Albumoverzicht: een gebroken hart is een goudmijn

De muziekrecensenten van NRC beoordelen de nieuwe albums van deze week, met onder meer Marlon Williams, ‘Black Panther’, Basa Basa en Answer Code Request.

  • ●●●●

    Marlon Williams: Make Way for Love

    Marlon WilliamsPop: Een gebroken hart is een goudmijn voor een singer-songwriter. Na een veelgeprezen debuut dat in muzikale grilligheid alle kanten op schoot, heeft de Nieuw-Zeelandse zanger Marlon Williams zijn ware stem gevonden op het van liefdesverdriet doordrenkte Make Way For Love. Zijn ijle stem heeft veel van Roy Orbison, iets van Ahnoni en de rest komt rechtstreeks uit Williams’ geagiteerde ziel. De muziek klinkt ouderwets ambachtelijk en wonderschoon in de dichterlijke manier waarop hij zijn hartzeer uitmeet. Van de paniek die bezit van hem neemt in ‘Can I Call You’ tot de realisatie dat het vuur van de liefde hem tot een hoopje as heeft gereduceerd, vindt Williams telkens nieuwe manieren om prachtig melancholieke popsongs te boetseren uit het onomkeerbare. Bijna surrealistisch wordt het in ‘Nobody Gets What They Want Anymore’, een duet met de ex in kwestie, zangeres Aldous Harding. Ze komt niet terug, maar ze gaf hem het afscheidscadeau van de tijdloze inspiratie. Jan Vollaard

  • ●●●●

    Kendrick Lamar ea: Black Panther

    Kendrick Lamar eaHiphop: Black Panther is geen nieuw album van Kendrick Lamar, maar een door hem samengestelde soundtrack bij de gelijknamige film. Lamar vroeg een aantal hiphopcollega’s en r&b-zangers, die de glooiende liedjes leverden. Zo zingt Khalid hier het broeierige ‘The Ways’ en is ‘Opps’ van Vince Staples een nerveus voorthuppelende herhaling van steeds dezelfde naargeestige verklaring (‘You’re Dead To Me’).

    Kendrick Lamar zelf komt slechts een paar keer voor: het openingsnummer is van hem, hij levert enkele regels in het door Future virtuoos gerapte ‘King’s Dead’, en hij is de smaakmaker in een iets te zoet ‘Pray For Me’ van The Weeknd.

    Deze compilatie zwenkt op een prettige manier langs de genres, van luchtige pop, zoals ‘All The Stars’ van zangeres SZA, tot het duister echoënde ‘Bloody Waters’ waarin Anderson Paak als een dominee het naderende onheil verkondigt. Daarmee is Black Panther een mooie staalkaart van de verschillende mogelijkheden van de hedendaagse ‘urban’ muziekstijlen. Hester Carvalho

  • ●●●●

    Bonne Aparte: Scalps

    Bonne AparteRock: Bonne Aparte is na ruim tien jaar stilte terug met een nieuw album: giftige punkrock op de leest van Sonic Youth en The Jesus Lizard. Frontman Gerrit van der Scheer (ook bekend van Herrek) heeft bandleden uit onder meer Rats on Rafts ingelijfd, is uit Leeuwarden afgezakt naar Rotterdam en is niet minder pissig geworden, blijkt op Scalps. De agressie zit ’m in de grillige, puntige gitaren, waar de donkere stem van Van der Scheer loom maar onvoorspelbaar overheen hangt, alsof hij steeds gefrustreerder wordt en elk moment naar je kan uithalen. Dat werkt goed in de korte erupties op dit album van net 23 minuten, vooral in ‘Piss’, ‘My Defeat’ en het verwrongen ‘Twin Love’. Het mooiste is de noiserockbom ‘Knife’, dat na het bezeten mantra ‘knife in your face, knife in your face’ ruim zes minuten aanzwelt tot een wervelwind van rammende drums en hypnotiserende ruis. Een uitgestrekte, psychedelische aanval op de zintuigen, waar Bonne Aparte zich vaker aan zou mogen wagen. Peter van der Ploeg

  • ●●●●

    Basa Basa: Homowo

    Basa BasaAfrobeat: In West-Afrika worden aan tweelingen vaak magische krachten toegeschreven. Dat deed ook Fela Kuti toen hij de Ghanese tweeling Joe en John Nyaku hoorde. In de vroege jaren zeventig maakte hun band Basa Basa een snelle opmars in de bloeiende popscene van Nigeria en Ghana. Basa Basa’s geluid wordt vooral gekenmerkt door een aanstekelijke bamboefluit op Afrikaanse soul, funk en rock. Nu hebben de beheerders van de Amsterdamse platenzaak Vintage Voudou Basa Basa’s laatste, veelgezochte album uit 1979 opnieuw uitgebracht. De Nederland-connectie blijkt niet eens zo vergezocht. In Nederland werd dit album verrassend genoeg in 1983 uitgebracht, terwijl het tot dan toe vooral in Nigeria verkrijgbaar was. De oorspronkelijke titel Together We Win werd hier Homowo en ook het gele hoesontwerp blijkt voor de Nederlandse markt te zijn geweest. Alles is te lezen in de uitgebreide documentatie die bij een dergelijke historische re-release hoort en die de toch al zo fijne luisterbeurt nog verder opfleurt. Leendert van der Valk

  • ●●●●

    Joan As Police Woman: Damned Devotion

    Joan As Police WomanPop: Joan Wasser, alias Joan As Police Woman, maakte met Damned Devotion haar zesde album en blijkt enigszins af te dwalen van haar bekende stijl. Haar muziek is goeddeels akoestisch, maar krijgt hier buitenissige accenten van elektronica, vermomd als tabla of als kalm echoënde beat. Ondanks deze aanvulling en de soms spookachtige koorzang klinken de instrumentaties nog steeds transparant, waardoor de aandacht vooral wordt gevestigd op de zang. Wassers stem wisselt tussen gedragen en soulvol, monter en somber, op een afgewogen manier.

    Hoogtepunten zijn het prachtige titelnummer met zijn aanzwellende symfonie in het midden, en het openhartige ‘What Was It Like’. Dat laatste schreef Joan over haar onlangs overleden stiefvader en de levensles die hij haar gaf. Tegen een achtergrond van klaaglijk piepende elektronica en een trefzeker bonkende piano glijdt haar stem langs onbeantwoorde vragen en liefdevolle herinneringen. Hester Carvalho

  • ●●●●

    Answer Code Request: Gens

    Answer Code RequestDance: Op zijn tweede album Gens lijkt het alsof Answer Code Request, Patrick Gräser, een andere planeet verkent, donker en sprookjesachtig tegelijk. Rust en emotie overheersen op de opvolger van Code. Langgerekte warme synthesizertonen boven subtiel stotterende krekelgetsjirp roepen de sfeer op van een buitenaardse grot waarin nieuw leven ontwaakt in intro ‘Gens’. Qua geluid put Gräser uit zijn jeugd begin jaren negentig: je hoort invloeden uit IDM, Britse raves, jungle en Detroit-techno. Het zit hem in het geluid van oude synthesizers, gebroken beats of blikkerige politiestemmen. Maar het tempo is traag, slepend en het geluid kraakhelder. De bas, subtiel en warm als een donzen deken, geeft de nummers een aangename organische kwaliteit. Op zijn beste momenten (zoals in ‘knbn2’) doet Gens denken aan de onderwaterwereld van Drexciya, Steffi’s World of The Waking State. Maar het mist in vergelijking net die details die je daar blijven verassen. Rolinde Hoorntje

    • Len Maessen