Column

Dit zijn de 12 ergste sportclichés

Japke-d. Bouma schrijft elke week over de taal die ze om zich heen hoort. Na een week Olympische Spelen maakte ze een overzicht van de twaalf ergste sportclichés.

De eerste week van de Olympische Spelen zit er nog niet eens op en ik ben al bijkans uit elkaar gespat van de sportclichés. Elke dag worden we vanuit Zuid-Korea bestookt met een nieuwe lading. En dan moeten we nog twee weken. Daarom heb ik samen met Twitter en mijn collega’s van de sportredactie maar een bingokaart gemaakt om de clichés mee weg te spelen. Sterkte, iedereen!

12. De focus bij jezelf houden. O jongens ik hoor zo veel goede dingen over de focus, dat ik heel graag zou willen weten wat het is, waar hij zich bevindt en hoe ik hem krijg. Dan kan ik daarna misschien gaan kijken of ik hem bij mezelf kan houden. Datzelfde geldt voor de ‘flow’. Weet iemand waar die zit en hoe ik erin kom? Alvast dank.

11. Alles uit de kast halen. Als ik dat hoor, ben ik altijd zo blij dat ik dat niet hoef. Ik ben juist zo blij dat ik al mijn zooi lekker IN mijn kasten kan laten zitten: foto’s van mijn exen, pakken meel met wormen die ik niet meer open durf te maken, broeken waar ik al vier jaar niet meer in pas. Dat zou je al die sporters toch ook wensen.

10. Over vier jaar pas weer een kans. Hou daar eens mee op! Het mooie van het leven is toch juist dat je elke dag een kans hebt? Elke dag een kans op een reprimande van je baas, elke dag een kans om in de hondenpoep te trappen en elke dag een kans om de liefde van je leven tegen te komen. Dat kan over vier jaar zijn, maar ook straks. Wie zal het zeggen?

Lees ook: Als Nederlanders over schaatsen praten, berg je dan maar

9. Dit zijn de Olympische Spelen. Ik doe dat zelf ook geregeld, voldongen feiten hardop uitspreken. Dus bijvoorbeeld: ‘Dit is Japke-d. Bouma, dit is mijn wrakke Toyota Corolla uit 1995 en dit is de grote berg was die ik vandaag nog moet doen’. Voel ik me meteen een stuk beter.

8. De dag van de waarheid. Vind ik altijd een beetje een gekke uitdrukking. Want wat doen we dan al die andere dagen? Liegen dat we barsten? Ik kan me voorstellen dat het voor VVD-politici handig is om af en toe te zeggen dat het de dag van de waarheid is, maar voor topsporters is elke dag de dag van de waarheid, behalve als de NOS ze vraagt hoe het gaat.

7. Een unieke prestatie. Unieke prestaties zijn overal, daarvoor hoef je niet per se naar de Olympische Spelen. Zo ben ik vandaag bijvoorbeeld over mijn kat gestruikeld met een volle kop koffie waardoor ik én mijn rug heb verdraaid, mijn toetsenbord as we speak onder de koffie zit én ik een ladder in mijn panty heb. Zie ik Sven Kramer niet doen.

6. Hij rijdt zijn eigen race. Ik hoop het wel. Want ik heb het nog even bij mijn sportcollega’s nagevraagd maar als je de race van een ander rijdt, word je gediskwalificeerd. Het zou trouwens wel een idee zijn, om sporters elkaars race te laten rijden. Dan wordt het dus eigenlijk wie het traagste kan. Misschien leuk als impuls voor het schaatsen. Hebben andere landen ook weer eens een kans.

5. Hij laat zien wat hij in huis heeft. Lijkt mij hartstikke leuk, binnenkijken bij de sporters. Luister je mee, RTL? Hoeveel Ikea-spullen ze hebben, hoeveel bordjes met ‘Home is where the heart is’; of ze Senseo of Nespresso drinken, of het er netjes is of een teringzooi. Kom maar op!

4. De cirkel is rond. Klopt. En het vierkant is vierkant, de ellips is een ellips en het parallellepipedum is een parallellepipedum. Mooi dat iedereen heeft opgelet tijdens de wiskundeles.

3. Het ijs het werk laten doen. Als we het ijs het werk zouden laten doen zou er in Nederland geen brood gebakken worden, geen krant uitkomen en geen patiënt geopereerd worden. IJs doet zijn werk bovendien alleen als de temperaturen onder nul komen, dus het lijkt me beter als we gewoon weer zelf aan het werk gaan.

2. Hij zet een tijd neer. Ik heb echt geen flauw idee hoe je een tijd neerzet. Mij glipt de tijd altijd door de vingers. Dan vind ik een foto van mezelf van 20 jaar geleden en dan denk ik: potdomme Bouma, kón ik de tijd maar neerzetten, al was het maar heel even. Dus wie weet hoe het moet, zég het.

1. Hij haalt het uit zijn tenen. Ik weet niet hoor, maar de dingen die ik uit mijn tenen haal, gooi ik altijd zo snel mogelijk weg. Daar heb ik in ieder geval nog nooit een 10 kilometer op uitgereden. Bovendien, als je zulke dijen hebt, wat moet je dan überhaupt nog met die prut uit je tenen? Ik zou het lekker laten zitten.

Taaltips via @Japked op Twitter