Hyperintelligente sfinx die zijn stempel op de jaren tachtig drukte

Ruud Lubbers, de langstzittende premier van Nederland, overleed woensdag op 78-jarige leeftijd. Hij was politiek wispelturig, maar trok Nederland met zijn oplossingsgerichte bestuursstijl uit diepe crises.

Foto ANP

Opeens stond hij daar weer. Terug van weggeweest: Ruud Lubbers. Voor een bomvolle zaal met jongeren in Biddinghuizen die hem een ovationeel applaus gaven. De man van vroeger, de man van hun ouders, had op het Lowlands Festival een meeslepend verhaal gehouden over hun door milieuvervuiling en klimaatverandering bedreigde toekomst. Eindigend met de woorden: „Jongeren hebben verantwoordelijkheid voor de toekomst. Niet voor één land, maar voor de aarde.”

Dat was in augustus 2005. Vijf jaar later was Ruud Lubbers er wederom opeens weer. Dit keer op voor hem vertrouwd terrein: het Haagse Binnenhof. Om als informateur te proberen na een ingewikkelde verkiezingsuitslag een meerderheidscoalitie tot stand te brengen. Bij de traditionele persconferentie die het begin van zijn werkzaamheden inluidde, trof hij een merendeels nieuwe generatie journalisten aan. Mensen die hem alleen maar kenden ‘van horen zeggen’. En die na zijn eerste optreden concludeerden: wat een verrassende man. Iemand die gewoon vertelde wat hij kort daarvoor met de koningin besproken had.

De dagen daarna trof Lubbers een eveneens nieuwe generatie politici. Mensen die luisterden naar namen als Rutte, Verhagen, Wilders. Mensen die weinig ophadden met de omtrekkende en behoedzame bewegingen die de informateur wilde maken. Zij wilden recht op hun doel af naar een kabinet waarbij, zoals beoogd premier Rutte later zou zeggen „rechts zijn vingers zal aflikken”. Maar toen was Lubbers door het drietal reeds lang op een zijspoor gezet. Voor zijn manier van politiek bedrijven was geen plek meer.

De woensdag op 78-jarige leeftijd overleden politicus Rudolphus Franciscus Marie Lubbers (7 mei 1939), beter bekend als Ruud, zette als geen ander zijn stempel op de jaren tachtig van de vorige eeuw. Met de bijna twaalf jaar dat de christen-democraat van november 1982 tot augustus 1994 ononderbroken leiding gaf aan verschillend samengestelde kabinetten is Lubbers nog altijd de langstzittende minister-president die Nederland gekend heeft. Hyperintelligent, razendsnel, ondoorgrondelijk en sfinx zijn de trefwoorden die met zijn naam verbonden zijn.

Lange tijd eerste man van het Christen-Democratisch Appèl, het fusieproduct van drie confessionele partijen, maar tevens een man die, zoals partijgenoten opmerkten, tijdens de opening van fractievergaderingen uit de Bijbel voorlas alsof hij uit een kookboek voordroeg. Anders gezegd: Het christelijke spatte er bij hem niet vanaf; de zakelijkheid des te meer. Uiterlijk dan. Vanbinnen was de bij de Nijmeegse jezuïeten opgeleide man wel degelijk gelovig, en vooral zoekende.

Onberekenbare ‘buitenminister’

Dat Lubbers in 1982 premier werd van een CDA-VVD-kabinet was een tamelijke verrassing en tevens een gok. Premier Dries van Agt die bij de verkiezingen van september dat jaar nog lijsttrekker voor de christen-democraten was geweest, had geen zin meer. Zijn partijgenoot Jan de Koning moest het maar gaan doen, vond hij, maar die wilde niet. Dus werd het Ruud Lubbers, de onberekenbare, die zich tijdens de jaren dat Van Agt premier was als CDA-fractievoorzitter had ontpopt als een ‘buitenminister’ die zich met alle zaken bemoeide en eveneens voor alle politieke problemen een oplossing had.

Het ‘even meedenken’ van Lubbers was berucht bij de ministers. Én bij ambtenaren, die het advies kregen op de talloze met hanenpoten geschreven kattenbelletjes van Lubbers niet alleen de datum te vermelden maar ook het tijdstip. Lubbers’ probleemoplossingen wilden zich namelijk nog weleens in snel tempo opvolgen. „Daar komt alweer de zeventiende variant van de zeventiende minister, zeiden we als raadadviseurs weleens tegen elkaar. Iedereen werd daar horendol van. Het was allemaal wel heel knap wat hij deed, maar niemand kon het volgen”, aldus jaren later Hans Margés, een van die adviseurs.

Kon deze politiek wispelturige man daadkrachtig leiding geven aan het land, was in 1982 de vraag. Dat kon hij, bleek al snel. Nederland had in die jaren net als de rest van West-Europa te maken met een ernstige economische crisis. Oude industrieën zoals scheepsbouw en textiel verdwenen in rap tempo en landen keken aan tegen hoge werkloosheidscijfers en hoge overheidstekorten. In Groot-Brittannië zette Margaret Thatcher de machtige vakbonden opzij en regeerde met een snoeihard beleid, de Verenigde Staten waren onder leiding van president Ronald Reagan in de ban van de liberale en ondernemersvriendelijke ‘Reaganomics’, in Duitsland was Helmut Kohl aan de macht en in Nederland introduceerde Ruud Lubbers zijn „no-nonsense”-beleid.

‘Ruud Shock’

‘Ruud Shock’ noemde het Amerikaanse weekblad Time hem in 1984 toen hij twee jaar bezig was. Thatcher was zeer gecharmeerd van de „jonge praktische zakenman” zoals zij hem in haar memoires noemde. Zij constateerde dat hij met zijn bezuinigingsmaatregelen soms verder durfde te gaan dan zij zelf. De overheidssalarissen met 3,5 procent verlagen bijvoorbeeld. „Je brengt hiermee mijn reputatie als Iron Lady in gevaar”, zei ze tegen Lubbers bij een van hun ontmoetingen.

Ondertussen merkte Nederland aan den lijve dat er werd geregeerd: het openbaar vervoer lag plat, het vuilnis hoopte zich op in de straten en de brandweer zette het Binnenhof onder het schuim. Het overheidspersoneel „pikte” de bezuinigingen niet.

Maar toch betaalde het harde bezuinigingsbeleid zich electoraal gunstig uit. Met de leuze ‘Laat Lubbers zijn karwei afmaken’ ging hij in 1986 de verkiezingen in. Het leverde zijn partij een voor die tijd ongekende verkiezingswinst op van 45 naar 54 zetels. Het tweede kabinet-Lubbers was daarmee een vanzelfsprekendheid. En het politiek leiderschap van Lubbers eveneens.

1985-10-27 12:00:00 Premier Lubbers aan het woord in de Haagse Houtrusthallen tijdens de grote slotmanifestatie KKN (Komitee Kruisrakketen Nee) die door zo’n 25.000 mensen werd bijgewoond.
1986-08-03 12:00:00 Drs Ruud Lubbers had een niet alledaags ontmoeting met een ambtsgenoot uit Cameroou: de 8 jarige Francois lieder van een groep van 7 in Burgers Dierenpark te Arnhem. Beide ambtsdragers waren aanwezig op de opening van een nieuw buitenverblijf voor gorilla’s. Er werd geen persverklaring afgelegd na de besprekingen tussen de twee leiders….

De ontdekking van Lubbers in de vroege jaren zeventig kent vele vaders. Als volkomen buitenstaander maakte de miljonair annex mede-eigenaar van het familieconstructiebedrijf Hollandia Kloos uit Krimpen aan den IJssel in 1973 zijn entree in de Haagse politiek. Hij werd minister van Economische Zaken in het kabinet-Den Uyl. Nog maar net 34 jaar geworden was hij na Jan Pronk de jongste van de ploeg, bestaande uit de progressieve drie (PvdA, D’66, PPR) en de christelijke partijen KVP en ARP. Het was de PvdA’er Pronk die tegen Joop den Uyl gezegd zou hebben dat je met „die Lubbers wel uit vissen kan”. Maar ook D66-politicus Hans van Mierlo zou hem hebben genoemd.

En dan was er nog het Tweede Kamerlid Rinus Peijnenburg (KVP) die Lubbers kende via de christelijke werkgevers. Maar wie Lubbers in elk geval niet kende, was KVP-fractievoorzitter Frans Andriessen die hem uiteindelijk voordroeg bij Den Uyl. In het korte kennismakingsgesprek dat de KVP-voorman met hem voerde, kwam hij tot de conclusie dat Lubbers misschien dan wel wat jong was, maar voor het overige zeer geschikt.

De verbeelding aan de macht

De jaren als minister van Economische Zaken waren vormende jaren voor Lubbers. Met het ‘meest linkse kabinet’ van na de oorlog was de verbeelding aan de macht. Het ging over spreiding van kennis, macht en inkomens. Rood met een witte rand heette het kabinet. Lubbers en zijn confessionele collega’s vormden die witte rand. Ze werden als ‘bijzitters’ beschouwd. Meer dan eens verliet hij met slaande deuren het kabinetsberaad. Maar kwesties als olieboycot vergden ook crisismanagement. Zeker van hem als minister van Economische Zaken.

Na zijn ministerschap in het kabinet-Den Uyl keerde Lubbers niet terug in het kabinet-Van Agt-Wiegel dat hierop volgde. Dries van Agt wilde de ongrijpbare Lubbers niet op een van de financieel-economische kernposten hebben en bood hem Volkshuisvesting of anders Ontwikkelingssamenwerking aan. Lubbers bedankte beledigd voor de eer en nam plaats in de Tweede Kamer, waar hij na het gedwongen opstappen van Wim Aantjes in 1978 fractievoorzitter van het CDA werd.

In die functie leerde hij het politieke vak echt kennen, voor zover leren bij hem nog nodig was.

Zijn okergele roestige Renault 6 stond ’s morgens in alle vroegte als eerste op de parkeerplaats op het Binnenhof. Hij was er altijd. „Meedenken, meezoeken, zwaluwstaarten, doorgaan in concentrische cirkels”. De karakteristieke taal van Lubbers werd zelfs een lemma in de Van Dale: lubberiaans. Vaag en omslachtig. Synoniem: wollig.

Alles gericht op de oplossing, niet op een visionair einddoel. Zo ging Lubbers ook te werk als premier. Hij had geen ideologisch probleem met de omvang van de collectieve sector, zoals mensen als Reagan en Thatcher dat wel hadden. Zijn probleem ermee was dat de boekhouding niet klopte. Hoe zaken werden opgelost telde minder dan dat zaken werden opgelost. Vandaar bijnamen voor Lubbers zoals ‘oplossingenmachine’ of ‘variantenman’. In een afscheidsbundel naar aanleiding van zijn vertrek stelde oud-VVD-leider Frits Bolkestein dat Lubbers „wel over een gyroscoop maar niet over een kompas beschikte”.

Zonder systeem, zonder gevoel

Veel van de ministers die in totaal drie kabinetten met Lubbers samenwerkten, ervoeren dit als een permanente wedstrijd. Wie in de ministerraad even niet oplette, stond op achterstand. Als er maar ergens een klein gaatje was, rook hij dat en maakte er gebruik van. Er werd toen wel gezegd dat wie wilde weten hoe Lubbers politiek bedrijft, moest kijken hoe hij bridget: zonder systeem en zonder gevoel, met maar één motief: winnen.

Lubbers zag de ministerraad niet als vriendenclub. Er moest gewerkt worden en dus was er bijvoorbeeld geen tijd voor small talk of gezellig samen lunchen. De wekelijkse broodjes tijdens de ministerraad zijn puur functioneel. Ze worden staande verorberd, zodat de ministers en marge onderling zaken kunnen doen - Lubbers voorop.

Legendarisch is het verhaal van het CDA-Kamerlid dat eens rustig en dus in een restaurant met Lubbers wilde praten. Het Kamerlid bestudeerde uitgebreid de menukaart en bestelde een driegangendiner. Vervolgens vroeg de ober aan Lubbers wat hij wenste. „Een uitsmijter”, antwoordde deze.

Kruisraketten

Los van de economische crisis stond het begin van de Lubbers-jaren ook in het teken van de kruisrakettendiscussie die het land zwaar verdeeld hield. Als antwoord op de Russische dreiging met nieuwe atoomwapens zouden in Nederland als gevolg van afspraken binnen de NAVO 48 kruisrakketten met kernlading moeten worden geplaatst. De kwestie speelde in de binnenlandse politiek hoog op. Van alles werd geprobeerd om dat besluit te voorkomen en ook hier speelde Lubbers weer een hoofdrol bij het verzinnen van oplossingen. Deze bewogen van de ‘verjaardagsvariant’ via de ‘Texelse variant’ naar de ‘schijnwerpersvariant’. Uiteindelijk besloot Nederland toch tot plaatsing. Het ging niet door omdat de Verenigde Staten en de Sovjetunie in 1986 een ontwapeningsakkoord bereikten.

In 1989 ging de drie jaar daarvoor geprolongeerde CDA-VVD-combinatie aan metaalmoeheid ten onder en ruilde Lubbers de liberalen in voor de PvdA van Wim Kok. Het werd een moeizaam kabinet, dat niets van de dadendrang had van Lubbers’ eerste kabinetten. Lubbers en zijn vicepremier Kok werden vergeleken met twee elkaar in bedwang houdende mammoeten die daardoor beide nauwelijks bewogen. De drive was weg en vanuit de Tweede Kamer werd Lubbers opgezweept door zijn potentiële en ambitieuze opvolger Elco Brinkman. „Het speelkwartier is voorbij”, riep Brinkman – en de ouverture van een waar koningsdrama was daar.

De weg kwijt

De ongeduldige kroonprins, die het kabinet vanaf de zijlijn opriep tot meer daadkracht en minder stroperigheid, riep bij Lubbers steeds meer irritatie op. Het zou culmineren in een ‘krankzinnig’ laatste half jaar voor de verkiezingen waarbij onder leiding van Lubbers de wildste scenario’s werden geconcipieerd om te voorkomen dat Brinkman de nieuwe eerste man van het CDA zou worden. Daartoe was hij zelfs bereid zijn kabinet op te blazen. Een conceptbrief waarin hij dit voornemen aankondigde betitelde Lubbers zelf als het ‘dynamietconcept’.

Partijgenoten zeiden in die tijd dat ‘Ruud de weg kwijt was’. Dat blijkt ook wel uit een later onthulde brief van Lubbers aan de CDA-partijtop waarvan hij een afschrift stuurde aan koningin Beatrix. De brief eindigde met de zinnen: „Ziehier het relaas dat voor jullie niet nieuw is. Hoe een volkspartij zich laat marginaliseren, omdat het ‘wij horen bij elkaar’ niet meer zichtbaar wordt gemaakt. Wat mij rest is te bidden. Dat valt mij – ondanks mijn zondigheid – niet zwaar. Mijn schild ende betrouwen zijt Gij, o God mijn Heer. Ruud.”

Kort voor de verkiezingen van 1994 maakte Lubbers op een openbare partijbijeenkomst bekend dat zijn stem niet naar lijsttrekker Brinkman zou gaan, maar de nummer drie op de lijst Ernst Hirsch Ballin. Bij de verkiezingen duikelde het CDA van 54 naar 34 zetels wat toen nog een ongekend verlies was. Het gevolg was ook dat christen-democraten voor het eerst sinds de invoering van het algemeen kiesrecht in 1917 buiten de regering bleven.

En Lubbers? In alle stilte verliet hij de partijpolitiek. In Europa droeg het kabinet hem tevergeefs voor als voorzitter van de Europese Commissie. Het stuitte op een veto van de Duitse bondskanselier Helmut Kohl die zich geërgerd had aan de kritiek van Lubbers op de hereniging van West- en Oost-Duitsland na de val van de Muur.

Lees ook Waarom hij Lubbers niet in Brussel wilde, over Kohls blokkade van Lubbers’ benoeming

Twee jaar later probeerde Lubbers, die inmiddels een baan had als deeltijdhoogleraar Globalisering aan de universiteit van Tilburg, secretaris-generaal van de NAVO te worden. Zijn sollicitatiegesprek in Washington liep uit op een fiasco. De rechttoe-rechtaan-Amerikanen hadden niets met Lubbers omfloerste en vele zijpaden inslaande taalgebruik.

Complot van de Amerikanen

De internationale baan diende zich eindelijk in 2000 aan toen Lubbers hoge commissaris voor de vluchtingen werd van de VN-organisatie UNHCR. In die positie kreeg Lubbers te maken met wat tegenwoordig een #MeToo-geval zou heten. Een Amerikaanse medewerkster beschuldigde hem ervan haar onzedelijk te hebben vastgegrepen. Een verhaal dat Lubbers zelf altijd is blijven ontkennen. Hij had slechts „een uiterst vriendelijk gebaar” naar haar gemaakt. Maar de ruis rondom dit incident en aanhoudende verhalen in de pers leidden er uiteindelijk toe dat Lubbers begin 2005 aftrad.

Zijn vrouw Ria is het altijd voor hem blijven opnemen. Volgens haar was het een complot van de Amerikanen die Lubbers kwijt wilden vanwege zijn kritiek op de Amerikaanse inval in Irak.

Teruggekeerd in Nederland ging Ruud Lubbers zich bezighouden met duurzaamheid en het redden van de wereld. Op microniveau door het inruilen van de eigen auto met benzinemotor voor een elektrische. Op het macroniveau als initiatiefnemer van de Round Table of Worldconnectors for People and the Planet.

Ruud Lubbers, altijd bezig, altijd zoekend, doelgericht maar vaak ook mystiek. Wie was Ruud Lubbers? Daarop wist hij zelf het antwoord niet eens.