NRC Checkt: ‘De ijskappen hebben een recordniveau bereikt’

Dat zei de Amerikaanse president Donald Trump in een interview op de Britse tv.

Foto Chuck Schug Photography

De aanleiding

In een interview dat eind januari werd uitgezonden door het Britse televisienetwerk ITV vroeg journalist Piers Morgan aan president Trump of hij gelooft dat klimaatverandering bestaat. Trump zei: „Er is afkoeling en er is opwarming. Ik bedoel, vroeger was het geen klimaatverandering, het heette opwarming van de aarde. Maar dat werkte niet omdat het overal te koud werd. De ijskappen zouden gaan smelten, ze zouden nu verdwenen moeten zijn, maar in plaats daarvan bereiken ze records. Ze zitten op een recordniveau.” Dat laatste checken we.

Waar is het op gebaseerd?

Trump antwoordt zoals je dat van een klimaatscepticus verwacht. Het is onduidelijk waar hij zijn uitspraken op baseert, maar mogelijk heeft hij zich laten inspireren door zijn favoriete nieuwszender Fox News of de rechtspopulistische website Breitbart, waar de invloed van de mens op het klimaat wel vaker wordt gebagatelliseerd. Sommige klimaatsceptici menen dat te kunnen aflezen aan de volgens hen groeiende ijskappen.

En, klopt het?

Het klimaat is van nature variabel, zegt Michiel van den Broeke, hoogleraar polaire meteorologie aan de Universiteit Utrecht. Maar de opwarming gaat nu veel sneller dan de natuurlijke schommelingen. In de vorige ijstijd was het bijvoorbeeld 6 graden kouder. Het duurde tienduizend jaar voordat de huidige temperatuur werd bereikt – dat is bijna 1.700 jaar per graad temperatuurstijging. Recent heeft de aarde er slechts 100 jaar over gedaan om één graad warmer te worden.

Volgens Van den Broeke is er inderdaad een verschuiving van de term opwarming naar klimaatverandering. Maar niet omdat de opwarming uitbleef, maar omdat antropogene (‘door de mens veroorzaakte’) klimaatverandering de lading gewoon beter dekt. Het gaat niet alleen over temperatuurstijging, maar ook over de frequentie van tropische cyclonen en neerslagpatronen.

Hoe dan ook, de ijskappen staan er tamelijk beroerd voor. Al is er af en toe een toename van de hoeveelheid ijs (zoals er ondanks klimaatverandering ook nog steeds een Elfstedentocht mogelijk is), de trend is overal negatief.

Waar Trump op zou kunnen doelen is een overdreven voorspelling van een paar jaar geleden over de afname van het Arctische zeeijs. Volgens die voorspelling zou het ijs aan het eind van de zomer nu al grotendeels verdwenen moeten zijn. „Het was één wetenschapper, de gerespecteerde zeeijsspecialist Peter Wadhams, die dat voorspelde toen in 2012 het ijs een scherp minimum bereikte”, zegt Van den Broeke. „Wadhams stond daarin tamelijk alleen. Het laat zien hoe een wetenschapper met een alarmistische boodschap uit de bocht kan vliegen.”

De werkelijkheid is alarmerend genoeg. De jaarlijkse minimum zeeijsbedekking in het Noordpoolgebied neemt af met ongeveer 10 procent per decennium. Dat zou kunnen betekenen dat rond 2070 de Noordpool in de zomer ijsvrij is.

Ook het landijs (de ijskappen op Groenland en Antarctica en kleinere gletsjers wereldwijd) smelt. Dat leidt tot een zeespiegelstijging van zo’n 3 mm per jaar, waarvan ruwweg een derde wordt veroorzaakt door uitzetting van het warmer wordende zeewater, een derde door de gletsjers en een derde door de ijskappen van Groenland en Antarctica samen. „Dat lijkt misschien niet zo veel”, zegt Van den Broeke. „Maar 1 mm zeespiegelstijging betekent wel 400 kubieke kilometer gesmolten ijs.”

Veel zal afhangen van wat er gebeurt op Groenland en Antarctica. Als al het Groenlands ijs zou smelten, stijgt de zeespiegel met zo’n 7 meter. Dat is bescheiden in vergelijking met het ijs op Antarctica. Daarin ligt 56 meter zeespiegelstijging opgeslagen.

Conclusie

Gelet op de groei van de ijskappen, is er volgens Donald Trump geen reden tot grote zorg over het klimaat. Dat terwijl uit alle wetenschappelijke waarnemingen blijkt dat de ijskappen wel smelten. We beoordelen de stelling daarom als onwaar.

Suggesties? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt
    • Paul Luttikhuis