‘De Bosch-expositie heeft ons museum een impuls gegeven’

Het Noordbrabants Museum

Directeur Charles de Mooij wil dat Het Noordbrabants Museum uitgroeit tot een van de best bezochte musea buiten de randstad. „De tijd van zilveren suikerstrooiers ligt achter ons.”

De expositie Tim Walker: The Garden of Earthly Delights is nog t/m 25 februari in Het Noordbrabants Museum te zien. Foto Joep Jacobs

„Dat kan best wat spannender”, directeur van Het Noordbrabants Museum Charles de Mooij hoort het zichzelf steeds vaker zeggen wanneer hij met collega’s plannen voor het museum bespreekt. Twee jaar geleden, in 2016, had het museum een ongekend succes met de tentoonstelling Jheronimus Bosch, visioenen van een genie: in een paar maanden tijd kwamen ruim 420.000 mensen kijken. En dat in een museum dat na de verbouwing en heropening in 2013 hoopte op 120.000 bezoekers per jaar. De Bosch-fans kwamen niet alleen uit Nederland, maar overal vandaan. The Guardian sprak van „een van de belangrijkste tentoonstellingen van de eeuw”. Er waren extra avondopenstellingen nodig en in het slotweekend ging het museum een nacht zelfs helemaal niet dicht, om het publiek een laatste kans te geven.

Charles de Mooij. Foto Marjo van de Pepppel-Kool

Die tentoonstelling mag dan alweer twee jaar geleden zijn, het succes was een kantelpunt in het beleid van het museum. „Je kijkt met andere ogen naar de toekomst”, zegt directeur De Mooij. „In een korte tijd deden we veel ervaring op met digitalisering, bezoekersontvangst, en met ticketverkoop via internet. Er heerst nu het idee: goh, wij kunnen meer dan we eigenlijk dachten.”

Dus stelde het museum de plannen bij in de nota Nieuwe Ambities. In de periode tot 2021 wil het uitgroeien tot een van de best bezochte musea buiten de randstad, met vanaf 2020 minstens 200.000 bezoekers per jaar met uitschieters naar 300.000. Ook wil het museum in die periode „ten minste één topaankoop” doen.

Het Noordbrabants Museum investeert de komende vier jaar drie miljoen euro. Dat geld is grotendeels afkomstig uit het resultaat van de Bosch-expositie, ruim 2,4 miljoen euro. Normaal gaan opbrengsten uit tentoonstellingen terug naar de subsidiegevers, vertelt De Mooij. Maar de provincie Noord-Brabant, die het leeuwendeel deel gaf, wilde daar in dit geval afwijken en ging akkoord met de investeringsplannen. Een deel van het geld wordt achter de hand gehouden als risicofonds.

Aankopen

Vooralsnog is de Bosch-impuls succesvol: afgelopen jaar trok het museum al ruim 200.000 bezoekers, terwijl er 180.000 verwacht werden. „Topaankopen” deed het museum ook al twee keer, vindt De Mooij. In 2016 kocht het museum een aquarel van Van Gogh. „Het ging om meer dan een miljoen euro, maar die kans komt nooit meer terug”, zegt De Mooij. Een jaar later kocht het musem Van Goghs De Collse watermolen (1884) op een veiling. Dat schilderij koste ruim drie miljoen euro, die het museum met steun van fondsen en een nalatenschap bij elkaar kon krijgen.

Van Gogh, Collse watermolen (1884, olieverf op doek, 60,5×80 cm). Foto Het Noordbrabants Museum

„Wat je overhoudt van zo’n Bosch-tentoonstelling is dat je eerder zegt: laten we dit doen. De tijd dat we zilveren suikerstrooiers kochten ligt wel achter ons.”

Als pijlers van het programma zet het museum de komende jaren in op drie kunstenaars met „een Brabantse basis”: Bosch, Van Gogh en de in Den Bosch geboren Jan Sluijters. Op dit moment is er een tentoonstelling te zien met werk van fotograaf Tim Walker, gebaseerd op De Tuin der Lusten van Bosch, van wie het museum geen enkel werk bezit. Wel kan het museum putten uit het grote onderzoek dat voor de tentoonstelling in 2016 is gedaan.

In 2019 komt er een grote Van Gogh-tentoonstelling in het Noordbrabants Museum. „We willen niet met het Van Gogh Museum concurreren”, zegt De Mooij. „Maar we denken een aanvullend verhaal over zijn Brabantse periode te kunnen vertellen.” Van Jan Sluijters staat voor eind dit jaar een expositie gepland over zijn Parijse periode.

Tim Walker: The Garden of Earthly Delights.Foto Joep Jacobs