Opinie

De universiteit met een keurmerk, net als met chocoladerepen

Een diverse universiteit is heel belangrijk, maar quota of subsidies helpen daarbij niet echt. De markt biedt uitkomst, meent student . ‘Als diversiteit net zo hip wordt als hummus en spelt, kan het een revolutie in gang zetten.’

Precies zo zou de universiteit moeten omgaan met diversiteit: er is behoefte aan, dus moet er een markt voor gecreëerd worden.

Op Nederlandse universiteiten is te weinig diversiteit. Dat is waarschijnlijk geen al te schokkende stelling. Gebrek aan verscheidenheid op het gebied van geslacht, kleur én politiek gedachtengoed. Functies van hoogleraren worden nog in 82 procent van de gevallen door mannen bekleed, gemiddeld heeft tien procent van de studenten een niet-westerse achtergrond. En bij de studie politicologie krijg je vier keer een tekst van Marx tegenover één liberale denker. De universiteiten en de politiek zijn zich bewust van dit probleem. Zie bijvoorbeeld de Diesrede waarin de Leidse rector magnificus, Carel Stolker, aandacht voor diversiteit „zo belangrijk” noemt; „niet alleen in termen van gender of culturele of maatschappelijke achtergrond, maar zeker ook in opvattingen.” De aanpak gaat echter traag, zonder opvallend resultaat.

De voorgestelde remedies – quota, subsidies en diversiteitscommissies – werken niet. Met quota beperk je de vrijheid van de universiteit in het belang van de vrijheid; nogal tegenstrijdig. Divers aannemen kan ook gestimuleerd worden door het leveren van subsidies, onder de noemer ‘positieve’ discriminatie. Niemand wil echter aangenomen worden op basis van huidskleur of geslacht in plaats van op kwaliteit.

Een typisch ambtelijke oplossing is de diversiteitscommissie die bijna elke universiteit inmiddels heeft aangesteld. Deze commissie voert actief beleid om studenten en docenten van verschillende achtergronden aan te trekken. Inherent aan het ‘homogeniteitsprobleem’ op de universiteit, is dat de overwegend linkse diversiteitscommissies niet snel met een liberale aanpak zullen komen. Terwijl juist een liberale visie antwoord biedt om het diversiteitsproces te versnellen: de marktwerking!

Mijn idee is het volgende: doe het zoals met chocoladerepen, die beter verkopen met een verantwoord keurmerk. Net zo zou ‘diversiteit’ een aantrekkelijk en belangrijk aspect kunnen worden in de keuze van studenten voor hun universiteit.

Open discussie

Wil je goede, vrije wetenschap bedrijven? Opvattingen vanuit alle perspectieven benaderen? In vrijheid je mening kunnen vormen en delen? Dan is het van belang om een diverse universiteit te kiezen. Eén waar elk gedachtengoed vertegenwoordigd is en er ruimte is voor open discussie in plaats van indoctrinatie. In lijstjes waar universiteiten gerangschikt worden op kwaliteit, zou naar mijn mening een diverse docent- en studentpopulatie in het belang van goede studieresultaten en wetenschappelijke vorming ook moeten meetellen.

Diversiteit zou niet alleen belangstelling moeten hebben van de politiek, maar juist een vereiste moeten zijn van de studenten zelf. Een studentenpopulatie die steeds gemengder wordt en die als gevolg van globalisering en internationalisering iets te kiezen heeft.

Als de populariteit van universiteiten die bekendstaan om hun diversiteit toeneemt, zal de rest van de universiteiten zich ook op dit terrein willen profileren. De motivatie voor diversiteitsbeleid komt dan niet voort uit opgelegde quota of idealistisch streven, maar verandert in een noodzaak tot overleven.

Eerlijke verdeling

De linkse, sociaal betrokken universiteitsmedewerker (ik betrap mijzelf op een pleonasme), zal deze oplossing waarschijnlijk met samengeknepen billen aanhoren. Eerlijke verdeling kan toch nooit voortkomen uit vrije marktwerking? Zoals de markt nu is, klopt dat. Studenten kiezen nog massaal voor witte en linkse universiteiten; niets wijst erop dat ze diversiteit meewegen bij hun keuze.

Daarom moet de markt gereguleerd worden, en wel door de wensen van de consument – de student – te sturen. Gelukkig hoeft het wiel niet opnieuw uitgevonden te worden. In de commerciële wereld zijn experts op het gebied van marketing, communicatie en branding. Zij zijn bedreven in het beïnvloeden van de voorkeuren van mensen en laten consumenten geloven dat zij iets willen (want at u tien jaar geleden ook al speltbrood?).

De universiteiten moeten dit probleem dus door handige commerciële jongens (en meisjes!) laten aanpakken. Als diversiteit net zo’n hype wordt als hummus, kan het een revolutie in gang zetten waarbij de motivatie om divers beleid te voeren niet langer kunstmatig in stand hoeft te worden gehouden. Daar valt geen spelt tussen te krijgen.