Opinie

    • Laurien Crump

‘In het landsbelang, Halbe, treed af’

De coalitiepartijen schaarden zich gisteren achter de vermeende ‘inhoud’ van Zijlstra’s leugen, merkt op. Daarmee wint ‘Russofobie’ het ook bij hen van de feiten.

Halbe Zijlstra afgelopen zomer, tijdens de formatie. Foto Jerry Lampen / ANP

Nadat het al enige tijd in het buitenland in zwang was, is het nu ook tot de hoogste regionen van de Nederlandse politiek doorgedrongen: niemand minder dan minister van Buitenlandse Zaken Halbe Zijlstra blijkt de bron van nepnieuws. De onthulling komt op een wel zeer saillant moment: twee dagen voordat Zijlstra met zijn Russische ambtgenoot, Sergej Lavrov, om de tafel gaat zitten, blijkt dat hij zijn uitspraak over de geopolitieke ambities van de Russische president Vladimir Poetin verzonnen heeft. Hij was er niet alleen niet bij, maar Poetin blijkt het ook nooit gezegd te hebben. ‘Kazakhstan was nice to have’ is aan de fantasie van Zijlstra ontsproten of – en dat is nóg ernstiger – aan zijn verlangen om zijn agressieve houding richting Rusland te rechtvaardigen.

De ‘implicaties’ zijn, zoals Zijlstra zelf benadrukt, inderdaad groot. Het zijn echter niet de ‘implicaties’ van Poetins non-existente verhaal die zo groot zijn, maar de ‘implicaties’ van het hersenspinsel van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken. Niet alleen is het een flinke deuk voor het aanzien van de Nederlandse Buitenlandse politiek en geeft het een andere lading aan de gesprekken met Lavrov, die Zijlstra zou benutten om de Russen te confronteren met het verdraaien van de feiten omtrent de MH17 en andere instanties van ‘nepnieuws’. Maar het is ook een aanname waarop de minister van Buitenlandse Zaken zijn buitenlandbeleid baseert. Op basis hiervan wordt de versterkte aanwezigheid van NAVO-troepen in Oost-Europa gerechtvaardigd.

Lees ook: Zijlstra weet niet of hij nog wel geloofwaardig is

Wellicht zou Zijlstra er goed aan doen om in plaats van feiten te verzinnen zich wat meer te verdiepen in de werkelijke geopolitieke ambities van Rusland. Zo is er in december 2017 een rapport verschenen in opdracht van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), op basis van workshops van een aantal wetenschappers, onder wie ikzelf, en denktankers met een groot aantal ambassadeurs uit alle windstreken van Europa om te onderzoeken hoe de huidige crisis in Europese veiligheid is ontstaan. De conclusie van topdiplomaten aan beide zijden van het toenmalige IJzeren Gordijn was dat er aan het einde van de Koude Oorlog mogelijkheden lagen om de Sovjet-Unie bij een nieuwe Europese veiligheidsstructuur te betrekken. De Sovjet-Unie zelf stelde zich daar ook constructief in op. In plaats daarvan werd voor een ‘vertrouwd’ alternatief gekozen: de voormalige Warschaupactlanden, behalve Rusland zélf, werden geïntegreerd in de NAVO en de Europese Unie. West-Europa schoof op die manier op richting de Russische grens met alle gevolgen van dien.

‘Unfinished post-Cold War settlement’

Volgens het rapport zijn de Oekraïnecrisis en de vermeende geopolitieke ambities van Rusland niet de oorzaak van de huidige crisis in Europese veiligheid, maar het symptoom ervan. De oorzaak ligt veel dieper, namelijk in het ‘unfinished post-Cold War settlement’: het is niet gelukt Rusland op een succesvolle manier in een Europees veiligheidssysteem te integreren. De Russen zelf maken er ook geen geheim van dat de invasie van de Krim – hoe afkeurenswaardig ook – bedoeld was om Rusland weer ‘relevant’ te maken. In die opzet is Poetin in ieder geval geslaagd.

In de OVSE gaan er nu stemmen op om door middel van een ‘structured dialogue’ weer toenadering tussen Oost en West te genereren. De toenmalige voorzitter van de OVSE, Frank-Walter Steinmeier, pleitte er in december 2016 al voor om die organisatie weer ‘in het hart van de Europese diplomatie’ te plaatsen. Het rapport geeft ook een aanzet tot een dergelijke dialoog en concludeert dat er ruimte moet worden geboden voor ‘mutual historical empathy’. Noch de heer Zijlstra noch leden uit de Nederlandse delegatie waren bij de presentatie van dat rapport, dat op het programma stond van de jaarlijkse ‘Ministerial Council’ van de OVSE, die in december 2017 in Wenen plaatsvond. Bij de ministerraad zelf was Zijlstra wel aanwezig. Dat weet ik niet van een anonieme bron, maar omdat ik het rapport zelf presenteerde.

In plaats van wederzijdse historische empathie is politiek Nederland echter in de ban van Russofobie. De coalitiepartijen schaarden zich gisteren eensgezind achter de vermeende ‘inhoud’ van Zijlstra’s leugen, de ChristenUnie benadrukte nogmaals het belang van NAVO-troepen in Oost-Europa en de D66-voorman, Alexander Pechtold, vertelde dat hij „de eerste Rus nog moet tegenkomen die zijn fouten zelf rechtzet”. Zoveel Russen is Pechtold blijkbaar niet tegengekomen. De eerste Rus heeft inmiddels aangifte gedaan tegen Pechtold voor discriminatie. Wat zegt het ondertussen over een minister van Buitenlandse Zaken dat hij feiten verzint in plaats van een boek openslaat en dat vervolgens goedpraat vanwege de vermeende ‘implicaties’?

Lees ook de column van Tom-Jan Meeus: Halbe, Van Haga en de hardleerse VVD

De implicaties van de verzinsels van onze hoogste vertegenwoordiger in het buitenland zullen we woensdag zien, tijdens het bezoek van Zijlstra – of hopelijk zijn plaatsvervanger – aan zijn Russische ambtgenoot, Sergei Lavrov. Laten we hopen dat politiek Nederland inmiddels beseft dat deze farce inderdaad verstrekkende implicaties kan hebben en dat Zijlstra moet aftreden om het landsbelang te dienen. Mocht de heer Zijlstra deze faux pas onverhoopt overleven, dan nodig ik hem graag uit tot een gesprek. Het rapport van de OVSE, waarin staat wat de Russen écht beweegt, is overigens gemakkelijk online te vinden.

    • Laurien Crump