Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Carnaval

Marcel

Mijn moeder (86) zei tijdens carnaval niet meer met het openbaar vervoer te reizen. Ik nam de mededeling voor kennisgeving aan en vroeg niet door. Het waarom werd mij gisteren in geuren en kleuren gerapporteerd door de Arnhemse vriendin die zo lief was om haar op mijn verjaardag (ik was tijdens carnaval jarig) van en naar mijn woning te brengen.

Ze zei: „Nou, ze zat wel vol verschrikkelijke verhalen zeg, het was net slachtofferhulp.”

Mijn moeder bleek vorig jaar in een trein tussen Oeteldonk en Knotsenburg lastig te zijn gevallen door een man van middelbare leeftijd. Hij droeg een wit laken waarop met viltstift schunnige teksten waren geschreven. Hij was tegenover haar gaan zitten, had een boer gelaten en had daarna zijn voeten naast haar op de bank gelegd. Na haar vraag of het mogelijk was om de benen in te klappen was hij in woede ontstoken. Hij had haar uitgescholden voor ‘kutwijf’ en haar gewaarschuwd om verder haar ‘bek’ te houden. De andere mensen in de coupé waren van schrik gaan verzitten, waarna ze er alleen voor stond. Ze durfde zich niet meer te verroeren. Ze wist niet of ze een kwartier of een half uur naar haar voeten had gekeken.

De vriendin uit Arnhem vertelde eerst wat ze in Arnhem met dat soort mannen van middelbare leeftijd die carnaval vieren in een laken met schunnige teksten erop zouden doen – niet veel goeds, Arnhemmers zijn goed in lijfstraffen – en vroeg zich daarna met mij af wie die helden nou zijn.

Hoe ziet zo’n leven eruit als ze weer nuchter zijn, want dat gaat na carnaval ook gewoon weer z’n gangetje. Haalt hij net als ik braaf de kinderen van de crèche?

Allemaal vragen waarop we een jaar later het antwoord niet meer gingen krijgen.

Daarna belde ik mijn moeder, die allang weer in een andere modus zat. De stofzuiger had het begeven op het moment dat Nederland weer een gouden medaille won.

Waarom had ze ons, haar kinderen, niets verteld, waarom hoorden we zoiets via via?

Ze wist het niet, misschien dat het was omdat ze nooit drie uur met ons in een auto zat, misschien omdat carnaval alweer voorbij was. Wat ze wel wist was dat het met mijn vader aan haar zijde allemaal heel anders was gelopen.

Die had ’m aan z’n laken getrokken, of misschien ook wel niet, want het was aan het eind ook maar een klein broos mannetje, maar dan had zij wel lawaai durven maken.

„En anders, ach, dan hadden we samen een hekel aan carnaval in de trein gekregen.”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen