‘Genieten is lastig in onze maatschappij’

Joshua van Eijndhoven (32) voer vijf jaar lang met zijn zeilboot de wereld rond en leefde in bijna veertig landen. Nu moet hij wennen aan het leven in Nederland. „Ik zag mijn normen als dé norm. Nu weet ik: dat is een manier om ergens naar te kijken.”

Foto Wouter le Duc

De doorsnee Nederlander heeft een angstig beeld van de wereld – het is een van de eerste dingen die Joshua van Eijndhoven (32) tijdens het interview zegt. In augustus is hij teruggekomen van een lange reis: hij was zes jaar weg, vijf daarvan voer hij met zijn zeilboot de wereld rond.

Eigenlijk is het woord ‘reis’ ongeschikt, wat hij deed was meer een ‘way of life’. Hij leefde in bijna veertig landen, werkte onderweg om geld te verdienen, zeilde 60.000 kilometer en passeerde zes keer de evenaar.

In zijn werkkamer, in een statig pand in de bossen van Apeldoorn, tegenover Paleis Het Loo, zijn hints naar dit exotische, vrije leven: er staat vrolijke, ritmische Kaapverdische muziek op en er liggen stapels reisbladen op tafel.

Waarom wilde hij weg uit Nederland? „Ik was 26, afgestudeerd jurist, maakte lange dagen op een advocatenkantoor”, zegt hij. Tachtig uur per week achter een desktop zitten, dossiers doorlezen, zijn twintigerjaren doorbrengen in pak en in een statig pand: het was niet wat hij wilde. „Ik zie de aarde als een speeltuin en vind het zonde om in een hoekje van de speeltuin te blijven. Ik wilde eropuit.”

Gezonde spanning om alles achter te laten en zijn baan op te zeggen was er natuurlijk, maar het gevoel ‘ik heb er zin in’ overheerste. „Ik wilde op avontuur.”

Het belangrijkste dat hij in zes jaar op zee leerde: omgaan met angst. Hoe reageer je als je in een storm terechtkomt? Als de boot kapot gaat? „Je bent totaal op jezelf aangewezen. In zwaar weer weet je: je moet niet overboord vallen, dan is het afgelopen. Je bent hartstikke bang. Op zo’n moment zijn er twee opties: in een hoekje gaan zitten huilen, of accepteren dat je bang bent en doorgaan.”

We zijn het meest verzekerde land ter wereld: dag in dag uit gaat het over je pensioen. Who cares? Dat is het einde van je leven. Je leeft nu.

De eerste keer dat hij een oceaan moest oversteken – de Golf van Biskaje: van Engeland de Atlantische Oceaan over naar Frankrijk en Spanje – was hij bang. Ondanks een uitgebreide zeilcursus, adviezen van zeezeilers en zijn ervaringen van het eerste stuk van de reis. „Het blijft maf, met een klein bootje op zo’n grote zee.” Zijn vader kwam aan boord, samen maakten ze de gevaarlijke oversteek. Vijf dagen lang, waarvan twee met windkracht 7. Als de omgeving verandert, neemt de druk toe, legt hij uit. „Aan boord beginnen dingen te schuiven, te rinkelen. Golven slaan in je gezicht als je op het voordek het zeil probeert te strijken. Draaien de rollen om, als de vader met ervaring meevaart? „Ik was nog steeds de kapitein, het is mijn boot. Als bemanning houd je je mond, anders werkt het niet. Mijn vader weet hoe het werkt, dus dat ging goed.”

De dood in de ogen kunnen kijken en angst kunnen accepteren – hij heeft er elke dag profijt van. Het helpt hem om in het nu te leven. „In onze maatschappij is veel terug te leiden naar angst voor de dood. We zijn het meest verzekerde land ter wereld: dag in dag uit gaat het over je pensioen. Who cares? Dat is het einde van je leven. Je leeft nu.”

Nu, begin 2018, begint wel door te dringen dat de reis voorbij is. Voorlopig blijft hij hier. Hij heeft een juridische praktijk en organiseert duurzame reizen naar Kaapverdië. Hij wil daar lokale projecten steunen, in plaats van de vele grote hotels.

Vindt hij dat hier in zes jaar veel is veranderd? Weinig, zegt hij. Van Eijndhoven heeft nog dezelfde vrienden, de familie is iets uitgebreid, zijn broer kreeg kinderen. „Ikzelf ben wel heel erg veranderd. Ik ben een ander mens.” Hij doelt erop dat hij groter is gaan denken; zijn ambitie is om toerisme duurzamer te maken. Te beginnen in Kaapverdië, daarna andere landen. Anything is possible, is nu zijn mentaliteit. Die gedachte komt door de reis: wie had van tevoren gedacht dat het zou lukken om zes jaar te reizen en te leven op een zeilboot?

In hokjes denken

Misschien heeft hij daarom wel zo’n moeite met „Hollandse bekrompenheid”. Over de zwartepietendiscussie: „Tenenkrommend. Dat we ons daar al drie jaar druk om maken en niet met elkaar in staat zijn met zo’n simpel probleem om te gaan.” Hij zou zeggen: de traditie behouden, het uiterlijk aanpassen en verder niet meer over hebben.

Ook zoiets: mensen in hokjes indelen. „Dat doen we in Nederland continu, we zijn eraan gewend. Ik heb dat zes jaar niet gedaan en weet nu: als je mensen in hun waarde laat, hebben we veel meer gemeen dan je denkt. Ik heb geleefd met mensen die 50 euro per maand hadden en met mensen die 100 miljoen op de bankrekening hebben en in die hele range heb ik vrienden gemaakt.”

Als klein jongetje bracht hij met zijn ouders en drie broers de zomers door op het water, in Wijdenes, een plaatsje aan het Markermeer vlakbij Hoorn. In een klein houten kajuitbootje, de ‘Snelle Speer’, zeilden ze in twee dagen van Amsterdam naar Wijdenes. Heerlijk vond hij die vakanties: vissen, in de haven klooien met zelfgemaakte modelbootjes, spelen in de appelboomgaard, marshmallows roosteren in het kampvuur.

Zeilen heeft hij dus geleerd van zijn vader: windgevoel, intuïtie, aanleggen en afmeren. „Maar dan kun je nog geen oceanen oversteken.” Ruim anderhalf jaar was hij bezig met het voorbereiden van de reis. Hij volgde een cursus bij de Enkhuizer Zeevaartschool, werkte overdag op het hoofdkantoor van Rabobank in Utrecht en gaf ’s avonds les in rechtsgeleerdheid bij de Universiteit Utrecht om extra geld te verdienen. Hij kocht een schip, een Rival 34 van 11 meter, doopte haar ‘Hope’ en sleutelde er in het weekend aan om het schip klaar te maken voor de tocht. Hij zegde zijn huurhuis op en sliep op de boot, bij zijn moeder of bij vrienden; de uitgespaarde huur kon hij beter investeren in zijn schip.

Ik heb geleefd met mensen die 50 euro per maand hadden en met mensen die 100 miljoen op de bankrekening hebben en in die hele range heb ik vrienden gemaakt.

Op 29 juli 2011 vertrok hij. Op de rekening: 20.000 euro. Het plan was om twee tot drie jaar op reis te zijn. In de haven van IJmuiden hees hij de zeilen en vertrok richting het zuiden.

Toen hij de Kaapverdische eilanden bereikte, was het geld bijna op. „Na acht maanden had ik nog maar 5.000 euro over. Ik ben zo’n type dat een rondje geeft in de kroeg.”

In Kaapverdië zocht hij een baan. Een onderbreking van de reis, ja, maar ook een grote les: door alle plannen los te laten, leerde hij in het moment te leven.

Ruim een jaar werkte hij als schipper op het zeiljacht ‘Perseverance of London’. Toen had hij genoeg gespaard om verder te gaan. Van de Kaapverdische eilanden naar Panama en het Caraïbisch gebied. Aan boord was hij niet alleen: Katia, met wie hij intussen vijf jaar samen is, zei haar Kaapverdische familie en vrienden gedag en ging met hem mee.

Inmiddels wonen ze samen in Nederland. Zij leert de taal en werkt in zijn bedrijf. Wat hen allebei opvalt aan het leven hier: „Er is sick veel reclame. De hele dag draait om consumeren.” Posters op straat, reclameborden langs de weg, aanbiedingen in de trein, radiocommercials – hij wordt er gek van. „Ik weet dat ik weinig nodig heb om gelukkig te zijn. Maar genieten, echt zijn, is lastig in onze maatschappij.”

Familie en vrienden vóór carrière

Zo lang losgezongen zijn van de maatschappij waarin je bent opgegroeid, heeft hem anders naar die maatschappij leren kijken. „Ik zag mijn normen en waarden als dé norm. Nu weet ik: dat is een manier om ergens naar te kijken. Het belang van carrière maken en veel geld verdienen bijvoorbeeld, is ingegeven door het land waar ik ben opgegroeid. In de Stille Zuidzee bestaat carrière bijna niet, familie en vrienden zijn het belangrijkst. Tijdens het reizen had ik extreem veel tijd voor de mensen om me heen. Ik vind het een uitdaging om dat hier in stand te houden. Ik probeer het wel, maar eerlijk gezegd slaag ik daar vooralsnog niet in.”

Overal waar hij kwam was de meestgestelde vraag: waar haal je het geld vandaan om zes jaar te reizen? „Als ik al het geld voor Hope, de voorbereiding en zes jaar leefkosten bij elkaar optel, kom ik uit op ruim twee ton”. Het grootste gedeelte verdiende hij niet in Nederland maar onderweg. In het Caribisch gebied bijvoorbeeld: ruim 10.000 euro in twee maanden met werk op superjachten. En later nog eens een smak geld toen een rijke Amerikaan zijn zeiljacht van Fiji naar Australië wilde laten overvaren.

Nog even over zijn plan: duurzame reizen zijn vaak duurder. Maar daardoor niet per se niet voor iedereen weggelegd. Je kan bij een goedkope kledingketen tien dingen kopen, of bij een duurzaam merk één goede trui. Waarmee hij maar wil zeggen: „We moeten misschien één keer op vakantie gaan in plaats van twee keer. Maar dan wel duurzaam.”

Lees ook: Minder spullen, minder vriendschappen, meer geluk
    • Carlijn Vis