Pioniers vinden elkaar in liefde voor de slee

Skeleton Kimberley Bos debuteert op de Winterspelen. De Nederlandse wordt getraind door de Brit Kristan Bromley, slee-ontwerper en -bouwer.

De eerste Nederlandse olympische skeletonner Kimberley Bos heeft wel een klik met de baan in Pyeongchang. Foto Koen van Weel/ANP

Bij vliegtuigbouwer British Aerospace ging twintig jaar geleden een intern memo rond. Wie er wat kon betekenen voor ‘Bob Skeleton’? Ingenieur Kristan Bromley had geen idee waarover het ging en vroeg aan collega’s of zij wisten wie die Bob Skeleton was. Groot was zijn verbazing toen hij ontdekte dat het een sport betreft, een sport die zijn leven compleet op de kop zou zetten. Vier keer olympisch deelnemer, een wereld- en Europese titel. In Pyeongchang staat Bromley op zijn vijfde Winterspelen, nu als coach van Kimberley Bos, de eerste olympische skeletonner die Nederland voortbracht.

Soms neemt het leven een onverwachte wending en word je van techneut een succesvolle sportman met je buik op een sleetje. Omdat Bromley aansloeg op het memo, een noodkreet van de Britse bobslee- en skeletonbond, die de vliegtuigfabrikant om hulp had gevraagd. De Britse skeletonners pionierden maar wat met tweedehands materiaal en wilden vooruit.

Ontwerp van sleeën

Gebrek aan geld en materiaalkennis dreef de federatie naar de industrie, waar Bromley het avontuur aanging met het ontwerpen en bouwen van sleeën. Tot hij, uitgedaagd door de Britse skeletonners, zelf op een slee kroop. Een extatische ervaring, die zelfs hem tot skeletonner transformeerde.

‘Doctor Ice’ is inmiddels zijn bijnaam. Een ode aan Bromley’s succesvolle carrière, die hij vier jaar terug op de Spelen in Sotsji afsloot, maar vooral aan zijn rol als ontwerper en bouwer van sleeën. Je zou hem met evenveel recht de skeletonprofessor kunnen noemen. Bij gebrek aan referentiekaders besloot Bromley twintig jaar terug met zijn broer Richard zelf de sleefabricage ter hand te nemen, een stap die is uitgemond in een heus bedrijf.

Veel skeletonners storten zich tegenwoordig op een ‘Bromley’ door het ijskanaal, onder wie Kimberley Bos, aan wie de 45-jarige Brit zich achttien maanden geleden als coach committeerde. „Omdat ik bij haar die pioniersgeest uit mijn begintijd herkende”, verklaart Bromley zich nader. „Ik begon mijn carrière ook zonder steun. Kimberley is talentvol, dat viel me op. En ik dacht: laten we eens kijken wat ik kan betekenen voor een klein team. Eens kijken of we het verschil kunnen maken. En hier zijn we dan, op de Winterspelen.”

Fysieke malheur

Trots dat het gelukt is, hoewel Bos zich met de nodige moeite voor Pyeongchang 2018 wist te plaatsen. Maar dat was volgens haar coach vooral een gevolg van fysieke malheur. Ze werd rond de kerstdagen ziek en dat had zijn weerslag op de daaropvolgende reeks kwalificatiewedstrijden. Kimberley kan veel beter, beweert Bromley. Op een dag moet haar latente talent tot ontplooiing komen, is zijn overtuiging. Wie weet kan David in Pyeongchang Goliath al verslaan. Bromley lacht besmuikt bij die gedachte. „We dragen niet de last van de favorietenrol. Van Kimberley wordt geen gouden medaille verwacht. Maar wie weet.”

Aan het materiaal zal het niet liggen, weet Bromley, die de slee van Bos met zorg heeft geprepareerd. „Helemaal vanaf standaard opgebouwd. Een stalen frame met een omhulsel van carbonfiber en daarop een soort foam om enigszins comfortabel te liggen. Ik heb haar slee in twee jaar tijd ook nog eens sterk gefinetuned. Daar zitten veel uren in. En nu moet het goed zijn.”

Trage olympische baan

Na een vijftigtal trainingruns op de relatief trage olympische baan, denkt Bos het karakter van het ijskanaal te begrijpen. Op deze baan werd ze vorig jaar tijdens de olympische testwedstrijd trouwens derde. „Maar dat zegt niks”, waakt Bromley voor optimisme. „De vraag is of Kimberley tijdens de training ‘in contact’ met de baan is gekomen en voorbereid is op twee afgevlakte, tricky bochten. Nu Kimberley weer fit is, is ook haar explosiviteit bij de start terug. Belangrijk, want vergis je niet, er is veel kracht nodig om een slee van 35 kilogram van nul tot 20 kilometer per uur weg te duwen.”

En hoe kijk Bos zelf tegen haar olympisch debuut aan? In alle rust en vol zelfvertrouwen. Het materiaal is goed, de trainingen begonnen slecht, maar ze verbeterde zich gestaag. Bos heeft het gevoel dat ze een connectie met de baan heeft, hoewel bocht vier haar nog wel enige zorgen baart. Bos: „Het profiel wijkt daar af van wat gebruikelijk is. Je wordt bij het uitkomen hard tegen de wand geslagen en dat is niet prettig. Oppassen dat je daar niet van de slee valt. Maar al met al heb ik wel een klik met deze baan.”

    • Henk Stouwdam