Alles of niets wordt goud voor Jorien ter Mors

1.000 meter vrouwen Jorien ter Mors zet de Nederlandse goldrush voort in Pyeongchang. Maar ze moest van heel ver komen, de afgelopen maanden.

Jorien ter Mors viert in Gangneung de derde olympische titel uit haar loopbaan. Foto Mladen Antonov/AFP

Aan de perfecte olympische race van Jorien ter Mors gingen zes weken door de pijngrens vooraf. Eigenlijk vijf, als je de week uithuilen na het olympisch kwalificatietoernooi in Heerenveen van eind december niet meetelt.

Toen zat ze als een ellendig hoopje mens op de rand van de baan, haar ogen van de tranen zo rood als haar haren. Een mislukte 1.500 meter, haar olympische titel zou ze in Zuid-Korea niet kunnen verdedigen. Apathisch kaatste ze vragen terug waarop ze zelf ook graag het antwoord zou weten: wat er mis was met haar lichaam, met haar? Ze had zich nog wel op de 1.000 meter geplaatst, dat benadrukte ze toen zelf nog maar even. „Ik kan nog steeds olympisch kampioen worden, hè?”

Het proces dat volgde om dat doel te bereiken zat vol risico’s en de onbezonnenheid die bij topsporters hoort. „Als topsporter ben je een beetje gek, hè”, zou Ter Mors (28) zeggen. Maar wat maakt het uit wat een dokter erover zegt, als die alles-of-nietspoging leidt tot een derde gouden olympische medaille. 1.13,56, een nieuw olympisch record, een nieuw wereldrecord laaglandbanen – de tijd van een ontketende bezetene.

Worsteling met het lichaam

Het olympisch seizoen van Ter Mors kenmerkte zich door een worsteling met het lichaam dat haar al vaker in de steek liet. Last van haar knie op de NK afstanden, daarna een kapotte rug voor de wereldbekerwedstrijd in het Noorse Stavanger. Na het mislukte olympisch kwalificatietoernooi moest de knop om. „Het was de beslissing: gaan we door op de voet dat het lichaam bepaalt wat we doen of wordt het alles of niets? Het is een alles of niets van zes weken geworden”, zei haar coach Jeroen Otter na de gouden race.

Het is op zo’n moment maar goed dat Otter, zoals hij zelf zegt, niet veel empathisch vermogen heeft. Troosten na zo’n olympisch kwalificatietoernooi, daar moet Ter Mors bij haar vriend voor zijn. „Je had haar kunnen vertroetelen”, zei Otter. „Maar dit was duidelijk: we gaan ervoor. Dan maar door die pijn heen.”

Het aantal krachttrainingen werd opgevoerd, de gewichten kwamen weer terug, de intensiteit werd verhoogd. „Als je dan volle bak gaat krachttrainen met alle kilo’s als je rug niet helemaal goed is, is dat wel een groot risico”, aldus Ter Mors.

Tijdens het trainingskamp met de shorttrackploeg in Japan viel het langzaam op zijn plek bij Ter Mors, zag Otter. Technisch ging het beter, de snelheid kwam erbij. Twee dagen voor de 1.000 meter zag Otter aan de metingen dat het eigenlijk niet meer mis zou kunnen gaan.

Ter Mors kon het goud van Sotsji moeilijk vergelijken met het goud in Gangneung. Beide vertelden een ander verhaal. In Rusland was ze nog de shorttrackster die af en toe wat ritjes reed op de langebaan, voor erbij.

Een ideale olympische voorbereiding had ze niet. Haar vader overleed na een lang ziekbed in het voorjaar van 2013. Tot haar grote teleurstelling werd ze in Sotsji vierde op de 1.500 meter bij het shorttrack, maar reed ze iedereen aan gort op die afstand op de langebaan. Maar ze had die medaille toen maar wat graag ingeruild voor een shorttrackmedaille, welke kleur dan ook. Tot frustratie van velen.

Gelukzalig

De gouden medaille van woensdag in Gangneung was het gelukzalige einde van de bergrit die haar langzame overstap naar de langebaan is geweest. Na Sotsji zat ze er dusdanig doorheen dat ze zeven maanden niets mocht doen. Op de NK afstanden van 2016 en de WK afstanden, elk twee keer goud, stond ze er weer: hoge pieken na een diep dal.

Ze bleef de jaren na Sotsji vastklampen aan het shorttrack, ook al was de combinatie met die sport de reden van haar veel te volle agenda en alle ongemakken die daarmee gepaard gingen. Maar het was de sport die haar altijd zoveel plezier had gegeven, de sport waaraan ze zoveel had gehad op de langebaan, die haar in Jeroen Otter een coach had gegeven om het beste uit haar te halen. Dat deed hij samen met langebaancoach Dennis van der Gun.

Ze was kopvrouw van een generatie, maar verloor langzaamaan de individuele prijzen uit het zicht. En met een brutaal en talentvol meisje als Suzanne Schulting zat het wel goed met het shorttrack na haar. Eind 2016 maakte ze bekend te zullen stoppen, de WK in Ahoy zouden haar laatste wedstrijden worden. Die liepen uit op een debacle, en dus kwam er – wederom – een verlenging.

Geen shorttrack meer

Na deze Spelen wordt de navelstreng dan eindelijk helemaal doorgeknipt. Geen shorttrack meer, nu écht niet meer. Dus ook geen Otter meer, die paste naadloos als gelegenheidscoach in haar jarenlang uitpuilende programma’s, maar heeft een shorttrackploeg om voor te zorgen. Ter Mors heeft straks niets aan een coach die er nooit is. Alsof het eerder al niet duidelijk was, bevestigt deze gouden medaille nogmaals waar de kansen op roem liggen.

Het goud was voor Ter Mors ook een bevestiging van haar wilskracht, de sterkte van haar geest. Het was een afrekening met de pech. „Uiteindelijk zijn er harde tegenslagen nodig om de geest terug te krijgen en keihard te knokken voor iets heel moois.”