Sterke onderhandelaar werd nooit helemaal onderdeel van het politieke establishment

Politieke nalatenschap Halbe Zijlstra maakte een bliksemcarrière in de politiek. Hij maakte naam als sterke debater, maar zijn stoere – en onware – verhalen, kosten hem nu zijn ministerschap.

Foto David van Dam

Gestruikeld over een datsja. Het klinkt tragikomisch, maar Halbe Zijlstra heeft zijn politieke val te danken aan zijn belangrijkste zwakheid: het doen van stoere uitspraken die later geheel of gedeeltelijk onwaar blijken te zijn.

Zo was er de bewering dat asielzoekers in Nederland gratis borstvergrotingen en ooglidcorrecties konden krijgen. Er was een tirade tegen de Hema, die volgens Zijlstra een knieval maakte voor de islam door paaseitjes voortaan ‘verstop-eitjes’ te noemen. En er was de opmerking dat RTL het Sinterklaasfeest „vermoord” had door Zwarte Piet te vervangen door roetveegpieten. In al die gevallen bleken Zijlstra’s woorden feitelijk onjuist of grotelijks overdreven.

Hij redde zich er telkens uit door snel en royaal zijn fout te erkennen. Maar over Poetin in de datsja kon Zijlstra excuses maken wat hij wilde: de geopolitieke gevolgen van zijn leugen waren eenvoudigweg te groot om aan te kunnen blijven als minister. „Om het ambt van minister niet te belasten”, zei Zijlstra met tranen in zijn ogen.

Met Zijlstra’s vertrek is er een abrupt einde komen aan een politieke carrière die alleen maar bergopwaarts leek te gaan. Het ministerschap van Buitenlandse Zaken was een beloning voor elf jaar prominent meedraaien in de VVD-top. In het kabinet gold Zijlstra als het belangrijkste VVD-kopstuk naast premier Mark Rutte, zeker nadat Edith Schippers en Jeanine Hennis niet meer terugkeerden als minister.

Talent voor politieke framing

Halbe Zijlstra (1969), zoon van een politierechercheur uit het Friese Oosterwolde, werd na een carrière in het bedrijfsleven en de lokale politiek in 2006 Tweede Kamerlid. In de VVD-fractie rees zijn ster snel. In vier jaar tijd voerde Zijlstra het woord over belangrijke dossiers: zorg, energie en asiel. Hij viel ook op door zijn talent voor politieke framing: zo bestempelde hij PvdA’er Ronald Plasterk ooit tot ‘minister van feesten en partijen’ – een bijnaam die de bewindsman jarenlang niet meer kwijtraakte.

Rutte gaf Zijlstra een post in zijn eerste kabinet. Als staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bezuinigde hij ingrijpend op de subsidies voor kunst en cultuur. Hij deed dit met zo veel sardonisch genoegen dat hij uitgroeide tot hate figure voor progressief en cultuurminnend Nederland. Wat niet hielp, is dat Zijlstra verkondigde graag naar Metallica te luisteren en spionageboeken van Ludlum te lezen.

Vanaf 2012 bekleedde hij de meest ondankbare positie op het Binnenhof: fractievoorzitter van de grootste regeringspartij. Hij wijdde zich met grote ijver aan deze „hondenbaan”. Hoewel Zijlstra in het parlement en in de media het harde rechtse VVD-geluid bleef vertolken, stelde hij zich achter de schermen pragmatisch en compromisbereid op. Samen met PvdA’ers Diederik Samsom en Lodewijk Asscher loste hij voortdurend netelige problemen in de coalitie op. „Een soort Jekyll and Hyde”, noemde hij zichzelf terugkijkend.

Zijlstra was sterk in debatten en behendig als onderhandelaar. Desondanks werd hij nooit helemaal onderdeel van het politieke establishment. Hij leek altijd een beetje een buitenstaander te blijven, de rechercheurszoon uit Friesland die toevallig beland was tussen de grote jongens in Den Haag.

Dictators knuffelen

Het kabinet-Rutte II zat de rit uit en hervormde en bezuinigde dat het een lieve lust was – maar veel plezier beleefde Zijlstra er niet aan. Na vijf jaar nachtelijke crises en onderhandelingen zag hij er moe en afgepeigerd uit. Op cruciale momenten werd hij ook nog eens gepasseerd door zijn politieke baas Rutte. Zo zette Rutte hem voor het blok met een sociaal akkoord dat Zijlstra veel te links en pro-vakbond vond. Ook moest Zijlstra – tot zijn diepe frustratie – zijn VVD-fractie dwingen in te stemmen met een derde steunpakket voor Griekenland, iets waar hij zelf mordicus tegen was.

In die tijd begon Zijlstra zich ook te manifesteren op het gebied van geopolitiek. In een veelbesproken artikel in Liberaal Reveil schreef hij dat Nederland pragmatischer om moest gaan met autoritaire regimes. Dictators knuffelen, heette dat al gauw. Het was in deze tijd dat Zijlstra op een VVD-congres publiekelijk de leugen over Poetin vertelde die hem nu genekt heeft.

Als fractievoorzitter lonkte Zijlstra een paar keer naar het VVD-leiderschap, maar later begroef hij die ambitie. De nieuwe kroonprins heette Klaas Dijkhoff. Zijlstra mocht wel mee als Rutte’s secondant naar de coalitiebesprekingen voor Rutte III. De andere partijen waren zeer te spreken over Zijlstra-de-onderhandelaar: hij was constructief, werkte keihard en kon over ieder dossier meepraten.

Zijn benoeming tot minister van Buitenlandse Zaken werd met scepsis ontvangen: wat wist die horkerige Fries in hemelsnaam van internationale diplomatie? Maar Zijlstra beleefde een vliegende start, in de Tweede Kamer en op het internationale toneel. Opvallend waren zijn milde toon over Europa („een waardengemeenschap”) en harde veroordeling van Trumps erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël („onverstandig en contraproductief”). Ook bleef hij in scherpe bewoordingen waarschuwen voor het gevaar van Rusland.

Zijlstra genoot zichtbaar van zijn nieuwe rol als minister. Ineens bevond hij zich tussen de groten der aarde. De timing van zijn benoeming kón niet beter: dit jaar bekleedt Nederland voor het eerst in zeventien jaar weer een tijdelijke zetel in de VN Veiligheidsraad. Glunderend poseerde hij in december in de Nederlandse stoel in New York.

In maart is Nederland voorzitter van de Veiligheidsraad – maar de hamer zal Zijlstra niet hanteren.