‘Opmars Trump bewijst: we kennen ons eigen land niet’

Machiavelli-lezing

Media-onderzoeker Emily Bell waarschuwt in haar Machiavelli-lezing voor het gevaar van een gebrekkige lokale pers.

Reddinsgwerkers in de afgebrande Grenfell-toren in Londen, juni 2017. Foto Neil Hall/Reuters

Deze brand staat niet op zichzelf, dit verhaal smeult al jaren. Dat was de boodschap van een woedende bewoner van de Londense Grenfell Tower voor de toegestroomde pers. Een dag eerder, op 14 juni 2017, vatte de flat kort na middernacht vlam. Door brand-onveilige gevelbekleding, zo bleek later, kon het vuur snel langs de buitenkant van de flat omhoog klimmen. Er vielen tenminste tachtig doden en tientallen gewonden. Kritische buurtbewoners waarschuwden in een blog al jaren voor verloedering en brandgevaar. Maar toen was er geen verslaggever te zien. Waar wás de pers al die tijd?

De Amerikaanse Emily Bell, hoogleraar aan de Columbia School of Journalism gaat nog een stap verder: een goede lokale pers had de brand misschien wel kunnen voorkomen.

Woensdag hield Emily Bell in Den Haag de jaarlijkse Machiavelli-lezing getiteld ‘The Global Crisis of Local News’. Net geland in Amsterdam geeft ze toe dat het „natuurlijk pure speculatie” is, om te stellen dat degelijke berichtgeving in stadsdeel Kensington zovéél verschil had kunnen maken. Maar laat haar boodschap duidelijk zijn: er is in grote delen van de wereld, van Kensington tot Kentucky, een groot gebrek aan kwalitatieve lokale verslaggeving. Na jarenlang voor The Guardian te hebben gewerkt, woont Bell nu in New York, en legt uit dat sommige kranten meer verslaggevers naar Europa sturen dan naar de stad zelf. „In New York zijn tientallen rechtbanken waar nooit een verslaggever komt. In Amerika zijn provinciehuizen waar nooit een journalist is geweest.” En in Europa, stelt Bell, is precies hetzelfde aan de hand. Uit een van de laatste omvangrijke onderzoeken van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek blijkt dat lokale journalistiek in driekwart van de Nederlandse gemeenten bedreigd wordt.

De oorzaak is bekend, zegt Bell. Media kampen met een krimpende advertentiemarkt en richten zich op de betalende lezer. „Lokaal gezien is dat een lastig verdienmodel.”

Bell is toch optimistisch: het probleem wordt inmiddels onderkend. Bell: „Laten we eerlijk zijn, zonder de politieke ontwrichtingen van de afgelopen jaren hadden we nu niet over het onderwerp gesproken. Onverwachte bewegingen zoals de opkomst van Donald Trump en de Brexit hebben media voor de vraag gesteld: hoe goed kennen we ons eigen land eigenlijk?”

Daarbij signaleert Bell nog een andere manier waarop lokale journalistiek kan bijdragen aan de toenadering tot de lezer. Lokale journalistiek, zo stelt ze, kan namelijk als „pijplijn” functioneren, als een plek waar jonge mensen met uiteenlopende achtergrond kennis kunnen maken met het vak. Bell: „Wij klagen dat de journalistiek niet divers genoeg is, dat de mensen die er werken niets delen met de mensen waarover ze schrijven. Wie nu in een kleine stad woont, of op het platteland, begint misschien een blog, of sluit zich aan bij een Facebookgroep. Er is voor die mensen geen professionele nieuwsorganisatie waar ze terecht kunnen.”

Bell vestigt haar hoop op publieke omroepen, op samenwerkingen, op plekken waar lezersaantallen niet meteen tellen. „Gedegen journalistiek zou zoiets moeten zijn als gedegen politiek. Het moet er zijn, ondanks het feit dat er misschien weinig mensen aandacht voor hebben.”

    • Lineke Nieber