De vijfvoudige schroefsprong: mogelijk of niet?

Hoogtepunt van het olympische kunstschaatstoernooi is de quad, een sprong met viervoudige schroef. Kan daar nog een rotatie bij?

Nathan Chen voert een quad uit tijdens het Amerikaans kampioenschap kunstschaatsen in 2017. Animatie YouTube

Het is een van de meest prestigieuze onderdelen van de Winterspelen: kunstschaatsen. De sport staat al op het programma sinds 1908, zelfs voordat er überhaupt aparte Zomer- en Winterspelen bestonden.

Het kunstrijden is in die 110 jaar steeds spectaculairder geworden. Waar de toeschouwers het in St. Moritz (1928) bijvoorbeeld nog moesten doen met pirouettes en hier en daar een simpel hupje, kan het publiek zich in Pyeongchang opmaken voor zogeheten quads: machtige sprongen waarin de schaatser razendsnel vier keer om zijn of haar as tolt.

Veel moeilijker dan de quad wordt het niet, maar toch zijn er al kunstschaatsers die de truc in één kür vijf keer uitvoeren. De volgende stap laat zich raden: een sprong met niet vier, maar vijf rotaties. Alleen: is zoiets natuurkundig gezien wel mogelijk? Techsite Wired zoekt het uit in deze interessante video.

De titel van het filmpje zegt het al: de quint is vrijwel ondoenlijk. Een kunstrijder zou met een snelheid van 500 omwentelingen per minuut moeten ronddraaien om de manoeuvre te kunnen doen. De snelste draaiers van dit moment halen de 430.

Maar toch: er zijn in de sportgeschiedenis wel meer ‘onneembare’ barrières geslecht. In de jaren zestig leek het uitgesloten dat ooit iemand de 10.000 meter onder de 15 minuten zou schaatsen, nu staat het wereldrecord op 12.36.

Het zou dus zo maar kunnen dat die vijfvoudige schroefsprong er een keer gaat komen. In Pyeongchang waarschijnlijk niet, maar wie weet. De eerstvolgende mogelijkheid is komende vrijdag, als de mannen in actie komen op de korte kür.

Correctie: in een eerdere versie werd gesproken over een vijfdubbele sprong. Dit is aangepast in vijfvoudige sprong.

    • Vincent Sondermeijer