Opinie

    • Arjen Fortuin

De dromen van leerlingen in het praktijkonderwijs

Zap De aangrijpende documentaire Spiegeldromen laat jongeren zien die er al een tienerleven aan gewend zijn dat bijna alles wat ze willen, te hoog gegrepen is.

Praktijkonderwijsleerling Juvan (17) in Spiegeldromen (Human)

Ik was maandagmiddag al ontroerd door de beelden van de stress en ontlading van Ireen Wüst, ik had al gegrinnikt om het vele knip-en-plakwerk onder het motto #HalbeWasErbij en ik had in de vooravondprogramma’s al geconstateerd dat geen enkele tv-analist nog toekomst zag in het ministerschap van Halbe Zijlstra. Geen saaie dag dus.

Toch zijn die uitzendingen niet de reden waarom ik mij deze televisiedag zal blijven herinneren. Dat is de aangrijpende documentaire Spiegeldromen die Marjoleine Boonstra voor Human maakte over leerlingen in het praktijkonderwijs. Dat is de bezemwagen van het Nederlandse onderwijssysteem, de scholen waarop de jongeren belanden voor wie het VMBO te hoog is gegrepen.

Boonstra bedacht een doodeenvoudige structuur voor haar film: ze filmde de jongeren door een spiegel, zodat ze tegen hun eigen spiegelbeeld praten over hun leven en hun dromen. Bij de dromen doen ze vaak hun ogen dicht.

Je hart breekt, keer op keer. Een van de eersten is Juvan, een bepukkelde jongen die vertelt hoe zijn rugzak steeds groeit, tot je gaat „huilen ofzo” en hem afgooit, waarna hij weer aangroeit. „Ik ben zo’n jongen die aandacht nodig heeft.” Later wil hij „miljonair worden, sowieso”. Het woord miljonair is bijna niet te verstaan. „Je moet proberen er een mooi leven van te maken, mijn kinderen blij te maken, mijn vrouw niet te slaan.” Dat doet een echte man niet. Een zeventienjarige die zich allereerst voorneemt later zijn vrouw niet te slaan – zo’n kind heeft wat meegemaakt.

Achter hun woorden zie je de scherven van het soort jeugd dat je niemand gunt: van eigen aandoeningen (autisme, depressie, woedeaanvallen), ruziënde ouders, pesterijen op school, agressieve vaders, afwezige moeders, sterfgevallen.

De dromen zijn meestal al aan de beperkte mogelijkheden aangepast: „Wat ik het liefst zou willen, maar dat zal heel erg moeilijk worden”, begint de zeventienjarige Franco. Wat volgt is geen miljonairsdroom, maar „professioneel vuurwerkafsteker worden”. Daarvoor zou hij nog tien jaar naar school moeten. Een andere jongen had eigenlijk het bedrijf van zijn vader willen overnemen, „maar daar ben ik niet slim genoeg voor”. Die ontdekking was wel een teleurstelling.

Spiegeldromen laat jongeren zien die er al een tienerleven aan gewend zijn dat bijna alles wat ze willen, te hoog gegrepen is. In beelden uit de klas zien we een docente met engelengeduld het verschil tussen horizontaal en verticaal uitleggen. En hoe je zes door vier deelt. Een jongen die schitterende droedels tekent tijdens zijn rekenles, zegt vrede te hebben met zijn cijfer. „Een twee is hoog voor mijn doen.”

Er is een jongen die tijdens een praktijkles opgelucht constateert dat de opdracht minder moeilijk was dan hij had verwacht. Die opdracht was: snijd de champignons in vieren, of in zessen als het grote zijn. Dat is natuurlijk niet zo’n moeilijke opdracht, maar als je in je hele schoolleven alleen maar hebt meegemaakt dat alle opdrachten altijd moeilijk zijn – dan durf je er niet meer op te vertrouwen dat je wat dan ook kunt.

Er zitten bijna dertigduizend leerlingen op 175 scholen voor praktijkonderwijs in Nederland. Voor de jongeren in Spiegeldromen wordt met hart en ziel gezorgd en je ziet hoe dat vruchten afwerpt, zoals bij een meisje dat helemaal is opgebloeid tijdens haar stage bij een drogisterij.

Tegelijk wéét je dat lang niet al deze jongeren goed terecht zullen komen: in veel gevallen is er al te veel gebeurd. Sommige mensen komen nooit meer uit de knoop.

    • Arjen Fortuin