Nepnieuws

‘EU-factcheckers kunnen geen Nederlands’

De Europese dienst die vorige maand enkele Nederlandse media aanmerkte als verspreiders van nepnieuws, heeft geen medewerkers die Nederlands spreken. Desondanks noemden de factcheckers van EU-dienst East Stratcom Task Force onder meer GeenStijl, De Gelderlander en TPO „kanalen voor desinformatie”.

Vlak na de ophef stelde een woordvoerder van de Europese Commissie nog dat bij de taskforce mensen met „Nederlandse taalvaardigheden” werkten.

Het Brusselse factcheckteam gaat vaker onzorgvuldig te werk, blijkt uit onderzoek van NRC. De gehanteerde criteria zijn niet helder. Van de woordvoerders van de Commissie mogen medewerkers van de dienst bovendien niet praten met de pers.

East Stratcom maakt deel uit van een Europese campagne tegen de verspreiding van desinformatie en misleidende berichten uit met name Rusland. De Europese Commissie stelde verder onlangs een Taskforce Nepnieuws in; het Europees Parlement onderneemt ook actie tegen misleidende informatie over het parlement.

East Stratcom wijt de blunders deels aan Nederland, dat weigert medewerkers af te vaardigen voor de factcheckdienst. Extra capaciteit moet echter uit de Europese instellingen komen, reageert het ministerie van Buitenlandse Zaken. De meeste van de 3.500 berichten die de dienst als nepnieuws aanmerkte, zijn Russischtalig. East Stratcom heeft een budget van circa 1,1 miljoen euro.

Blunders in strijd tegen nepnieuws Media, pagina C4-5
    • Jan Benjamin