Filmfestival Berlijn opent met geëngageerde film van Anderson

In de animatiefilm Isle of Dogs, de opening van het filmfestival van Berlijn, pakt regisseur Wes Anderson onverwacht zware thema’s op als politieke demagogie en milieuvervuiling.

Isle of Dogs is gemaakt met de tijdrovende stopmotion-techniek.

De 68ste editie van het filmfestival van Berlijn begon donderdagavond met Isle of Dogs, de nieuwe animatiefilm van de Amerikaanse regisseur Wes Anderson. De aanloop naar het festival verliep allesbehalve soepel voor festivaldirecteur Dieter Kosslick. De huidige editie is na zeventien jaar zijn voorlaatste. Kosslicks aangekondigde vertrek was in november aanleiding voor 79 prominenten uit de Duitse filmwereld om aan te dringen op een nieuwe, scherpere koers voor het festival, met meer diversiteit en een bredere internationale oriëntatie.

De festivaldirecteur zal opgelucht adem hebben gehaald dat hij ondertussen een uitstekende openingsfilm voor zijn festival in zijn achterzak had. Wes Anderson heeft met het tamelijk duistere en serieuze Isle of Dogs een van zijn beste films afgeleverd. Ook niet onbelangrijk voor het profiel van Kosslicks festival: Anderson toog naar Berlijn met een groot aantal Hollywoodsterren, die de stemmen inspraken voor zijn film. Op de rode loper in Berlijn stonden onder meer Bill Murray, Bryan Cranston, Tilda Swinton, Greta Gerwig en Jeff Goldblum.

Animatie

Isle of Dogs is – net als Andersons eerste animatiefilm, Roald Dahl-verfilming The Fantastic Mr. Fox – gemaakt met de tijdrovende stopmotion-techniek. De film speelt zich af in een toekomstige, fictieve versie van Japan. De demagogische politicus Kobayashi heeft alle honden in Megasaki City verbannen naar een vuilnisbelt op een eiland buiten de stad, omdat de dieren smerige ziektes zouden verspreiden. Maar de twaalfjarig Atari mist zijn hond Spots zo erg, dat hij een reddingsoperatie begint. Ook komen wetenschappers en journalisten in opstand tegen de demagoog; de parallellen met de wereld van de Amerikaanse president Trump liggen voor het oprapen.

Met zijn nadrukkelijk gecultiveerde naïeve blik trok Anderson zich in eerdere films, zoals Budapest Hotel (2014), soms wel heel ver terug uit grote boze buitenwereld. Dat geldt veel minder voor Isle of Dogs.

Engagement

Daarin pakt hij plotseling zware thema’s op als politieke demagogie, milieuvervuiling en het tot zondebok verklaren van buitenstaanders. Het knappe is dat Anderson die geëngageerde draai aan zijn werk weet te geven zonder zijn eigen stijl en handschrift prijs te geven. Kennelijk staat de wereld er momenteel zo beroerd voor, dat zelfs Wes Anderson zich niet meer kan terugtrekken in zijn zelfgeknutselde universum. Gedurfd is ook dat de Japanse personages hun eigen taal spreken zonder ondertiteling, omdat Anderson het beeld niet wilde vervuilen. Hij vond allerlei inventieve methoden om de kijkers buiten Japan toch duidelijk te maken wat er in een scène wordt gezegd. De honden spreken Engels.

#MeToo

Berlijn heeft dit jaar te maken met de voortdurende shockeffecten van #MeToo. Actievoerders pleitten er met hashtag #NobodysDoll voor dat actrices niet meer in vol ornaat op de rode loper verschijnen. Er gingen ook stemmen op om dit jaar als protest geen rode maar een zwarte loper bij de premières neer te leggen, vooralsnog zonder resultaat.

Kosslick onthulde films te hebben geweigerd van filmmakers die wangedrag in het kader van #MeToo hebben toegegeven – overigens zonder namen te noemen. Curieus is dat de nieuwe film van Zuid-Koreaanse provocateur Kim Ki-duk, die in eigen land een boete kreeg voor het uitdelen van oorvijg aan een actrice, wel een plaats kreeg.

Het filmfestival van Berlijn ontwikkelde zich onder Kosslick tot een groot publieksfestival, met vorig jaar bijna 340.000 verkochte kaarten. Volgens sommige critici ging dat ten koste van de scherpte en de diepte van de programmering. Dat Kosslick een sectie van het festival reserveerde voor eetfilms, Kulinarisches Kino, wordt door ernstige Duitse filmcritici ervaren als een ongehoorde frivoliteit. Kosslick krijgt nu tien dagen de tijd om hun ongelijk te bewijzen.

    • Peter de Bruijn