opinie

    • Marcel van Roosmalen

Schaatsinflatie

Ik was jarig. Ik vierde het niet, maar de familie kwam toch. Mijn zus, haar man en haar twee puberdochters, die liever zouden zijn gaan carnavallen in Groesbeek, zaten met een stuk gebak op de bank. Mijn bejaarde moeder die vanwege het carnaval – er is hier in Noord-Holland helemaal geen carnaval – eigenlijk niet zou komen was er toch. Ze was als cadeau meegenomen door Ester Bal, de ex-persvoorlichter van Vitesse die van het slag is dat ze zelf wel bepaalt of iemand wel of niet zijn verjaardag viert.

„Je moet er effe een lap overheen halen, Mars”, zei ze toen ze met mijn moeder aan de arm binnenkwam. „De hele toet zit onder. Ik heb d’r onderweg kauwgom gevoerd.”

De televisie ging aan want winterspelen.

We zagen Carlijn Achtereekte goud winnen, Wüst en Knegt (bij het shorttrack) zilver en De Jong brons en vonden dat allemaal heel normaal. De medailles werden begroet met een simpel ‘ja’.

„Wie van de Nederlanders heeft er gewonnen?”, vroeg ik, want ik liep de hele tijd op en neer met koffie, thee en taart.

Mijn moeder: „1, 2, 3!!” Ester Bal: „Een of andere Carlijn.’ Ik: „Hoera.”

Toen er geen medailles meer te winnen waren ging de televisie uit. Ester Bal: „Hoe laat is morgen het eerste goud voor Kramer?”

Toen ik mezelf de volgende morgen brak op de bank terugvond, de leeftijd was toch nog behoorlijk gevierd, zag ik Sven Kramer op de vijfduizend meter.

De vriendin vanuit de keuken: „Heeft hij al goud?” Ik: „Over drie rondjes.” Zij: „O, leuk.”

Op mijn telefoon zag ik dat Mark Tuitert, de schaatser die bij de Olympische Spelen van 2010 goud won op de 1.500 meter, vijf gouden medailles voor de Nederlandse schaatsmannen voorspelde. Zelf vond ik het inmiddels geen gekke gedachte meer als ‘we’ bij de mannen en vrouwen alle gouden schaatsmedailles winnen en er ook met het grootste deel van de zilveren en bronzen medailles vandoor gaan.

Misschien dat het kwam omdat ik weer een jaar ouder ben, maar ik verlangde terug naar de tijd dat het winnen van een gouden medaille bij het schaatsen nog iets bijzonders was.

Laatst keek ik een aflevering van het geweldige programma Andere Tijden Sport terug. Annie Borcinck die in 1980 goud won in Lake Placid, polonaise van familie en buren op een boerderij in Eibergen: zo mooi wordt blijdschap nooit meer. Voor altijd een zwak voor de Ria Visser van toen die in dezelfde wedstrijd zilver won.

Als ze ons toen gezegd hadden dat we zo’n uitslag later normaal zouden vinden, hadden ze ons iets afgepakt.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.
    • Marcel van Roosmalen