Online op zoek naar Russische huurlingen

Burgerjournalistiek

Met minutieus onderzoek van onlinebronnen brengt een initiatief als Bellingcat nieuws over de MH17-ramp, Oekraïne, Syrië. In Rusland volgt het CIT dat voorbeeld.

CIT-oprichter Leviëv: „Noem ons geen ‘burgerjournalisten’; wij zijn activisten.”

Toen er vorige week maandag een Russische jager boven Syrië werd neergeschoten, moest je voor informatie niet bij het Ministerie van Defensie zijn, maar bij een klein groepje Russische activisten.

Het zogeheten Conflict Intelligence Team (CIT) is het beste geïnformeerd over de Russische militaire operatie in Syrië. Het CIT maakte korte metten met Moskou’s claim dat de neergeschoten SU-25 een ‘verkenningsvlucht’ uitvoerde: op videobeelden is goed te zien dat het toestel raketten afschiet. Het CIT corrigeerde ook berichten in de Russische pers dat de omgekomen piloot een overgelopen Oekraïense militair uit de Krim zou zijn.

Geen wonder dat CNN tegenwoordig belt met de oprichter van het CIT: Roeslan Leviëv. „Russische militaire officials melden slechts selectief slachtoffers in Syrië, vaak zonder namen vrij te geven of pas als media die hebben gepubliceerd”, zo zei Leviëv vorige week tegen de Amerikaanse nieuwszender. „En slachtoffers onder huurlingen noemen ze nooit.”

Juist de inzet van de geheimzinnige huurlingenfirma ‘Wagner’ is een belangrijk onderzoeksterrein van Leviëv. Het CIT achterhaalde de namen van gesneuvelden en publiceerde foto’s – een belangrijke aanvulling op het weinige wat er bekend is.

Verder gaan dan Bellingcat

Het CIT werkt op dezelfde manier als Bellingcat, waarmee het ook samenwerkt. De burgerjournalisten onder leiding van de Britse blogger Eliot Higgins deden baanbrekend onderzoek naar onder meer de MH17-ramp. Het CIT brengt op dezelfde manier de Russische interventie in Syrië in kaart. Zes medewerkers, twee stagiairs en twee vrijwilligers doen minutieus onderzoek op basis van openbare bronnen op internet, zoals foto’s, video’s en sociale media. Leviëv begon in zijn eentje, tijdens de oorlog in Oost-Oekraïne in 2014 . De gevechten waren in volle gang, hij kon het nauwelijks bijbenen. Leviëv vroeg anderen om hulp, stelde voor online informatie uit te wisselen. Zo kwam hij in aanraking met Bellingcat-onderzoeker Aric Toler. „Sindsdien hebben we dagelijks contact.”

De samenwerking met Bellingcat mag dan innig zijn, er zijn ook verschillen. Anders dan de club van Higgins deinst het CIT er niet voor terug een valse identiteit aan te nemen om (online) contact te leggen met nabestaanden. Leviëv: „Bellingcat houdt zich alleen bezig met onderzoek. Wij willen ook invloed uitoefenen op de situatie in ons land. Noem ons geen ‘burgerjournalisten’; wij zijn activisten.”

Gehackt door Fancy Bear

Leviëv is een pseudoniem: zijn echte naam is Roeslan Karpoek, zo weet de wereld sinds hackers inbraken in zijn mail en een kopie van zijn paspoort online zetten. Een beveiligingsbedrijf onderzocht de inbraak, vertelt hij. „Ze stelden vast dat Fancy Bear er achter zat, de hackers die ook de servers van de Democratische Partij in de VS hebben aangevallen.” De groep, zo is de communis opinio, wordt aangestuurd door de Russische militaire inlichtingdienst GROe.

Leviëv is al langer in beeld bij de veiligheidsdiensten. In 2012 werkte de gesjeesde rechtenstudent voor de campagne van oppositieleider Navalny, die dat jaar een gooi deed naar het burgemeesterschap van Moskou. Nog steeds verleent Leviëv hand- en spandiensten: zijn CIT verzorgt wekelijkse briefings over Syrië voor de oppositieleider. Leviëv hielp Navalny ook met het opzetten van zijn Youtubekanaal. Van die neveninkomsten kan Leviëv rondkomen, maar voor zijn CIT is het niet voldoende – het team draait op subsidie van een geldschieter die hij niet openbaar wil maken.

Leviëv denkt al na over de toekomst – voor als de Russen vertrekken uit Syrië. „We zijn bezig ons te herprofileren als analysebureau dat zich gaat bezighouden met internationaal terrorisme, de radicale islam en andere thema’s. Daarom studeren we nu allemaal Arabisch.” Maar voorlopig is Rusland nog niet weg uit Syrië. In december kondigde president Poetin, opnieuw, het vertrek van de Russische interventiemacht aan. Tegelijkertijd werd het aantal Russische huurlingen in het land uitgebreid, vertelt Leviëv. „Een hele slimme manoeuvre.”

    • Steven Derix