Rijk worden door God, geluk en Orbán – en dankzij de EU

corruptie in Hongarije

Zakenlieden rond premier Orbán hebben opvallend vaak succes bij het binnenhalen van EU-subsidies. Het aanbestedingssysteem blijkt gemakkelijk te manipuleren, toont Orbáns pronkdorp Felcsút.

Het dorp Felcsút en het voetbalstadion. Foto Attila Kisbenedek/AFP

Hoe word je zo rijk als Lorinc Mészáros? Wanneer de 51-jarige ondernemer met overhangende buik en diepe wallen uit een grote zwarte auto stapt, wacht een opgewonden horde journalisten hem op. Op een koude dag in 2017 zijn ze voor hem naar Felcsút gekomen, het dorp ten westen van Boedapest waar zijn vriend, premier Viktor Orbán opgroeide en waar Mészáros burgemeester is. De pers wil zijn geheim kennen. Mészáros is een Hongaars wonder, een eigentijdse koning Midas die alles in goud verandert.

Het fortuin van de op vier na rijkste Hongaar groeide in een jaar tijd van 23 naar 120 miljard forint (388 miljoen euro). De tentakels van zijn zakenimperium omvatten een tv-zender en tientallen kranten, een voetbalclub in de Kroatische eredivisie en een kolencentrale die meer dan een zevende van de Hongaarse stroom produceert.

Geen slechte statistieken voor een voormalige gasinstallateur die volgens Hongaarse media in 2007 nog tegen een faillissement vocht. Hoe kan het dat hij productiever is dan Facebook-oprichter Mark Zuckerberg, vraagt een van de journalisten voor het gemeentehuis van Felcsút. Zijn laconieke antwoord: „Misschien ben ik wel slimmer”.

Slimmer dan Zuckerberg? Zijn critici zien meer in de verklaring die Mészáros in 2014 gaf. Naast zijn harde werk en vernuft, zei hij, had hij ook wel wat te danken aan „God, geluk en Viktor Orbán”.

Hongarije wordt een oligarchenstaat, met de premier als spil. En dat alles wordt medegefinancierd door de Europese belastingbetaler.

Journalistencollectief Átlátszó berekende dat bedrijven gelieerd aan de Mészáros-familie 476 miljard forint (1,54 miljard euro) aan openbare aanbestedingen binnenhaalden sinds Orbáns aantreden in 2010. Maar liefst 83 procent werd gefinancierd door een bron die Mészáros vergat te noemen: de Europese Unie.

De burgemeester van Felcsút is een van de meest in het oog lopende leden van een nieuwe zakenelite, van wie het lot vervlochten is met de carrière van de eurosceptische premier Orbán. Samen kopen ze strategische belangen in: mediabedrijven, banken, energieleveranciers en infrastructuurbouwers. Net als Mészáros is de rest van deze loyale ‘bourgeoisie’, zoals Orbán-ideologen hen noemen, sterk afhankelijk van Europees geld.

Hongarije ontving 26,6 miljard euro aan EU-subsidies sinds 2011, jaarlijks goed voor meer dan 4 procent van het bruto nationaal inkomen en meer dan de helft van de publieke investeringen. De verdeling van deze fondsen is echter niet de verantwoordelijkheid van de door Orbán verguisde „Brusselse bureaucraten”, wel die van de Hongaarse autoriteiten. Een zwakke schakel in het EU-systeem, zeggen anti-corruptieexperts, die corruptie en vriendjespolitiek in de hand werkt.

De uitholling van de rechtsstaat en het optuigen van een mediamachine waarmee Orbán tegenstanders en migranten demoniseert, gaat volgens zijn critici hand in hand met een andere ontwikkeling: Hongarije wordt een oligarchenstaat, met de premier als spil. En dat alles wordt medegefinancierd door de Europese belastingbetaler.

Lees ook: Corruptie in de EU ondermijnt saamhorigheid

Straatverlichting

Transparency International noemt Hongarije een land dat is „ingepalmd” door private belangengroepen. Ook Brusselse ambtenaren hebben steeds meer belangstelling voor dubieuze aanbestedingsprocedures.

In januari rondde het Europese anti-fraudeagentschap OLAF een onderzoek af in de zaak rond Elios, het voormalige bedrijf van Orbáns 31-jarige schoonzoon István Tiborcz. Toen Tiborcz mede-eigenaar was, kreeg Elios tientallen miljoenen euro’s aan straatverlichtingscontracten toegewezen, grotendeels gefinancierd met EU-subsidies. Daarbij leken gunningscriteria opvallend goed overeen te komen met het aanbod van Elios. Aanbestedingen werden zelfs mede voorbereid door het adviesbureau van een mede-eigenaar van Elios.

Na het doorlichten van 35 straatverlichtingsprojecten onthulde OLAF’s onderzoek, zei een woordvoerder tegen NRC, „niet alleen ernstige onregelmatigheden in de meeste projecten, ook belangenverstrengeling”. OLAF maakte „juridische aanbevelingen” over aan het Hongaarse Openbaar Minsterie. In vertrouwelijke rapporten leverde de Europese Commissie herhaaldelijk kritiek op aanbestedingscriteria die de concurrentie ondergraven ten voordele van ondernemers als Tiborcz of Mészáros, zegt een bron met inzage in de rapporten. Het is een van de redenen waarom Hongarije Europees koploper is bij het terugvorderen van onterecht ontvangen EU-geld: 211 miljoen euro in 2016.

Het Corruption Research Center Budapest (CRCB), een denktank geleid door István János Toth, econoom van de Hongaarse Academie voor Wetenschappen, lichtte tussen 2009 en 2016 meer dan 125.000 publieke aanbestedingsprocedures door. Daarvan ging 5 procent naar de zakenimperia rond vijf vrienden van Orbán: Mészáros, Tiborcz en drie anderen.

Lees ook: Hongarije weert onderzoek naar mogelijk misbruik EU-subsidies

Grenzen van de goede smaak

Lang voor hij in 1998 voor het eerst premier werd, legde Orbán in 1994 uit dat conservatieve politici de plicht hebben „persoonlijke contacten te cultiveren met acht tot tien grootkapitalisten”. De partij kan hen „helpen met ontwikkelingsfondsen, in aanbestedingsprocedures”, verklaarde Orbán, „zonder de grenzen van de goede smaak te overschrijden”.

Vraag is: waar liggen die grenzen van de goede smaak? Nergens is de band tussen Orbán en zijn kapitalisten zo zichtbaar als in Felcsút. De voetbalacademie en het stadion die Orbán hier liet bouwen, lijken door de schubachtige zwarte dakpannen op een reusachtig reptiel. Met 3.500 zitjes biedt het stadion plaats aan het dubbele inwonertal van het dorp.

Handig is het wel voor de voetbalgekke premier: de arena ligt op enkele meters van zijn kleine, witgekalkte plattelandswoning. De vaak halflege tribunes zijn minder geliefd bij voetbalsupporters dan bij politieke paparazzi. Belangrijkste uitzicht is niet het voetbal, wel de loges waar Orbán en Mészáros, voorzitter van de voetbalacademie, zakenlui ontvangen. Wie mee wil doen in Hongarije, onderneemt graag de pelgrimstocht naar Orbáns pronkdorp.

Als de EU niet in staat is ons van voldoende middelen te voorzien wenden we ons wel tot China.

Premier Orbán

De academie heeft een eigen station. Drie groene wagonnetjes, voortgetrokken door een felrode locomotief, brengen passagiers langs een zes kilometer lange toeristische spoorlijn naar Alcsutdoboz, het nog kleinere dorp waar Orbán zijn prilste kinderjaren doorbracht.

Een bord bij de spoorweg onthult de hoofdfinancier: de EU betaalde twee miljoen euro voor een trein die dagelijks gemiddeld 110 mensen vervoert. „Zinloos, maar niet illegaal”, zegt Benedek Javor, Europees parlementslid voor de Hongaarse oppositiepartij Együtt-PM. Wat Javor meer zorgen baart, is de Brusselse onmacht wanneer de regels overtreden worden. Als OLAF fraude vermoedt, moet het een beroep doen op nationale autoriteiten. Maar de Hongaarse hoofdaanklager, oud-lid van Orbáns Fidesz-partij, houdt zich op de vlakte: 31 aanbevelingen verstrekte OLAF tussen 2009 en 2016, slechts drie leidden tot een aanklacht.

De regering verklaarde aan deze krant het onderzoek naar straatverlichtingscontracten „volledig te steunen”, maar ging niet in op vragen over andere vermeende misbruiken.

‘Brussel’ brainstormt intussen over nieuwe regels om correcte besteding van fondsen te verzekeren. Mogelijk resultaat is dat Hongarije straks minder geld ontvangt. Orbán denkt al vooruit. „Als de EU niet in staat is ons van voldoende middelen te voorzien”, verklaarde de premier, „wenden we ons wel tot China”.

Lees ook: Kliek rondom Orbán spekt zichzelf met EU-geld
    • Roeland Termote