De voor- en nadelen van wonen in een woonzorgcentrum, volgens een twintiger

Woonzorgcentrum Hoe is het om te wonen in een woonzorgcentrum? Schrijfster Sytske van Koeveringe (29) maakte een lijstje voor- en nadelen.

Illustratie Leonie Bos

De nadelen

1. Stilte

De eerste dag: lekker.
De vierde dag: oké prima.
De negende dag: ik hoor mijn eigen gedachten. Overdag, ’s nachts.
In de tweede week: ik mis muziek. En nee, niet die smartlappen van beneden, maar echte muziek, zoals Rico& Sticks met Pinguïn. Dat die beat loeihard door de boxen knalt en je lijf helemaal meetrilt.

2. Temperatuur

Overal waar ik kom is het bloedheet. Wanneer ik naar buiten ga heb ik de eerste twintig minuten een loopneus. Als ik van buiten naar binnen ga ook.

3. Binnen handbereik

Over weerstand gesproken: ‘Wat moet ik buiten? Alles is hier toch? Als ik iets moet dan bel ik mijn zoon voor dit en dat.’ Mensen worden lui zonder schaamte.

4. Interieur

Die leegte, dat holle, de bleekheid van de gangen, de lage plafonds, die oranje, groene en zwarte meubels, de schilderijen met grijze bloemen erop, het behang, de kleur van de muren. Waarom vind ik alles lelijk? Ik geloof dat je smaak verandert naarmate je ouder wordt. Maar wordt de algemene smaak werkelijk zo suf? Alsof er op alles een enorme stoflaag ligt.

5. Steunpunten

Zelfs in de gangen zijn leuningen bevestigd.

6. Ontmoetingsruimte

Er zijn vrouwen die er om half negen ’s ochtends aankomen en pas in de avond weer weggaan. Zij zitten daar te zitten, bij sommige is dat het enige wat ze nog kunnen – zitten leven en commentaar leveren.

7. Muziek

En wat doe jij de rest van mijn leven?
Ga met me mee en pluk de dag.
En leef je leven met een lach.
En wat doe jij de rest van mijn leven?
Ik ben het allerliefst met jou.
Omdat ik heel veel van je hou.

8. Activiteiten

Elke week hetzelfde. #fuckmylife. Ja natuurlijk, mensen worden ouder, het brein hecht waarde aan routine en meer van dat, maar óók fuck my life.

9. Eten

Broodje kroket
Advocaat
Kirr: zoete witte wijn met cassis
Boterboontjes
Bonne femme
Zilverui
Aardappelkroketjes
Kip cordon bleu
Varkensoester
Sukadelapje
Bossche bol
Boerenjongens
Gebakken appel met suiker
Salmiakbollen
Vanillemousse
(Het eten in het restaurant is doorgekookt, slap, kleurloos, glibberig, weeïg – ik kreeg er pukkels en buikpijn van dus ben na een week gestopt met het eten in dát restaurant.)

10. Vaste plek

‘Normaal gesproken zit ik hier.’
‘Daar kan je niet zitten, daar zitten al mensen.’
‘Je zit thuis toch ook op dezelfde plek? Nou, hier is het niet anders.’
‘Die vrouw daar, ja die, die zit dus mooi op mijn plek, ik ken haar ook helemaal niet.’
‘Mevrouw, sorry dat ik u stoor maar u zit op mijn plek.’
‘Uw fiets staat op mijn plek, uw fiets hoort daar achteraan. Daar stond hij altijd.’

11. Vrouwen in overvloed

Zeventig procent van de bewoners van dit woonzorgcentrum is vrouw. Maar meer vrouwen zorgt voor meer gedoe, meer jaloezie, meer geroddel.

12. Haar

Er moet dus een moment in je leven komen dat je denkt: verrek, watergolf!

13. Lijf

Dat ieder mens een kwaaltje heeft. Dat je bepaalde ziektes kan overleven – ondanks je door medicatie verdoofde lichaam. Ik geloof niet dat ik dit wil. Ik geloof ook dat wanneer je jong bent, dit een algemene gedachte is en ik geloof óók dat wanneer je wordt overvallen door een ziekte er een bepaalde overlevingsdrang in je naar boven komt. De machteloosheid die daar tegenover staat kan doorgaan voor een nadeel.

14. Traagheid

Dat alles hier langzaam gaat (de liftdeuren, de deuren bij de ingang, de rij voor de receptioniste, wanneer er een opstopping is in de gang omdat mensen blijven kletsen zonder aan de kant te gaan) maakt me bewust van mijn haastige gedrag, je zou kunnen zeggen: ‘Hier te zijn is goed voor je.’ Maar soms ben ik er klaar mee: dat constant overbewust zijn van mezelf.

15. Personeel

‘Ze houden bij hoeveel borrels ik drink, alsof ik een kind ben!’ roept een man.

16. De stem in de lift

De stem in de lift.

17. Kwaaltjes

Dat je lichaam je beetje bij beetje in de steek laat. De aftakeling. Zie onder dertien.

18. Huilen

Er zijn dagen dat ik mijn kamer niet uitkom, of dat ik direct doorloop naar buiten. Alles om geen verhaal van iemand te hoeven aanhoren. Dit klinkt bot en ja, dat is het ook. Maar ik word echt verdrietig van al die verhalen.

19. Seks

Dat je zelfs te oud wordt om seks te hebben, dat je lichaam dat niet aankan.

20. Dood

Soms komt iemand ineens niet meer, dan is diegene overleden. ‘Meisje toch, daar hoef je toch niet verdrietig om te worden? Dood gaan we allemaal. Dat is de bedoeling, we zitten hier niet voor niets.’ Alsof een woonzorgcentrum een grote wachtruimte is.

Lees ook het opiniestuk een van oud-directeur van een verzorgingshuis: Blaas het verzorgingshuis nieuw leven in

De voordelen

1. Stilte

Natuurlijk is er geen complete stilte (bestaat dat wel?). Er is de fluitende man, het geluid van rubberen banden op vloerbedekking, de deurbel van de bovenbuurvrouw, de hoge stem van de bovenbuurvrouw, gepraat bij de uitgang door de rokers, geklets in de gang, en de lift: ‘Tweede verdieping.’ In alles zit een soort ritme, het gebeurt in de verte. En ritme zorgt op een bepaalde manier voor rust.

2. Temperatuur

Overal dezelfde tropische temperatuur waardoor ik geen hemd en shirt met lange mouwen onder mijn blouse draag in deze tijd van het jaar, en laten we wel wezen: kleding zit het mooist zonder al die lagen eronder. Dat is ook te zien bij de bloesjes van de oudere dames.
En nog een voordeel: je kunt overal makkelijk in slaap vallen.

3. Binnen handbereik

Velen blijven hierdoor lui én gemakzuchtig.

4. Interieur

Alles blijft even lelijk.
Al is er wat te zeggen voor de gangen: ze zijn breed, kaal en hol. Ik kan sprintjes trekken, dansen, springen, rollen en dat doe ik dan ook regelmatig omdat ik me bewust ben geworden van mijn lijf dat het nog doet. Dat ik geen rollator, rolstoel, kruk, wandelstok of een soort stok die lijkt op een hoge omgekeerde bijzettafel, scootmobiel of ander hulpmiddel nodig heb om vooruit te komen.

5. Steunpunten

In mijn douche gebruik ik ze om handdoeken op te drogen, mijn was over uit te hangen en in de kamer gebruik ik ze als boekenplank.

6. Ontmoetingsruimte

GODDANK ER IS LEVEN. Hier komt iedereen samen, hier ontstaan groepjes. Nette (soms opgedofte) vrouwen, met hetzelfde soort stemgeluid, schaterlach, die elkaar nog kennen van vroeger of pas net. Als op een schoolplein, overal groepjes.

7. Muziek

Het voordeel van in alle vroegte Nederlandstalige smartlappen – of hoe je het ook noemen wilt – luisteren, is dat je daarna nog uren in een jolige feeststemming bent.

8. Activiteiten

Dinsdagavond sjoelavond! YES!
Donderdagmiddag koersbal.
Donderdagavond kienen.
Woensdag filmmiddag.
Zondag tussen twee en vier gratis koffie.
Soms een dansavond, soms een modeshow van Harry’s modewinkel, soms een wandeling met scholieren, soms een markt, enzovoort enzoverder.

9. Eten

Er wordt veelal ongezond gegeten, dus je kan zonder pardon non-stop koek en andere zoetigheden wegwerken.

10. Vaste plek

Thuis is het niet anders: moeders zitten het liefst tijdens het eten zo dicht mogelijk bij het aanrecht. Wanneer ik werk zit ik altijd aan dezelfde kant van de tafel. Wanneer ik met vriendinnen eet hebben we ieder onze eigen plaats. In bed heb je dezelfde kant, zelfs wanneer je naar je werk gaat kijk je onbewust naar dezelfde dingen.

11. Vrouwen in overvloed

Ik heb het altijd al gezegd: Mannen zijn pussy’s.

12. Haar

‘Kam jij je haar wel eens?’ vraagt mijn nieuwe vriendin van eenennegentig, terwijl ze haar vingers door mijn haar haalt.
‘Nee, hoezo?’
‘Kan toch niet?’ Haar vingers blijven hangen aan een paar klitten.
‘Nou, blijkbaar wel dus.’ We lachen en ze zegt dat iedereen zijn haar netjes heeft behalve ik.

13. Lijf

Het vel om de handen is het mooist. Het lijkt op oud leer, die aderen, die plooien. De handen zijn warm, zacht en de vingers vaak knokig. Velen hebben gelakte nagels, dragen ringen en armbanden.

14. Traagheid

Je kunt hier zonder schuldgevoel urenlang voor je uitstaren.

15. Personeel

Ik wil een vrijwilliger in mijn huis die uitstapjes voor me organiseert, personeel dat mij wekt, mijn dagindeling bepaalt, mij verzorgt en dat extreem veel geduld heeft en constant opgewekt is met een rode blos op de wangen.

16. De stem van de lift

O, en ik wil ook een stem in mijn huis zoals die in de lift, die zegt waar we zijn. Maar dan moet die stem zeggen waar ik ben in het leven, wat eraan komt en hij moet me waarschuwen wanneer dat nodig is.

17. Kwaaltjes

Je kan ze als excuus inzetten: ‘Sorry maar mijn hart gaat zo nu en dan zijn eigen gang, dus ik kan niet mee op de borrel.’ En dan thuis een boek lezen, joe!

18. Huilen

‘Ach ja, het is zoals het is, iedereen om mij heen gaat dood.’
‘Gaat u dan ook naar al die begrafenissen?’
‘Nee.’
‘Waarom niet?’
‘Ik heb mijn acht broers en zussen moeten verliezen, als ik op een begrafenis kom, komt dat verdriet naar boven en moet ik heel hard huilen.’
‘Maar dat is toch niet erg?’
‘Jawel, meisje, o sorry, nu moet ik al huilen. Sorry, sorry.’ (Ze huilt echt hard, met geluid.)
‘Nou, nu moet ik ook huilen.’ (Ik kan geloof ik best goed zonder geluid huilen.)
En na een ingewikkeld gesprek over huilen en schaamte vind ik, achteraf gezien, dat iedereen met iedereen moet kunnen huilen, want huilen is er nou eenmaal ook gewoon.

19. Seks

‘Natuurlijk vrijen we! En zal ik je een geheimpje vertellen? Het is veel leuker dan vroeger! Het heeft meer rust, meer ontspanning. Je accepteert je eigen lichaam en je waardeert het lichaam van de ander. Toen ik zo oud was als jij had ik constant haast.’

20. Dood

Soms wordt er ineens iemand gemist, dan is die dood: ‘Och, vorige week zei ze nog dat ze zou komen sjoelen.’ En dan zeggen er nog een paar: ‘Och.’ In plaats van dat ze helemaal kapotgaan of ineenzakken (zo zie ik het voor me als er iemand doodgaat die je kent), zijn ze twee seconden stil en gaan weer verder waarmee ze bezig waren, of waar ze niet mee bezig waren. Want ja, dood gaan we allemaal: ‘Och.’

Lees hier het artikel van Bert Pol: Vraag het ouderen en het tehuis is zo terug.
    • Sytske van Koeveringe