Recensie

Hoe een simpele belediging razendsnel kan escaleren

Drama Een groot gedeelte van ‘The Insult’, de Libanese inzending voor de Oscar voor beste buitenlandse film, speelt zich af in de rechtszaal. Een eenvoudige belediging weerspiegelt de complexe geschiedenis van Libanon.

Adel Karam als garagist Toni in The Insult.

Wat begint met de woorden „Je bent een lul”, eindigt met in brand staande auto’s in de straten van Beiroet. De Libanese film The Insult, nummer twee op de publieksfavorietenlijst van het afgelopen IFFR, laat glashelder zien hoe een simpele belediging razendsnel kan escaleren, zeker in een land waar de wonden van de burgeroorlog die er tussen 1975 en 1990 woedde nog vers zijn.

Garagist Toni is een christen met een vrij onverzoenlijke houding jegens de Palestijnen die in Libanon wonen. Als Toni water morst op het hoofd van opzichter Yasser ontstaat er een conflict. Toni hoort aan Yassers accent dat hij Palestijns is en Yasser hoort dat Toni in zijn garage de opruiende speeches herbeluistert van de in de burgeroorlog vermoorde Bachir Gemayel, leider van de Christelijke partij waar Toni fanatiek aanhanger van is. In opdracht van zijn opportunistische baas komt Yasser excuus aanbieden voor zijn „je bent een lul”-opmerking. Hij ziet daarvan af als hij de discriminerende speech hoort die Toni op dvd heeft. Er volgt opnieuw een woordenwisseling, waarbij Toni Yasser toebijt: „Ariel Sharon had jullie allemaal moeten uitroeien.” Yasser ontsteekt in blinde woede en slaat Toni twee gebroken ribben. Daarna begint Toni een rechtszaak tegen Yasser, waarbij wederom de vlam in de pan slaat, met straatrellen tot gevolg. In de rechtszaal gaat het steeds minder over de zaak zelf en steeds meer over burgeroorlog, politiek en religie.

Een groot gedeelte van The Insult, de Libanese inzending voor beste buitenlandse film bij de Oscars, speelt zich af in de rechtszaal, waar veel overhoop wordt gehaald door de advocaten. Wat simpel leek – excuses voor een wederzijdse belediging – weerspiegelt op een gegeven moment de complexe geschiedenis van Libanon, waar linkse en islamitische strijdgroepen in de burgeroorlog streden tegen christelijke falangisten en regeringstroepen. Syrische en Israëlische troepen gingen zich met het conflict bemoeien, evenals Hezbollah en de PLO. Het hevig oplopende sektarische conflict loopt uit in een bloedbad en is als zodanig een symbool van de complexe en licht ontvlambare situatie in het Midden-Oosten.

Regisseur Ziad Doueiri concentreert zich in zijn regie op de hoofdpersonages, met naast Toni en Yasser ook nog hun vrouwen, van wie die van Toni hoogzwanger is, en hun advocaten. Toni is een tamelijk ongeleid projectiel, afgezien van de klap blijft Yasser ogenschijnlijk kalmer en hun vrouwen fungeren als stem van de rede. Zij worden gevangen in fraaie close-ups, met veel aandacht voor hun vuurspuwende ogen of juist begripvolle blik. Doueiri volgt ze in vloeiende shots en geeft ze veel ruimte om te schitteren, voor zijn rol als Yasser kreeg Kamel El Basha dan ook de acteerprijs op het filmfestival van Venetië.

Niemand heeft het alleenrecht op lijden is een van de conclusies van een film die wellicht verzoening kan brengen in Libanon. Zeker als The Insult een Oscar wint.