Column

Shell strikes back

Zo kort als Halbe Zijlstra dinsdag de Tweede Kamer te woord stond, zo uitvoerig liet hij zich na afloop interviewen. De traantjes van achter het spreekgestoelte gedroogd. Handen op de rug, linker middelvinger in zijn rechtervuist. Redeneren tot aan de uitgang. Nee, hij keert niet terug in de Tweede Kamer. En ja, „de beschrijving van de gebeurtenis klopt, maar ik was er niet zelf bij”.

Daar blijft hij dus bij, denk ik terwijl ik meeloop in de zwerm journalisten. Een beveiliger kan de kersverse ex- minister er net van weerhouden de roltrap die hem tegemoet komt te betreden.

Jeroen van der Veer, oud-Shell-topman en naar deze week bleek de bron van Zijlstra’s bewering, zei in oktober vorig jaar al tegen de Volkskrant: „In al mijn bezoeken aan president P, daar was Halbe niet bij.” En dinsdag voegde Van der Veer daaraan toe dat hij Zijlstra’s interpretatie van Poetins woorden op die bijeenkomst niet deelt. De kwalificatie „nice to have” – volgens Zijlstra een aanwijzing dat Poetin ooit misschien ook Kazachstan zou willen heroveren – heeft de niet-aanwezige Zijlstra in elk geval niet van de wel-aanwezige Van der Veer gehoord.

Oh, bloody shame.

De grootste ondernemerspartij van Nederland, de wakkerste verdediger van het kapitaal, waarvan de leider altijd zegt dat het summum van Nederlandse belangen bestaat uit samen centjes verdienen – uitgerekend die partij heeft de belangen van een van de grootste multinationals in Nederland geschaad.

In 2014 vertelde Van der Veer van zijn ontmoeting met Poetin aan Zijlstra. De VVD’er moet hebben gevonden dat hij een groter belang had bij het ferm positioneren van zijn partij tegenover Rusland, dan bij het onderhouden van de goede handelspositie van Shell.

Je vraagt je af wat er door het hoofd van Van der Veer is gegaan, toen hij begreep dat Halbe Zijlstra zijn verslagje had gebruikt om de gemoederen tijdens een VVD-congres op te hitsen. Dacht hij: daar gáán onze goede contacten met Poetin? Daar gáán mijn concessies? Was de zorgvuldige handelsdiplomatie tussen 2006 en 2013, toen Van der Veer „verscheidene gesprekken” met de Russische president had gevoerd, dan voor niets geweest? Alleen maar voor het politieke gewin van een politicus die in 2006 nog gemeenteraadslid in Utrecht was, en deed of hij mee naar Rusland mocht op de slippen van het grote Shell als eigenaar van een projectmanagement-bedrijfje.

Van der Veer heeft uiteindelijk kennelijk gedacht: je kan me wat. Hij heeft de Volkskrant verteld hoe de vork in de steel zat. En zo verloor de politiek het dinsdagavond toch weer van het grootkapitaal.

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.