Corruptie in de EU ondermijnt saamhorigheid

Europa

Het was lang onbespreekbaar in Europa: alleen subsidie als je de rechtsstaat respecteert. Maar het onderlinge wantrouwen tussen de EU-landen groeit.

Foto Toby Melville/Reuters

Wie profiteert er het meest van de Europese subsidiepotten? Dat is de 1.000 miljard euro-vraag die Brussel omtovert in een politiek slagveld. Op vrijdag 23 februari geven de regeringleiders, tijdens een informele top, het startsein voor de onderhandelingen over de nieuwe zevenjarenbegroting van de EU na 2020.

Achter de schermen „loopt de spanning nu al hoog op” zeggen diplomaten in Brussel. De vorige, over de nog lopende periode 2014-2020, kwam al moeizaam tot stand. Het werd een krappe 1.000 miljard euro, merendeels bestemd voor Europese landbouw en investeringen in zwakke regio’s. Rijkere landen als Nederland zijn netto-betalers, armere landen in Oost-Europa zijn netto-ontvangers. De urgentie van saamhorigheid en onderling vertrouwen bepalen het draagvlak voor dit systeem van geven en nemen.

Bij de start van de onderhandelingen over de nieuwe EU-begroting zijn er meer splijtzwammen dan ooit tevoren. Allereerst kreeg de ‘saamhorigheid’ een Brexit-dreun. Na het vertrek van de Britten uit de EU, maart 2019, ontstaat een jaarlijks gat van bijna 13 miljard euro. Dat moet worden opgevuld, vindt de Europese Commissie, die de landen herinnert aan de ambitieuze maar kostbare plannen die in EU-verband zijn gemaakt: extra investeringen in gezamenlijke defensie, in veiligheid, in innovatie, in bestrijding van armoede en werkeloosheid.

Opvullen? Werk dat gat liever weg met extra besparingen, vindt premier Rutte, die een ‘slankere’ begroting wil, maar daarvoor te weinig steun in Europa heeft. Grote landen als Duitsland en Frankrijk en alle netto-ontvangende landen (de meerderheid) zijn voor een verruiming. Dat Nederland na de Brexit extra gaat betalen aan de EU-begroting, wordt door waarnemers al gezien als een „voldongen feit”.

Nederland is een van de EU-landen die meer betalen dan ontvangen

En dan het ‘onderlinge vertrouwen’. Hoe moet een Urker pulsvisser, die net uit Brussel een verbod op zijn ‘puls’ heeft gekregen, loyaliteit voelen met Bulgarije waar veel EU-subsidies verdwijnen in de zakken van een corrupte elite? Die subsidies worden mede gefinancierd met belastinggeld uit Urk.

Ook naar Nederland zelf wordt kritisch gekeken. Hoe moet een Franse of Duitse boer nog loyaliteit voelen met zijn Nederlandse collega’s die via registratiefraude rondom mest en koeien een concurrentievoordeel versierden?

Het vertrouwen wordt vooral op de proef gesteld door gevallen van corruptie en misbruik van EU-geld, met name in Oost-Europese EU-landen.

Volgens corruptiewaakhond Transparency International is een land als Hongarije „ingepalmd door privé-belangengroepen”. Europees anticorruptiebureau OLAF heeft net een onderzoek afgerond in Hongarije, waarbij „ernstige onregelmatigheden” zijn vastgesteld bij EU-gefinancierde overheidsprojecten. De Tsjechische premier, een miljonair, wordt verdacht van misbruik van EU-geld.

Lees ook: Rijk worden door God, geluk en Orbán – en dankzij de EU

Daarnaast houden netto-ontvangers als Hongarije, Polen en Roemenië zich doof als ‘Brussel’ ze herinnert aan Europese regels over deugdelijke rechtspraak. In die landen staat de onafhankelijkheid van rechters steeds meer onder druk.

Slopers van de saamhorigheid

Corruptie, de fraude met EU-subsidies, de antidemocratische tendensen – het zijn de slopers van de saamhorigheid waarvan de Europese Unie afhankelijk is. „Vertrouwen is de sleutel”, zegt Vessela Tsjerneva, analist bij denktank ECFR in de Bulgaarse hoofdstad Sofia. Bulgarije is dit half jaar EU-voorzitter. „De economische groei in mijn land drijft grotendeels op EU-subsidies.”

Op hoeveel subsidies Bulgarije kan rekenen onder de nieuwe meerjarenbegroting „zal afhangen van de vraag of men ons vertrouwt”, zegt Tsjerneva. „Bulgarije moet de corruptie hard aanpakken.”

Fraude met EU-geld blijft niet ongestraft, zegt Alex Brenninkmeijer van de Europese Rekenkamer die de EU-begroting controleert. „Uiteindelijk moet een land elke onrechtmatig verkregen cent terugbetalen.” Probleem is dat de controleprocedure en besluitvorming tot mogelijke sancties tergend lang duren. Een regering kan goede sier maken met het op korte termijn binnenhalen van EU-geld waarmee projecten worden betaald. Als daarbij fraude wordt geconstateerd en OLAF een onderzoek begint, is dat voor een land een probleem op de lange termijn – de kiezers zijn dan al vergeten welke regering daarvoor verantwoordelijk was. „Je zou dit kunnen aanpakken door hangende het onderzoek de subsidieverstrekking op te schorten”, zegt Brenninkmeijer.

Een ander voorstel is de oprichting van een Europees Openbaar Ministerie dat fraude in de landen kan aanklagen. Daarnaast wil de Europese Commissie, die over de meerjarenbegroting woensdag een discussiestuk presenteert, EU-subsidies gaan koppelen aan de garantie dat een land de rechtsstaat respecteert.

Eerst de clubregels volgen. Pas daarna toegang tot de clubkas. Die koppeling, lange tijd onbespreekbaar, benadrukt het groeiende onderlinge wantrouwen dat van het begrotingsdebat een heftige maar noodzakelijke politieke strijd maakt.

    • Stéphane Alonso
    • Tijn Sadée