Recensie

Onderhoudende, geëngageerde achtbaanfilm

Superheldenfilm Het centrale conflict in ‘Black Panther’ belichaamt twee klassieke posities voor zwart engagement: keihard de strijd aangaan of zoeken naar een meer verzoenende weg om de wereld te hervormen.

Black Panther: onoverwinnelijk in zijn pak van het wondermetaal ‘vibranium’.

Black Panther is een opvallende superheld en niet alleen door zijn huidskleur. Hij heeft namelijk niet zoals zijn sommige van zijn bekendere collega’s een tweede, geheime identiteit als redder van de wereld. Hij gebruikt zijn superkrachten open en bloot.

Daar staat tegenover dat hij over een heel koninkrijk beschikt: als hij niet de gedaante van Black Panther aanneemt heerst hij als vorst T’Challa over het gesloten Afrikaanse koninkrijk Wakanda, dat ver vooroploopt op de rest van de wereld in technologische ontwikkeling en tegelijk trots oude Afrikaanse stamrituelen in ere houdt.

Zijn superkrachten zijn ook niet te herleiden tot zijn aangeboren vermogens, maar berusten op zijn gevechtspak, dat is gemaakt van ‘vibranium’, het supersterke wondermetaal dat alleen in zijn koninkrijk valt te delven.

Chadwick Boseman, doorgebroken met zijn rol als soulzanger James Brown in Get on Up, speelt hem ingehouden en bescheiden, haast timide: een jonge vorst die twijfelt of hij zijn hoge taak wel aankan. Zoals wel vaker in superheldenfilms krijgt hij te maken met een schurk die stiekem meer tot de verbeelding spreekt dan de eigenlijke held. Dat is de verbitterde, geslepen Erik Killmonger, die zelf een gooi naar de kroon van Wakanda wil doen. Het is een voortreffelijke rol van Michael B. Jordan, die ook al de hoofdrol speelde in de twee eerdere films van de jonge regisseur Ryan Coogler: het sociale drama Fruitvale Station en boksfilm Creed.

Significant is dat Eric Killmonger niet zoals T’Challa in vrijheid en welstand opgroeide in Afrika, maar als wees zijn jeugd heeft gesleten in de VS en daar discriminatie en achterstelling aan den lijve ondervond. Het centrale conflict van de film belichaamt zo twee klassieke posities voor zwart engagement: keihard de strijd aangaan, radicaal vuur met vuur bestrijden – met als gevaar dat je dreigt te worden wat je juist bestrijdt. Of zoeken naar een langzamere, meer verzoenende weg om de wereld te hervormen.

Lees ook het achtergrondstuk over ‘Black Panther’: ‘Black pride’ in een superheldenfilm

De associaties met die laatste houding worden in de film nog eens verstrekt doordat Boseman Engels spreekt met een zwaar Zuid-Afrikaans accent. Dat roept onherroepelijk associaties op met de stem van Nelson Mandela. Zelfs het probleem van gebroken gezinnen en ontbrekende vaders komt via een omweg aan bod. „Laat je niet definiëren door de fouten van je vader”, krijgt T’Challa op zeker moment mee als wijze raad.

Dat zit allemaal in Black Panther, maar Coogler heeft zijn maatschappijkritiek slim gedoseerd. Hij wrijft de kijker zijn sociale boodschap nergens in, maar laat die subtiel, en soms komisch, tussen de regels doorschemeren. Hij weet dat hij in de eerste plaats een onderhoudende achtbaanfilm moet afleveren, en daar is hij volledig in geslaagd.

Vooral de uitstekend bezette bijrollen dragen enorm bij aan het plezier: Lupita Nyong’o als dappere, vechtlustige prinses Nakia; Danai Gurira als de vervaarlijke generaal Okoye; en vooral Letitia Wright als het zestienjarige superbrein Shuri; de zus van de koning en de uitvindster die hem van de nieuwste gadgets voorziet. Black Panther komt wat hortend op gang en omdat dit een ‘oorsprongsverhaal’ is moet er ook iets te veel worden uitgelegd. Maar dat deze superheld een blijvertje is onder de blockbusterhelden is haast zeker.