Recensie

Mierzoet én lekker als een oranje tompouce

Komedie ‘Gek van Oranje’ maakt – zelfs voor een buitenstaander en voetballeek – invoelbaar waarom zoveel Nederlanders ergens in hun kast een oranje kledingstuk hebben hangen.

Oranjefans in Gek van Oranje.

Toen ik net een half jaar als Belg in Rotterdam woonde, vertelde een kennis bloedserieus over het „ergste moment uit zijn leven”: Nederland dat in 2010 de WK-finale verloor tegen Spanje. Ik was behoorlijk verrast, vooral over hoe zorgeloos het leven van deze dertiger moest zijn geweest, maar ook over zoveel schaamteloze vaderlandse trots. In het nuchtere Nederland?

Romkom Gek van Oranje maakt – zelfs voor een buitenstaander en voetballeek – invoelbaar waarom zoveel Nederlanders ergens in hun kast een oranje kledingstuk hebben hangen. Deze nieuwe mozaïekfilm van Pim van Hoeve begint met beelden van oranje tulpen die uit een helikopter worden gestort en een voice-over: „Ze zeggen dat we een nuchter volkje zijn. Behalve als er wat te vieren valt – zoals in 1988. Toen ging de gekte helemaal los. En met elk verloren kampioenschap daarna werd het een beetje erger, en erger, en erger.”

Vervolgens keert de film terug naar de zomer van 2010, vlak voor de eerste WK-wedstrijd. Terwijl het Nederlands elftal in Zuid-Afrika de ene na de andere wedstrijd wint, volgen we een tiental personages. Zo is er een oranjegek koppel (Esmee van Kampen en Martijn Fischer) dat geen wedstrijden meer mag kijken omdat hij stress moet vermijden en twee voetbalhaters (Hannah Hoekstra en Nasrdin Dchar) die verliefd worden in een Amsterdamse wasserette terwijl de stad voor de tv zit.

Door de hoeveelheid personages gaat de film nergens de diepte in, ook niet tijdens de meer dramatische momenten, maar dat stoort niet. Het script is slim in elkaar gezet, er is zelfspot én er wordt geestig gespeeld met clichés. Zo wandelt tv-journaliste (Suzanne Kipping) door de regen nadat de zingende asielzoeker Saïd (Roben Mitchell) door haar toedoen in detentie is beland. Op de achtergrond klinkt Vluchten kan niet meer. Dat klinkt sentimenteel en is het ook. Maar is de aantrekkingskracht van nationale sportevenementen juist niet dat schaamteloze pathetiek even wordt geaccepteerd?

Misschien houden Nederlanders daarom wel zo van Oranje: ze mogen even openlijk op het beste hopen terwijl normaal gezien kankeren de nationale sport is. In de film worden supporters die de hoop dreigen op te geven zelfs landverraders genoemd. In deze komedie over een WK is er trouwens opvallend weinig aandacht voor voetbalcommentatoren: ook om het positief te houden?

Een oranje T-shirt zal ik voorlopig nog niet aanschaffen: in deze romkom blijkt maar weer wat een immens onflatteuze kleur dat is. Maar voor meer begrip bij het zien van tranen over een gemist WK zorgt Gek van Oranje zeker.