R’dams schaamtedebat loopt bijna uit de hand

Culturele identiteit Leefbaar Rotterdam hield een debat: schamen Nederlanders zich voor hun cultuur? Er is boosheid en geschreeuw. „Ho, ho, ho!”

De flyer waarmee Leefbaar Rotterdam het debat van maandag aankondigde. De partij kreeg in 2014 14 van de 45 zetels in de gemeenteraad.

Het is geen ‘typische ledenvergadering’ van Leefbaar Rotterdam, maandagavond in het Wereldmuseum in Rotterdam. Onder de kroonluchters in de zaal zit een gemêleerd publiek, zegt discussieleider Ebru Umar van het debat ‘Weg met ons’: fans van Leefbaar, maar ook Tweede Kamerlid Farid Azarkan heeft flink wat aanhang van zijn partij Denk meegenomen.

Het debat over de Nederlandse identiteit is georganiseerd door Leefbaar Rotterdam. Op de flyer staat: „Zwarte Piet wordt in de ban gedaan, onze zeehelden verguisd en waar andere steden het goede voorbeeld geven, wordt in de Rotterdamse gemeenteraad onze Nederlandse vlag door het links-islamitische blok geboycot.”

Leefbaar-raadslid en initiatiefnemer Tanya Hoogwerf leidt het debat in. Hoe kan het, vraagt ze zich af, dat het debat over identiteit is gegijzeld door een klein aantal „schreeuwers” die iedereen die zich uitlaat over de mislukte integratie „xenofoob” of „racist” noemen? Waarom is er een schaamtecultuur rondom onze identiteit? Wat is de invloed van migratie op onze identiteit en hoe kunnen we te midden van 175 nationaliteiten onze identiteit waarborgen?

Politiek filosoof Sid Lukkassen vat „de schaamtecultuur” eerst samen in een langdradige voordracht over cultuurmarxisme. De islamkritiek van Pim Fortuyn wordt tegenwoordig geframed als islamofobie, een geestesziekte, zegt Lukkassen. En vervolgens wordt hij nog tijdens zijn voordracht door het publiek van het podium ‘weggeapplaudiseerd’. Moderator Ebru Umar kan niet nalaten te vragen wie „het briljante idee” had gehad om Lukkassen te vragen.

Het debat begint rustig met het bekende filmpje van Máxima uit 2007 die zegt dat dé Nederlander niet bestaat. Moderator Umar vraagt de zaal of Máxima gelijk had. Panellid Azarkan vindt van wel: Nederland is het land van pannenkoeken en stroopwafels, maar er is niet één identiteit. Volgens panellid en journalist Wierd Duk bestaat die identiteit wél: het zijn de „gedeelde verhalen” van Nederland.

Het debat is dan nog luchtig en vol grappen, maar loopt voor de tweede stelling is behandeld („migratie is een aanslag op onze identiteit”) uit de hand. Azarkan schreeuwt dat de krant van Telegraaf-journalist Wierd Duk in de Tweede Wereldoorlog met „de vijand” heulde. Duk eist excuses en dreigt met opstappen. Azarkan op zijn beurt wil dat Duk eerst terugneemt dat de identiteitspolitiek van Denk „de kanker van deze tijd” is.

Tien jaar geleden had deze discussie ook al gevoerd kunnen voeren, concludeert het panel gefrustreerd. Volgens Duk zijn we geen stap verder gekomen, maar intussen is een groep jongeren wel snel aan het radicaliseren. Azarkan zegt dat Nederland, en de krant van Duk, een obsessie hebben met de islam en migranten.

„Ho, ho, ho!”, kapt gespreksleider Umar de discussie af.

Azarkan stapt boos van het podium – en stapt er weer op als een man in het publiek vraagt om elkaar wat te gunnen in de discussie. Azarkan erkent dat veel migranten een uitkering hebben, Duk zegt dat hij best „Marokkaanse en Turkse succesverhalen” kent. Maar is de multiculturele samenleving iets dat je moet nastreven, vraagt Duk.

In het identiteitsdebat verwijt de pot de ketel, concludeert historicus en panellid Thomas von der Dunk. Nederlanders voelen zich bedreigd, Nederlanders met een migratieachtergrond voelen zich gediscrimineerd. Beide kampen in het Nederlandse identiteitsdebat noemen zich na zoveel jaren slachtoffer van de ander.

    • Sheila Kamerman
    • Eppo König