Opinie

    • Frits Abrahams

Pesten op het schoolplein

Holadijee, iedereen cabaretier. Zo zou je de stemming in Nederland rond de affaire-Zijlstra kunnen samenvatten. We konden onze lol niet op.

‘Halbe Faalstra’. ‘Halve Zoolstra’. ‘Halbe Liegstra’. ‘Joop Klepzeiker’. Fotocollages met het hoofd van Halbe Zijlstra tussen met napalm gebombardeerde Vietnamese kinderen, in de auto van de net vermoorde president Kennedy, bij de invasie in Normandië, naast Hitler. #Halbewaserbij.

Lachen!

Nu nog een collage met Halbe tussen moffenhoeren die op de mestkar tussen joelende omstanders door het dorp worden gereden. Misschien zal het lachen ons dan enigszins vergaan en krijgen we ook oog voor de tragische kant van deze menselijke komedie.

De hoofdpersonages zijn de laatste tijd opvallend vaak mannen, het lijkt wel of dit het jaar van de Vallende Man wordt. Ze vallen van het voetstuk waar wij ze zelf vaak vol bewondering op hebben gezet. Door de #MeToo- beweging sneuvelen ze bij bosjes, eerst in de Verenigde Staten, later ook elders. Sommigen terecht, bij anderen moet dat nog bewezen worden.

Politici moeten er ook aan geloven als ze zich door lust, geldzucht of ambitie hebben vergaloppeerd. Bij Halbe Zijlstra was het vooral ambitie. Hij wilde laten zien hoe gemakkelijk hij al aanschoof bij de groten der aarde toen hij nog geen minister van Buitenlandse Zaken was. En hij wilde de wereld waarschuwen voor wat hij er had kúnnen horen als hij er zelf bij aanwezig was geweest. Daarvoor had hij een leugen nodig die hij sinds 2016 als een waarheid presenteerde.

Een week eerder kreeg ook de reputatie van de dichter Lucebert een dreun. Hij had zijn verleden als jonge nazisympathisant verzwegen. Verzwijgen is ook een vorm van liegen. „Hij was een ongelooflijk bange man”, zei een van zijn dochters. Misschien bedoelde ze: bang dat zijn verleden hem zou inhalen.

Lucebert was in de oorlogsjaren bevriend met een andere dichter, Hans Andreus. Die meldde zich aan bij het nazigezinde Vrijwilligerslegioen Nederland. Zijn misstap werd na de oorlog niet strafrechtelijk bestraft, maar desondanks bleef Andreus ook tegenover zijn beste vrienden zwijgen over zijn verleden. Hij moet zich diep geschaamd hebben.

Lucebert en Zijlstra hebben weinig gemeen, behalve dat ze – Lucebert postuum – in dezelfde periode in opspraak kwamen vanwege een geheim gehouden verleden. Ook zij werden er bange mannen door die de openbaarheid meden. Lucebert ontweek het onderwerp in interviews, Zijlstra verborg zich voor de pers, in dit geval de Volkskrant.

Dat was onhandig, stom en laakbaar, maar ook nogal menselijk. Bij de een stond een artistieke carrière op het spel, bij de ander een politieke. Velen gingen hun in dit opzicht voor, met politicus Willem Aantjes als bekendste voorbeeld.

Ze verdienen terechtwijzing, dat beseffen ze zelf ook wel, zoals blijkt uit de beslissing van Zijlstra om af te treden. Maar kan in zijn geval nu ook een einde komen aan hoon en haat, kortom, de maatschappelijke doodverklaring, zoals die zich vooral in de sociale media voltrok? Dat was pesten op het schoolplein, waar we allemaal zo tegen zijn. En nota bene aangewakkerd door enkele politici uit de Tweede Kamer die zelf evenmin een onbevlekt blazoen hebben.

    • Frits Abrahams