Opinie

Het Plakkaat is een schandvlek

Het ‘pronkstuk’ is een historische blunder, schrijft .

De verkiezing van het Plakkaat van Verlatinghe tot kroonjuweel van de vaderlandse archivalia wordt door de historici Anton van Hooff en Paul Brood als volkomen terecht beschouwd (Leve het Plakkaat, en 26 juli moet een nationale feestdag worden, 7/2). Deze keuze is echter een historische blunder. Het moment dat de opstandelingen onder leiding van de twijfelende Willem van Oranje het Plakkaat onderschreven, betekende in feite dat het radicale deel het voor het zeggen kreeg. Alleen daardoor al was deze politieke keuze een menselijke en politieke blunder van jewelste. Op het moment zelf wilde de meerderheid van de bevolking niet van koning en kerk scheiden, ondanks de hoge belastingen en andere misstanden. Willem van Oranje koos met tegenzin de partij van de rebellen en verkoos voor zichzelf – overigens voor de tweede keer – een andere geloofsovertuiging, die hem politiek het beste uitkwam. Terwijl voor een Franse koning later gold ‘La couronne vaut une messe’, zo redeneerde onze Vader des vaderlands, ‘de politieke leiding is de Hervormde Religie waard’. Met andere woorden noemen we dat geestelijk opportunisme. Geloof en kerk waren voor deze vader van onder anderen een katholieke abdis van geen enkele waarde. De bevolking zelf, zeker ook in Brabant, wilde in meerderheid trouw blijven aan de regering in Brussel en aan de paus. Zo weten we dat van de katholieke elite van ’s-Hertogenbosch, verenigd in de Illustere Lieve Vrouwe Broederschap, bestaande uit ongeveer negentig leden, alleen Willem van Oranje en drie medebroeders zich afscheidden.

Vanaf het jaar van het Plakkaat werden veel gewesten geteisterd door een meedogenloze oorlog tussen Spanje en de staatsen, die in bruutheid en plundering niet voor elkaar onderdeden. Ondertussen waren de laatsten zo intolerant dat alleen de gereformeerde religie in de Nederlanden officieel werd toegestaan. De katholieken werden onderdrukt en uit openbare ambten geweerd, kerkelijke goederen werden onteigend en vooral het Zuiden werd geplunderd en uitgebuit. Vanaf 1648, de Vrede van Münster, werd die koloniale houding door de gereformeerde Hollanders definitief geïnstitutionaliseerd. Dat zou nog drie eeuwen doorgaan.

Aangezien de effecten van het Plakkaat van Verlatinghe voor de zuidelijke Nederlanden alleen maar geleid hebben tot godsdienstige intolerantie, kerkelijke, politieke, culturele en financiële bevoogding, schaam ik me als Brabants historicus diep voor de keuze van het document als pronkstuk, maar nog meer voor het gebrek aan historische kennis van zaken bij bovengenoemde historici.

Dr. Lucas van Dijck is historicus.