Mieren maken antibiotica om bacteriën te doden

Biologie

Sommige mieren maken antimicrobiële stoffen om elkaar niet ziek te maken. Dat blijkt uit proeven met ‘mierensap’.

Vuurmieren maken antibiotica. Foto iStock

We merken het elke winter weer in de trein, in de bus en in kantoortuinen: wie dicht op elkaar leeft, loopt het risico om ziekteverwekkers te verspreiden. Dat geldt niet alleen voor mensen, maar ook voor andere sociale diersoorten – mieren, bijvoorbeeld. Insecten hebben hun eigen methodes om de verspreiding van microben tegen te gaan: ze maken antimicrobiële stoffen aan. Zodoende zouden ze mogelijk als inspiratiebron kunnen dienen voor de ontwikkeling van nieuwe antibiotica, schreven Amerikaanse biologen vorige week in Proceedings of the Royal Society Open Science. Om die reden bestudeerden ze de productie van antimicrobiële stoffen bij twintig soorten mieren. Het gaat om een verkenning: een door mieren geïnspireerd antibioticum zit er op korte termijn niet in.

Voor hun onderzoek legden de biologen de mieren 24 uur lang in een oplossing met 95 procent alcohol. De mieren van elke soort waren afkomstig van vier verschillende kolonies: 5 mieren van kolonie A, 10 van kolonie B, 20 van kolonie C en 40 van kolonie D, om zo toenemende concentraties ‘mierenextract’ te verkrijgen.

Dat mierenextract werd vervolgens gebruikt om de groei van de algemeen voorkomende bacterie Staphylococcus epidermidis te analyseren. De onderzoekers verwachtten dat extracten van alle mierensoorten bacteriegroei zouden voorkomen, maar in werkelijkheid was dat maar voor 12 van de 20 soorten het geval. De concentratie van het extract maakte daarbij niet per definitie uit: bij vijf soorten was het slapste extract, op basis van 5 mieren, afdoende, bij de andere zeven soorten waren sterkere concentraties nodig om de groei van Staphylococcus epidermidis te voorkomen (twee daarvan waren zelfs in de hoogste concentratie nauwelijks bacteriewerend). De overige acht soorten remden de groei in het geheel niet.

Het lijkt er dus op dat die acht soorten geen antimicrobiële stoffen aanmaakt, en zich op andere manieren tegen ziekteverwekkers wapenen. Mogelijk maken deze soorten gebruik van goedaardige microben om gezond te blijven, of investeren ze extra energie in hun lichamelijke verzorging. Of wellicht maken ze stoffen aan die alleen tegen sommige ziekteverwekkers effectief zijn (schimmels bijvoorbeeld) en niet tegen Staphylococcus epidermidis.