Twaalf uur lang met natte was sjouwen

Mensenhandel Vluchtelingen laten wassen, strijken en vouwen voor 4,50 per uur. In een wasserij in Zaandam gebeurde het. Uitbuiting, vindt het OM.

Foto Getty Images/iStockphoto

Iedereen in het asielzoekerscentrum in Zaandam wist: als je werk wilt hebben, moet je bij Khaled van de wasserij zijn. Vanaf ten minste halverwege 2016 tot eind van dat jaar werkten asielzoekers met verblijfspapieren in de wasserij van de in Egypte geboren Khaled en zijn drie broers Waleed, Hosni en Wahid. Werknemers uit onder meer Syrië, Eritrea en Guinee streken en vouwden er het wasgoed voor hotels uit Amsterdam en omgeving. Het bedrijf kon zijn diensten tegen lage tarieven aanbieden door op de lonen te beknibbelen. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) werden de statushouders fors onder het minimumloon betaald.

De vier broers moesten zich daarvoor de afgelopen dagen bij de rechter in Amsterdam verantwoorden. Het OM legt hun mensenhandel en valsheid in geschrifte ten laste. Het bedrijf had een rommelige boekhouding, waarin werknemers en uitbetaalde lonen niet staan opgenomen. De officier eiste afgelopen maandag 24 maanden tegen elk van de vier broers. Zij zaten ruim een half jaar in voorarrest. Twee oud-werknemers deden na het onderzoek van het OM aangifte bij de politie.

Arbeidsinspectie

De Zaanse wasserijzaak kwam ruim anderhalf jaar geleden aan het rollen. Tijdens een controle in de wasserij werden vijf à zes slapende Syriërs aangetroffen. Omdat ze verblijfspapieren hadden, dropen de agenten af. Na drie meldingen via Meld Misdaad Anoniem volgde in augustus 2016 een tweede controle: wederom sliepen werknemers op de werkplaats en overal scharrelden muizen. Gedurende bijna twee maanden werd het bedrijf geobserveerd. De arbeidsinspectie constateerde „tientallen overtredingen”, waaronder machines die niet goed werkten en een onveilige werkplek. In november werden de broers aangehouden.

Het OM stuitte de afgelopen jaren vaker op uitbuiting in wasserijen op meer plekken in het land. Afgelopen jaar werd een man veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf, omdat hij mensen zonder verblijfspapierenuit India en Marokko liet werken in wasserijen onder volgens de rechter „mensonwaardige omstandigheden”. Begin maart dient een andere wasserijzaak. Het OM heeft nog meerdere onderzoeken lopen.

Volgens het OM mikten de broers uit de Zaanse wasserij bewust op werknemers die de Nederlandse wet- en regelgeving niet kenden, omdat die zich minder snel verzetten tegen slechte werkomstandigheden dan Nederlandse werknemers. De werknemers hadden het geld bovendien hard nodig om hun familie naar Nederland over te laten komen. Volgens de officier van justitie hadden de broers maar één doel: tegen zo laag mogelijke kosten leveren en daardoor meer winst maken.

Zwaar en niet ongevaarlijk

Melek Yamali, advocaat van één van de verdachten, betoogde tijdens de zitting dat de werknemers zelf om het werk hadden gevraagd en weg konden wanneer ze dat wilden. Ze vond de eis disproportioneel.

Het werk in de Zaanse wasserij bestond veelal uit het sjouwen van nat wasgoed, soms meer dan twaalf uur op een dag. Het was zwaar werk, vonden sommige asielzoekers, en volgens het OM was het niet ongevaarlijk: de werknemers werkten zonder beschermende kleding met chemische stoffen.

De Syriërs verdienden 4,50 euro per uur en soms nog minder, maar moesten, als er een controle zou plaatsvinden, vertellen dat ze een tientje verdienden, vertelden enkele oud-werknemers, die tegen de broers getuigden. Een Eritrese werknemer verklaarde: „Ze betaalden je salaris in delen, zodat je altijd terugkwam.”

Ontkenning

De broers ontkennen tegenover de rechter dat ze de werknemers onder zware omstandigheden lieten werken. Khaled: „Het is leuk, comfortabel en niet moeilijk werk. We hebben een leuke tijd gehad.” Voor het uitbetalen van de lonen waren zij überhaupt niet verantwoordelijk, zeggen ze. Het klopt dat zij alle vier even directeur zijn geweest van de wasserij of één van de bv’s eromheen, maar geld zouden ze amper verdiend hebben („600 tot 900 euro per maand”). En ze hadden geen van allen de leiding over het bedrijf, zeggen zij.

De echte baas was volgens de broers een zekere Gábor uit Hongarije, hij zou ook over de volledige administratie van de wasserij beschikken. Zij werkten allemaal voor hem: als chauffeur, vertegenwoordiger en als werknemer op de werkvloer – ook zij kregen onregelmatig betaald. „Ik had net genoeg geld om van te leven”, verklaarde Waleed.

De politie heeft Gábor niet kunnen vinden. De broers weten ook niet waar de Hongaar zich bevindt.

De rechtbank doet op 22 maart uitspraak.