opinie

Te veel hulp bij het sterven onder eigen regie is niet goed

De ‘pil van Drion’ uit 1991 voor het vrije levenseinde zonder arts blijkt in 2018 dus een dodelijk poeder. Althans de Coöperatie Laatste Wil laat weten dat inmiddels 300 leden over een dergelijk zelfdodingsmiddel kunnen beschikken. Daartoe is onder het motto ‘baas over eigen sterven’ een systeem van protocollen en contracten ingericht dat de verantwoordelijkheid voor het potentieel strafbare ‘hulp bij zelfdoding’ zo moet spreiden dat niemand juridisch risico loopt. En dat diegenen die het aanschaffen niet ‘vergaand de greep op zichzelf kwijt zijn’. Noch dat ‘Middel X’ in de samenleving gaat zwerven voor andere doelen dan voor zélfdoding.

Die waarborgen zijn overigens tamelijk zwak – meer dan een marginale toets vindt er niet plaats: „bent u iemand die dit middel in redelijkheid had kunnen bestellen”. Binnen de „beperkte mogelijkheden” van de Coöperatie wil men wel „verantwoordelijkheid tonen”. Dat klinkt behalve mooi ook tamelijk hulpeloos. En er is groot vertrouwen in een ‘gepersonaliseerd’ kluisje, dat met een vingerafdruk open kan. Of met de bijgeleverde sleutel. Meer dan dat is het niet.

In beginsel is het openen van de weg naar het vrijwillige levenseinde voor de autonome burger, mits het legaal is, de verstrekking gecontroleerd, het verloop humaan en de eigen regie gegarandeerd, een goede zaak. Tegelijk laat dit particuliere initiatief ook overtuigend zien hoe ongelooflijk precair dit is. Feitelijk is dit initiatief een reactie op de geïmproviseerde zoektochten die vooral oudere burgers in het buitenland (laten) ondernemen naar een betrouwbaar dodelijk middel. Eerder beschreef de krant de Peru-route, waar de apotheken zware verdovingsmiddelen, bedoeld voor huisdieren, vrij verkopen, ook aan ’toeristen’ die een effectief euthanaticum zoeken. ‘Middel X’ van de Laatste Wil Coöperatie zou meer veiligheid moeten bieden. Maar dus ook makkelijker toegang en daarmee een lagere drempel. Daar wordt het riskant. Het OM hanteert immers als maatstaf dat hulp alleen mag bestaan uit het verwijzen naar openbare informatie en morele steun. Verschaffen, toedienen en het ter „navolging en op uitvoering gerichte geven van instructie” is taboe. Van de Hoge Raad mag een ander het „door zijn handelen ook niet mogelijk of makkelijker maken zichzelf te doden”.

Maar dat is exact wat hier gaande is. Zoals Ton Vink het in het Nederlands Juristenblad van deze week uitdrukt: ‘Hoe naïef kun je zijn’. De Coöperatie gaat precies dat doen wat strafbaar is: helpen met bestellen, distribueren en leveren. Het lijkt dus een kwestie van tijd voordat het Openbaar Ministerie tot vervolging zal besluiten. Dat de leden van de coöperatie niet wordt verteld om welk middel het gaat, lijkt rechtstreeks in strijd met de eis dat burgers op openbare informatie over deze middelen gewezen mogen worden. Hier wordt een geheim middel verstrekt, waarvan het de vraag is of het ook echt voor een humaan einde zorgt.

Daarmee is het zeer de vraag of dit het vrijwillige einde is in eigen regie of juist onder dat van de Coöperatie. Dat de nieuwe leden van de Coöperatie om een bijdrage voor een juridisch fonds wordt gevraagd, lijkt dan ook een zinnige maatregel. Kortom, hoe goed bedoeld ook, de wet staat nog in de weg van een initiatief dat zo is georganiseerd. De juiste volgorde is anders – eerst democratisch beslissen over wat legitieme hulp bij zelfdoding mag zijn, voordat een burgerinitiatief echt van start kan. Dit lijkt, hoe goed bedoeld ook, tot mislukken gedoemd. Terwijl de vraag reëel is en ook om een antwoord vraagt. Voorlopig ziet het er naar uit dat wie een humaan levenseinde wil zonder arts dat dus voorlopig nog zelf moet organiseren. En dat blijkt uiteindelijk ook best mogelijk.