De PvdA strijdt om een plekje links vooraan

Gemeenteraadsverkiezingen De verkiezingen in maart gaan voor de PvdA om haar veerkracht als machtspartij. Telt ze nog wel mee? Over zichzelf praten helpt niet.

Bij tussentijdse verkiezingen in november behaalde Lutz Jacobi in Leeuwarden een verrassend goed resultaat voor de PvdA. Foto Vincent Jannink/ANP

Komt de PvdA nog terug als politieke machtsfactor? Vorige week vertrok de fractievoorzitter in de Eerste Kamer, Marleen Barth, met tumult dat herinnert aan het verleden van de PvdA als grote partij. Zij trad terug als senator nadat ze – voor de tweede keer in een week – in opspraak was gekomen, dit keer door een vakantie tijdens een belangrijk debat.

Nu dat belangrijke debat, over donorregistratie, deze dinsdag tot een ontknoping komt, leidt de onbekende André Postema de PvdA-fractie. Hij is voorzitter van het Limburgs Voortgezet Onderwijs en van het Beneluxparlement, maar een Haagse hoofdrol ligt niet voor de hand.

De PvdA als een kleintje onder de middelgrote partijen. Dat is even wennen, maar de sociaal-democraten zijn ermee bezig. Bij gemeenteraadsverkiezingen, over vijf weken, wil ze 9 procent van de stemmen halen, wordt binnen de partij gezegd. Dat is minder dan vier jaar geleden: toen haalde de PvdA 10 procent – een historisch verlies van 5 procentpunt.

Maar het is meer dan de 7 procent bij de Tweede Kamerverkiezingen vorig jaar. Ook dat was ongekend laag. Het maakte de PvdA met negen zetels de derde van de linkse partijen in de Kamer, en de vierde van de progressieve partijen (D66 meegerekend).

Dat heeft gevolgen bij de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart. Campagneleider Gijs van Dijk, ook Kamerlid, hoedt zich voor harde doelen. 9 procent? „Nee, dat heb ik nooit gezegd. Gelukkig niet zeg. We weten dat we nog een lange weg te gaan hebben.” Alleen de inhoud telt: „We hebben met elkaar afgesproken dat we nu vooral de vaste grond moeten zijn voor mensen. Ons verhaal moet gaan over meer zekerheden.”

De lijn-Asscher

Het is de lijn van partijleider Lodewijk Asscher. Zijn lievelingsthema is ‘eerlijk werken’. In het najaar boekte de PvdA goede resultaat bij vervroegde raadsverkiezingen. In Leeuwarden won de PvdA zelfs onder leiding van ex-Kamerlid en lokale ster Lutz Jacobi. De PvdA hoopte voorzichtig op een nationaal Lutz-effect.

Maar vijf weken voor de ‘grote’ gemeenteraadsverkiezingen dreigen andere effecten. Zoals het Moorlag-effect, naar Willem Moorlag, het Kamerlid dat in opspraak kwam omdat hij in het verleden een schijnconstructie had laten bestaan bij een sociale werkplaats in Drenthe. Na intern partijonderzoek mocht hij uiteindelijk blijven. Intussen had de PvdA een maand lang over zichzelf gepraat – precies waar kiezers niet van houden en waar Asscher vanaf wil. In februari gebeurde dat weer: het Barth-effect.

Eerste viool

Dit weekeind raakte de PvdA weer in het defensief nadat dagblad Trouw meldde dat de partij in „veel” gemeenten niet onder eigen naam meedoet omdat dit stemmen zou kosten. De PvdA legde uit dat ze in 254 gemeenten onder eigen naam meedoet en in 69 gemeenten niet. Vier jaar geleden was dat in 61 gemeenten. In 30 gemeenten doet de PvdA mee in samenwerkingsverband met partijen als GroenLinks en SP. Die zijn landelijk groter en spelen vaker de eerste viool.

Een comeback lijkt intussen steeds moeilijker te worden. Denk kan in Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Rotterdam veel oud-PvdA-stemmers trekken.

Als het op debatten aankomt, komt Asscher niet meer in de buurt van het podium: voor Alexander Pechtold (D66) of Jesse Klaver (GroenLinks) is de omstreden Thierry Baudet (van het kleinere Forum voor Democratie) een aantrekkelijker opponent. Asscher moet het hebben van groepsdebatten. Vrijdag viel hij in Amsterdam op door zijn felheid tegen Thierry Baudet. Maar een nieuwe nederlaag van de PvdA in maart kan Asscher zomaar onhoorbaar maken tussen GroenLinks, SP en D66.

    • René Moerland