De ups en downs van Kramer op de ‘tien’

10 kilometer

Na drie keer misgrijpen, wil Sven Kramer goud op de tien kilometer. Het wordt zijn ultieme poging.

Sven Kramer tijdens de Winterspelen van Vancouver 2010, vlak voor het moment van de foute wissel. Robin Utrecht/ANP

Dat donderdag 15 februari alle ogen op hem zijn gericht, ja, dat weet Sven Kramer in oktober al, nog voor het seizoen begint. „Ik kan wel zeggen: ik ga er niet aan denken, maar fucking bullshit. Het is er toch. Iedereen heeft het erover en het wordt fucking tough. Maar het moet wel.”

Die olympische tien kilometer ging al drie keer mis voor de topfavoriet. Pas negentien was hij in Turijn 2006: zevende, ach nog tijd genoeg. De verkeerde wissel in Vancouver 2010. Gesloopt door een geweldige Jorrit Bergsma in Sotsji 2014. Superieur op de vijf kilometer maar niet op de tien, althans niet op de Spelen. Rijp voor een psycholoog? „Nee, daar geloof ik niet in. Het belangrijkste om zoiets te verwerken is zelfspot. Anders heb je gewoon een zwaar leven. Dan wordt het hem niet. En als ik er zelf niet mee spot, doet een ander het wel.”

Zijn vertrouwen is onwankelbaar dat het nu wel lukt in de Gangneung Oval, waar hij zondag op de vijf kilometer zijn derde goud op rij won. „Als ie zo lukt als ik wil, rijdt er niemand harder”, zegt Kramer over de tien kilometer. Al lijken zijn belangrijkste rivalen Ted-Jan Bloemen en Jorrit Bergsma ook in vorm. Maar zal het lukken? Kramer en de tien kilometer, in drie keer plus en drie keer min.

Turijn 2006: min

Tweede op de vijf kilometer, dat is voor de olympische debutant Kramer een tegenvaller. Gevallen in de ploegachtervolging, slechts brons. Materiaalpech op de 1.500 meter. En op de tien kilometer geen moment kans op een medaille. Dat Kramer als zevende eindigt, is een bijzin in de feestvreugde rond zijn landgenoot Bob de Jong, die goud wint. De jonge stayer heeft al zoveel mooie tien kilometers laten zien. Kwestie van tijd dat het op de Spelen wel lukt.

Salt Lake City 2007: plus

Typisch Kramer, de manier waarop hij reageert op zijn deceptie op de olympische tien kilometer van Turijn. Bij het WK allround in Calgary rijdt hij een wereldrecord: 12.51,60. Een jaar later duikt hij daar in Thialf, op een laaglandbaan, nog onder: 12.49,88. Maar het echte meesterwerk is zijn derde wereldrecord op rij. In Salt Lake City komt tot de toptijd 12.41,69.

Vancouver 2010: min

Na een moeizame zege op de vijf kilometer vol druk en stress en een opnieuw zwakke 1.500 meter weet Kramer in de slotrit tegen de Rus Ivan Skobrev wat hem te doen staat: onder de snelste tijd tot dan toe duiken van de verrassende Zuid-Koreaan Lee Seung-hoon: 12.58,55. Kramer rijdt meesterlijk, zit op een tijd rond 12.54. Goud. Tot coach Gerard Kemkers hem de verkeerde baan instuurt. Diskwalificatie. „Dit was misschien wel mijn beste tien kilometer ooit”, treurt hij.

Sotsji 2014: min

Een seizoen eruit na Vancouver, vol fysieke en mentale problemen. Op ‘zijn’ vijf kilometer en de allroundtoernooien is Kramer snel weer de beste. De tien is een ander verhaal. Van de elf races in de olympische cyclus naar Sotsji wint hij er ‘slechts’ zes. Op de Spelen begeeft zijn rug het en rest zilver achter Bergsma. „Elke topsporter heeft een limiting factor. Knie, nek, bij mij is het mijn rug.”

Salt Lake City 2015: plus

Ted-Jan Bloemen rijdt bij de wereldbeker in Salt Lake City zijn ‘onbreekbare’ wereldrecord uit de boeken: 12.36,30. De rit erna start Kramer tegen Bergsma. Hij lijdt, zijn aartsrivaal heeft na acht kilometer ruim vier tellen voorsprong. Dan ziet hij Bergsma instorten, grijpt de strohalm en wint de race. Wereldrecord kwijt, maar cruciaal om met nieuwe moed te beginnen aan een ultieme poging olympisch kampioen te worden op de tien.

Gangneung 2017: plus

Als dat maar geen jaar te vroeg was. WK afstanden 2017, Kramer vliegt op de olympische ijsbaan van Gangneung naar de wereldtitel: 12.38,89. Zijn snelste tijd ooit. Bergsma probeert de tijd dapper te verbeteren maar ‘sterft’. „Soms denk je aan de domste dingen tijdens een tien kilometer”, vertelt Kramer. „Maar als je vanaf meter één gas moet geven, zoals in Korea, dan denk je nergens meer aan.”