Opinie

Beoordelingsvermogen van premier Rutte schoot tekort

Halbe Zijlstra heeft dinsdag het enige besluit genomen dat hij kon nemen: hij is afgetreden als minister van Buitenlandse Zaken. Na alle ophef rond zijn ‘nepaanwezigheid’ bij een gesprek met de Russische president Poetin was er voor hem geen houden meer aan. De lawine aan excuses voor zijn, naar eigen zeggen, „met afstand grootste fout uit zijn gehele carrière’’ trok hem op het laatst alleen nog maar dieper de afgrond in. Zijlstra zou bij aanblijven, zoals hij ook zelf in de Tweede Kamer in zijn afscheidstoespraak opmerkte, een belasting voor het ambt van minister van Buitenlandse Zaken zijn geworden.

Het was een pijnlijke maar onvermijdelijke afgang die nog pijnlijker is omdat het een ervaren politicus met een lange staat van dienst betreft. Een politicus bovendien met een spilfunctie in het kabinet. Zijlstra was namelijk niet alleen minister van Buitenlandse Zaken, maar als VVD-onderhandelaar bij de langdurige kabinetsformatie ook één van de architecten van het huidige vierpartijenkabinet.

Van het gezelschap ministers dat wekelijks in de Trêveszaal bijeenkomt, zijn het nu alleen nog maar premier annex VVD-leider Mark Rutte en derde vicepremier Carola Schouten (Christenunie) en minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) die aanwezig waren bij de conceptie van het kabinet.

Zijlstra zat met 111 dagen nog te kort op het ministerie van Buitenlandse Zaken om met zijn voortijdige vertrek echt een gat te kunnen slaan. Maar de eerste maanden heeft hij wel laten zien dat hem een, hem aanvankelijk aangewreven, gebrek aan ervaring niet hoefde te hinderen. Zijlstra leek op weg om binnen de strakke bandbreedte van het buitenlands beleid toch enige eigen accenten te zetten.

De coalitie kreeg te maken met het eerste bedrijfsongeval. Opmerkelijk was hoe de regeringspartijen in eerste instantie haast reflexmatig reageerden op de onthulling van Zijlstra dat hij gelogen had over zijn ontmoeting in 2006 met president Poetin. Natuurlijk had hij een fout gemaakt, maar verder alle steun, was de teneur. Het meest potsierlijk was wel de reactie van D66-leider Pechtold die zei de eerste Rus nog te moeten tegenkomen die zijn fouten rechtzet.

Uit de defensieve reacties bleek een totale onderschatting van de betekenis van de leugen van Zijlstra. Het coalitiebelang zette weer eens een stop op het denken.

In een tijd dat iedereen vol is van desinformatie en nepnieuws en daarvoor met de vinger naar Rusland wijst, is een minister die zelf een loopje met de waarheid neemt zeer schadelijk. Als hij vervolgens daarvoor in eerste instantie ook nog in bescherming wordt genomen door de coalitie, wordt de schade alleen nog maar groter.

Vraagtekens kunnen ook gezet worden bij het beoordelingsvermogen van premier Rutte op dit punt. Toen hij twee weken geleden door Zijlstra op de hoogte werd gebracht van het nieuws dat er aan zat te komen, was dat voor hem geen aanleiding direct actie te ondernemen. Hij wilde eerst de publicatie in de Volkskrant afwachten.

Maar met het handelen van Zijlstra was de geloofwaardigheid van Nederland op het spel komen te staan. Bij zoiets is ogenblikkelijk optreden van de premier een eerste vereiste.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.