijke olijfolie uit Umbrië, ergens op de achtergrond zucht een klein jalapeño-briesje, afgemaakt met een klein beetje Banyuls-azijn. Zo maak je van een bord bonen een bijzonder elegant gerecht, dat menig biefstuk vierkant in het gezicht uitlacht.

Van de visgerechtjes valt de aardappel-prei-vissoep een beetje tegen. Een aardige begeleiding voor de twee stukjes zoute prei die erin zwemmen. Maar die zijn vrij snel op en dan zit ik met een kommetje waterige soep. Daar doet een beetje bottarga niet veel aan. Van de vleesgerechtjes springen de kippenlevers eruit – in zoetige oestersaus-jus, met knapperige lichtzuur ingelegde worteltjes en weer zo’n lekker spookpepertje.

Er wordt met veel plezier en verstand geschonken. Bij de kippenlevers móéten we de cider proberen: een heerlijk bruisend en fruitig konijnenhok – past perfect. De gamay uit de Ardèche heeft die typische lichte framboos, maar met een spannend droppig randje.

En dan zijn er nog de hoofgerechten, drie stuks (vis/vlees/vega). We kiezen voor de faggot, een bijzonder smakelijke gehaktbal met organen erdoor, gerold in crepinette. Voor 22,50 euro krijg je een flink bord met savooiekool, Surinaamse zuurkool, krieltjes en spek.

Eindoordeel

Bij Rosie’s kun je uitgebreid tafelen – lekker met z’n tweeën of drieën de kaart rond – zonder je een seconde te vervelen. Maar je kunt er dus ook terecht om even snel een AVG’tje (aardappels, vlees, groente) op niveau te halen. Heel casual, niet ingewikkeld, wel allemaal goed gedaan. Heerlijk om zo’n tent erbij te hebben.

We eindigen de avond heel symbolisch: met zelfgemaakte softijsjes, verkrijgbaar in de smaken gezouten karamel, olijfolie en white russian. Simpel, speels én met veel smaak. Uiteraard ook met discospikkels verkrijgbaar.

    • Joël Broekaert