Even 6.000 kilometer reizen voor een gebouw

Architectuurtoerisme Naar New York voor wolkenkrabbers, naar Oslo voor een museum in wording. Architectuur is steeds vaker het reisdoel.

Het Heydar Aliyev Cultural Center in Bakoe, Azerbeidzjan
Het Heydar Aliyev Cultural Center in Bakoe, Azerbeidzjan Foto Shutterstock

Terwijl leeftijdsgenoten hun geld uitgeven aan uitgaan of kleren, spaart Geert van der Meulen (24) uit Rotterdam elke maand voor een citytrip. De student annex uitgever van cityguides van Nederlandse steden is gek op architectuur. In januari vloog hij naar Oslo om een glimp op te vangen van het in aanbouw zijnde Munch-museum. Vorige zomer maakte hij een trip door Italië, om onder andere een nieuwe toevoeging aan het door Rem Koolhaas ontworpen museum Prada Foundation te zien.

Van der Meulen behoort tot een groep toeristen voor wie architectuur een levenswijze is. Zodra ergens een iconisch gebouw verrijst, boeken zij een vlucht om het met eigen ogen te aanschouwen. Vakanties worden op architectuurstromingen afgestemd.

„Architectuurtoerisme is de laatste jaren in opkomst”, zegt Greg Richards, hoogleraar Leisure Studies aan de Universiteit Tilburg. Op Instagram worden de hashtags ‘architourist’, ‘archiaddict’ en ‘archilifestyle’ bij duizenden foto’s gebruikt. Waar komt die trend vandaan? En hoe spelen steden daar op in?

Lees ook het interview met hoogleraar psychologie Ap Dijksterhuis: ‘Reizen is goed. Ook als je het eigenlijk niet durft’

Wie veel reist, raakt op zeker moment verzadigd, zegt student Van der Meulen. „Dan ken je de Eiffeltoren en Sagrada Familia wel.” Hij begon daarom te zoeken naar andere bijzondere architectuurlocaties. „Ik hou in de gaten wat er gebouwd wordt, en door wie.” Inmiddels gaat hij elke maand op pad. Vaak krijgt hij de vraag waar hij het geld vandaan haalt. „Maar met EasyJet en Airbnb kom je een heel eind”, legt hij uit.

Soms gaat hij behoorlijk ver in zijn hobby. Onlangs was hij op het Italiaanse Capri waar hij Casa Malaparte wilde zien, een modernistische villa op een 32 meter hoge klif, alleen per boot te bereiken. De film Le Mépris met Brigitte Bardot werd daar in 1963 opgenomen. „Het is me gelukt om op het terrein te komen, maar vervolgens moest ik een kwartier lang rennen omdat ik blaffende beveiligingshonden achter me aan kreeg. Gelukkig kon ik nog wel een foto nemen.”

Oppepper voor imago

Voor fotograaf en videomaker Renske Derkx (24) uit Den Haag ontstond de architectuurhobby toevallig. „Ik was in Kopenhagen en dacht: laat ik voor de lol een foto van een vet gebouw maken en op Instagram zetten.” Vele andere architectuurfoto’s volgden. Nu, anderhalf jaar later, heeft ze meer dan 11.000 volgers.

Haar voorkeur gaat uit naar symmetrische architectuur met veel lijnen en kleur. Op haar verlanglijst staan het gloednieuwe Louvre Abu Dhabi en gebouwen in Valencia. Hoe ver gaat ze voor haar foto’s? „Als het licht niet goed is, kom ik op een later moment terug. En ik heb tijdens een vakantie in Griekenland mijn vrienden eens uren laten omrijden, omdat ik er spijt van had dat ik een bepaald gebouw niet had vastgelegd.”

Het Louvre Abu Dhabi Museum.Foto Mohamed Somji

Ook voor interieurontwerper Elroy van Duijvenbode (25) speelt het internet een belangrijke rol bij zijn liefhebberij. Hij volgde vanaf zijn woonplaats Katwijk via internet de bouw van The Epic, een ‘duurzame’ wolkenkrabber van 58 verdiepingen in Manhattan, New York. „Een heel onbekende woontoren.” Via nieuwsberichten, fora en de eerste beelden op Google Maps zag hij het gebouw verrijzen. Toen de toren af was, in 2012, vloog hij er speciaal voor naar New York – en bekeek natuurlijk ook de ‘bekende’ wolkenkrabbers.

Bekijk ook de fotoserie: Binnenkijken in het Louvre Abu Dhabi

Hoewel bepaalde gebouwen al eeuwenlang toeristen aantrekken, is een belangrijk verschil dat sommige steden nu opzettelijk iconische gebouwen neerzetten, zegt hoogleraar Richards. Hij wijst op het ‘Bilbao-effect’. Twintig jaar geleden werd in het arme, post-industriële Baskenland het door ‘starchitect’ Frank Gehry ontworpen futuristische Guggenheim Bilbao museum geopend. Het werd een gigantisch succes, met jaarlijks een miljoen bezoekers. Behalve een economische boost gaf het ook het imago van de regio een oppepper.

Veel steden proberen deze formule te kopiëren, zegt Richards. „Ze huren een beroemde architect in om een geweldig gebouw neer te zetten, dan komen de toeristen vanzelf wel, is het idee.” Maar dat is geen garantie voor succes. The Public, een opvallend cultuurcentrum in het Britse West Bromwich, moest bijvoorbeeld in 2013 de deuren sluiten. Het culturele centrum dat de inmiddels overleden Iraaks-Britse architecte Zaha Hadid ontwierp in Bakoe, de hoofstad van Azerbeidzjan, genereerde vooral negatieve publiciteit over hoe slecht de stad omging met omwonenden en bouwvakkers.

Paradox

Ook de reizen van architectuurcriticus Mark Minkjan staan vaak in het teken van bepaalde gebouwen of architectuurstromingen. Onlangs bezocht hij een „crazy” brutalistische kerk in het Ruhrgebied, ontworpen door Gottfried Böhm. Hij had een periode waarin hij leegstaande gebouwen beklom en fotografeerde. Minkjan is niet onverdeeld enthousiast over de trend van architectuurtoerisme – en vooral niet over de wijze waarop steden daarop reageren. „Rotterdam heeft er vele miljoenen tegenaan gesmeten om een mooie Instagram-achtergrond van de skyline te creëren. Maar wat dragen die spectaculaire gebouwen nou écht bij?” Neem de Markthal, zegt hij. „Daar komen weliswaar veel toeristen op af, maar het heeft ook de kraamhuurprijs voor marktkooplui opgedreven.”

Bilbao, Spain - Jul 07, 2012: Reflection of the Guggenheim Bilbao museum on the Nervion river in Bilbao. The museum was designed by Frank Gehry
De bedevaartskerk in het Duitse Neviges, in 1968 ontworpen door de ‘brutalisitsche’ architect Gottfried Böhm.

Foto Getty
Links: Het Guggenheim in Bilbao. Rechts: De bedevaartskerk in het Duitse Neviges, in 1968 ontworpen door de ‘brutalisitsche’ architect Gottfried Böhm.
Foto’s Istock

Ook student Van der Meulen is hierover kritisch. „Als steden het Bilbao-effect proberen te reproduceren, is de kans groot dat er uiteindelijk een lelijk gebouw komt – alles om op te vallen en aandacht te trekken.” Het Britse kunstmagazine Apollo beschrijft een paradox bij het veelvuldig imiteren van de formule. „Uiteindelijk leidt dit tot generieke steden [...] waarin alle gebouwen vaaglijk aan elkaar doen denken. Singapore ziet eruit als Taipei, dat er weer uitziet als Dubai, Dallas of Doha.”