Opinie

Ik, boerin, maakte een foutje, en nu ben ik fraudeur

voelt zich slachtoffer van „een overijverig ministerie dat de feeling met de praktijk volledig is kwijtgeraakt”.

Ik ben fraudeur! Ja, u leest het goed, ik ga er maar eerlijk in zijn, ontkennen heeft geen zin: ik ben fraudeur. Althans, volgens minister Carola Schouten (Landbouw) en haar ambtenaren van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Ik ben één van de 2.100 boeren die op basis van Schoutens statistieken als fraudeur is weggezet. Haar ministerie is er blijkbaar zeker van: dit zijn allemaal keiharde fraudeurs. Want voordat de minister ook maar iets heeft onderzocht, gooide ze 2.100 bedrijven op slot. De belangenbehartigers krijgen nog de waarschuwing mee dat ze het niet in hun hoofd moeten halen die lijst in twijfel te trekken. Ik geef u even een inkijkje in hoe makkelijk dat gaat, iemand tot fraudeur bestempelen.

In september 2017 is er op ons bedrijf kennelijk een kalf geboren dat niet opgegeven is. We vermoeden dat dit kalf te vroeg en dood geboren is. Een levend kalf heeft namelijk een oormerk nodig en dus een registratie. Zonder oormerk kun je een dier niet melken of verkopen. Een doodgeboren kalf hoef je niet te melden in het systeem. Daarnaast hebben we twee wat oudere vaarzen (jonge koeien die nog nooit gekalfd hebben). Dat vindt het ministerie verdacht. Het ministerie vermoedt dat we een kalf hebben verborgen. Maar deze vaarzen konden niet eens drachtig worden. Dat gebeurt weleens. Hoe dan ook, dit alles bij elkaar maakte van mijn man en mij fraudeurs.

Lees hier het gehele onderzoek van NRC: Het Mestcomplot

We zijn zogeheten ‘tweelingkalverfraudeurs’ (die doen alsof één moederkoe meerdere kalveren kreeg). Hoe ironisch: het aantal tweelingen op ons bedrijf is benedengemiddeld. Bij het fokbeleid mijden we namelijk stieren die veel tweelingen geven.

Fraudeurs ontvangen geen officiële brief van het ministerie met de mededeling dat het bedrijf geblokkeerd is. Er wordt ook niet eerst gevraagd ‘kunt u uitleggen waarom wij een onvolkomenheid aantreffen?’ Er staat wel een brief in het digitale RVO-dossier. Deze brief moet je actief gaan zoeken. Maar waarom zou je daar gaan kijken als je weet dat je niet gefraudeerd hebt? En zo hoorden wij dat ons bedrijf geblokkeerd is van een handelaar die net twee koeien had meegenomen. Die koeien mogen niet verkocht worden. Een andere boer kreeg een telefoontje van de slachterij: de koe moest terug en mocht niet geslacht worden.

Inmiddels stromen de verhalen van collega-boeren binnen. Ze lijken op elkaar, een paar oudere vaarzen, een doodgeboren kalf. Deze bedrijven staan allemaal op slot en deze boeren worden allemaal weggezet als keiharde fraudeurs. Bij een boer lag de oudere vaars die een doodgeboren vrucht heeft gehad inmiddels in de vriezer. Hij moet nu DNA gaan trekken uit het vlees om aan te tonen dat zijn verhaal klopt. Zijn beslissing om het dier vet te mesten en te slachten maakt hem een fraudeur.

In ons geval blijkt dat er wel degelijk melding gemaakt is van het feit dat onze vaars een koe werd (een vaars telt voor minder fosfaatproductie dan een koe). Maar het systeem verwerkte de melding niet goed. Deze kwam wel binnen, maar niet bij RVO. Ons bedrijf heeft minder tweelingen dan gemiddeld en zit ook nog eens ruim onder het eigen fosfaatplafond. Wij hebben er dus geen voordeel van om een koe stiekem anders op te geven zodat zij op papier minder fosfaat poept.

Heeft een boer die zich niet bewust is van de fraudebrief in zijn dossier toevallig net een koe naar de slacht gedaan, dan stuurt het ministerie deze koe door naar Rendac, dat in opdracht van de overheid kadavers en dierlijk restmateriaal ophaalt voor verwerking, vernietiging of herbestemming. Een vergissing of een andere administratieve fout leidt dus tot vernietiging van een dier. Zonder ook maar een moment te bedenken dat registratiesystemen niet foutloos zijn.

Het is prima om statistieken te gebruiken als basis voor verdenkingen van fraude. Echter, als men statistieken gebruikt, dient ook rekening gehouden te worden met een zekere foutmarge. Ons bedrijf doet 1.200 meldingen aan de RVO per jaar. Vorig jaar waren er 195 kalveren, en er is bij één kalf een onregelmatigheid geconstateerd. Dat is 0,5 procent. Als er in 0,5 procent van de gevallen iets niet klopt, duidt dat niet op fraude. Dat duidt op een fout. Ik ben geen fraudeur, ik ben slachtoffer van een overijverig ministerie dat feeling met de praktijk volledig is kwijtgeraakt.

Correctie (14-2-2018): In een eerdere versie van dit artikel stelde Verhoeven: “Ik ben één van de 2.100 boeren die op basis van Schoutens statistieken tot fraudeur is bestempeld. Haar ministerie is er zeker van: dit zijn allemaal keiharde fraudeurs. De lijst klopt en de belangenbehartigers krijgen nog de waarschuwing mee dat ze het niet in hun hoofd moeten halen om de geconstateerde fraude in twijfel te trekken. Ik geef u even een inkijkje in hoe makkelijk dat gaat, iemand tot fraudeur benoemen.” Dit is, in overleg met haar, aangepast. Lees voor de woorden van minister Schouten, deze Kamerbrief.

Update (14-2-2018): in het artikel staat dat Verhoevens bedrijf is geblokkeerd. Inmiddels is ze gedeblokkeerd, laat ze per mail weten.