Brieven

Brieven 13/2/2018

Voltooid leven (1)

Mijn leven is voltooid

Gert-Jan Segers wil dat gemeenten er alles aan doen om te voorkomen dat ouderen hun leven voltooid vinden (‘Laten we ouderen het gevoel geven dat hun leven níet klaar is’, 10/2). Een bemoeizucht die me doet huiveren. Als gepensioneerde vind ik dat mijn leven voltooid is. Dat betekent niet dat ik er een punt achter wil zetten, maar als ik morgen onder de tram loop, is dat geen drama. Als een arts bij mij een vreselijke ziekte ontdekt, begin ik niet aan allerlei nare kuren. Ik streef geen lang leven na, maar een goed leven. Ik loop niet meer achter de fanfare aan, hoef me nergens meer druk over te maken. Behalve over Segers dan.

Voltooid leven (2)

Moordmiddel

Ik heb grote bezwaren tegen het zelfmoordpoeder van de coöperatie Laatste Wil (Honderden kopen ‘laatste wil-poeder’, 8/2). Het middel wordt met geheimzinnigheid omgeven: de stof is geheim, je moet tekenen voor geheimhouding, je krijgt het middel via een inkoper die dan per persoon 2 gram afpast met een kluisje van 180 euro (waarom?) en je wilsbekwaamheid test (hoe?). De coöperatie is niet aansprakelijk voor ‘eventuele schade’ (?). En tien tegen één lekt toch uit om wat voor middel het gaat. Het poeder lijkt me een ideaal moordmiddel; je kan het weliswaar maar één keer gebruiken, maar als ik toch meer moorden wil plegen is het niet onmogelijk om wat extra poeders te regelen. Gaat er onverhoopt iets mis bij een zelfeuthanasie, dan is de Laatste Wil niet aansprakelijk; maar wat als je na een mislukte poging in het ziekenhuis komt? Daar moet dan een arts verzinnen hoe te handelen bij iemand met een overdosis middel X. Nog wel het ergste: het bezit van zo’n poeder vergroot de kans op een impulsdaad. Zelfmoord is zeer ingrijpend en afschuwelijk. Als er dan echt geen andere uitweg is, dan alsjeblieft op een andere manier, want dit ziet er erg mis uit.

huisarts (niet-praktiserend)

Lucebert

Biecht vol berouw

Ik heb het boek van Hazeu over Lucebert nog niet gelezen, maar zou het kunnen zijn dat het gedicht Er is een grote norse neger in mij neergedaald iets van spijt van Lucebert voor zijn racistische opvattingen uit het verleden uitdrukt? Het gedicht gaat verder (geciteerd in het Commentaar, 9/2): „die van binnen dingen doet die niemand ziet / ook ik niet want donker is het daar en zwart”. Maar vaak wordt de laatste zin van het gedicht niet aangehaald: „Te veel slaven trok ik af van de belasting.” Vroeger vond ik dat een beetje een lullig einde van het gedicht, alsof er iets van de toentertijd gebruikelijke anti-racistische opvattingen nodig moest worden verwerkt. Maar na de onthulling van het ietwat duistere verleden van Lucebert vallen voor mij de puzzelstukjes op hun plaats: het is een biecht vol berouw.

Ras en IQ

Onzindiscussie

Het artikel van 10/2 dat wordt aangekondigd met de kop „De onzindiscussie over ras en IQ” beslaat drie bijna volledige pagina’s. Waarom zoveel ruimte voor een onderwerp dat enkel is geagendeerd door twee jaar oude populistische uitspraken van een kandidaat-raadslid? De politieke tumult heeft overduidelijk alleen aandacht in verkiezingstijd tot doel. Gelukkig geeft NRC meteen in de kop zelf al toe dat het een onzindiscussie is. Dus waarom dan toch doorschrijven? Met de huidige oplage beslaat het artikel in print bijna vier hectare, net genoeg om de krant als een muffe deken over het Binnenhof te leggen.