Peter Kops, alias Extince, werkt zijn teksten uit zonder notitieboekje: „Als je schrijft is het alleen maar tekst, dat heeft met ‘flow’ of ritme niks te maken.”

Foto Jerome de Lint

Edison Oeuvreprijs voor Extince

Rapper Extince (50) kreeg maandagavond de Edison Pop Oeuvreprijs voor zijn rol als pionier van de Nederlandstalige hiphop. „Ik componeer in mijn gedachten.”

Begin jaren negentig zeiden vrienden tegen rapper Extince: „Leuk die hiphop, maar wat ga je echt doen met je leven?” Juist toen Extince, artiestennaam van Peter Kops, overwoog om als artiest te stoppen – „Iedereen om me heen werd serieus, stichtte een gezin” – werd zijn eerste Nederlandstalige single ‘Spraakwater’ een grote hit. Vanaf dat moment, in 1995, was Extince een ster, en werd Nederlandstalige hiphop een serieus te nemen genre.

Maandagavond op het Edison Gala kreeg Extince, nu 50, de Edison Pop Oeuvreprijs, voor een oeuvre dat nog altijd wordt uitgebreid, zoals met het album X (2015). Extince ontving de prijs voor zijn rol als „pionier” van de Nederlandstalige hiphopcultuur. De jury noemt hem „een ongekend soepele en hitgevoelige rapper die de Nederlandse taal voor veel van zijn collega-artiesten buigzaam en vloeibaar hielp maken.” Hij wordt inspirator genoemd van de huidige generatie rappers. Ronnie Flex, Boef, Lil’ Kleine en SBMG, voor wie het nu „gouden en platina platen regent”, namen een voorbeeld aan zijn „flexibele taal en pakkende punchlines”.

Koot & Bie en Drs P.

Zijn eigen inspiratiebronnen waren Freek de Jonge, Koot & Bie en Drs. P, vertelt Kops op een middag in een cafetaria in Tilburg, vlakbij zijn woonplaats Oosterhout. „De manier waarop zij eigen woorden bedachten en de taal naar hun hand zetten, vond ik altijd al geweldig.” Toch duurde het tien jaar voordat Extince, die altijd in het Engels rapte, zich in zijn moedertaal wilde uitdrukken. „Geen haar op mijn hoofd die eraan dacht om in het Nederlands te rappen. Mijn helden kwamen uit New York, Miami, Los Angeles. Ik wilde zijn zoals zij.”

Ze ontmoetten elkaar in 2012: taaltovenaar Drs. P (toen 92) en Extince. Lees ook dit dubbelinterview: ‘Wij spreken werkelijk dezelfde taal.’

De ommekeer kwam door Def P, voorman van Osdorp Posse. Hij vroeg Extince om een bijdrage voor hun nieuwe album, in het Nederlands. „Toen hij me vroeg, was ik bijna beledigd. Waarom vraag je mij, terwijl mijn focus Engelstalig is. Ik wil de wereld over!” Voor hun nummer ‘Turbotaal’ (1994) rapte hij uiteindelijk één couplet, waarin de typische Extince-kenmerken meteen opvielen: zijn zachte g, relaxte timbre en zijn branie: ‘Ik opereer vanuit de eethoek/ druk rappers in de vergeethoek/ want ik ben goed en ingewikkeld als een cryptogram’.

„Toen het album uitkwam, geneerde ik me heel erg, want elk woord was direct te verstaan”, zegt Kops. „Maar om me heen vonden mensen het mooi. Ik dacht: als ik al zoveel goede reacties krijg op één coupletje, dan moet ik dat nog eens proberen.”

Zo ontstond ‘Spraakwater’, dat de achtste plaats van de hitparade bereikte. „Wat toen gebeurde was overweldigend, mijn leven veranderde. Een heel jaar heb ik dat nummer overal in Nederland en België gezongen.”

Extince was de eerste die het Nederlands als raptaal populair maakte. „Het klopte beter dan rappen in het Engels. Nu konden de mensen me verstaan, en ik baseerde me niet meer op de Amerikaanse samenleving, maar op Nederlandse cultuur.” Zo had hij het over Drs. P en aap, noot, mies: ‘Ik doe dit al vanaf m’n melktanden/ Vanaf de aap, noot, mies/ en ik smeer m’n stembanden met spraakwater’.

Kops’ liefde voor rap begon eind jaren zeventig met het liedje ‘Rapper’s Delight’, van The Sugarhill Gang, en werd een obsessie toen hij een paar jaar later nummers hoorde van Grandmaster Flash and the Furious Five. „Ik was diep onder de indruk van hun woordgebruik en ritme. Door hen begon ik te oefenen. Dan rapte ik mee met ‘New York, New York’, dat kon, want op de achterkant van een 12-inch single stond altijd een instrumentale versie.”

Hiphopcultuur

„Dit wordt mijn leven”, besloot Peter Kops toen hij Electric Boogiemen zag, de eerste Nederlandse breakdancers. „Ineens snapte ik dat er een hele cultuur om hiphop heen zat: het dansen, de graffiti. Ik zag voor het eerst hoe dj’s hun platen draaiden en snapte eindelijk wat ‘scratchen’ was. Tot dan toe begreep ik er niets van. Mijn vrienden en ik dachten dat iemand dicht bij de microfoon zijn rits op en neer haalde. Dat probeerden we ook, maar het klonk heel anders. Toen ik een dj zijn plaat heen en weer zag duwen, vond ik dat geweldig. Zo inventief.”

Kops begon te rappen, als begeleiding van een dansgroep. „Ik zag Ice-T in een film rappen bij electric boogie. Zo begonnen wij ook: op straat oefenen, tot zich een groep publiek om je heen verzamelde.” Hoogtepunt van zijn Engelstalige carrière was een optreden in 1992 in een grote club in New York, waar hij de zaal voor zich won en hij idolen als Doug E. Fresh en de Rock Steady Crew in het publiek zag staan. Toch bleek een loopbaan in Amerika moeilijk. „Zonder green card maak je geen kans.”

Tegenwoordig werkt Extince nog altijd zoals hij ruim dertig jaar geleden begon. Hij heeft geen notitieboekje nodig en ook geen smartphone om snel iets op te nemen: Extince bedenkt de teksten in zijn hoofd en onthoudt ze. „Ik componeer in mijn gedachten”, zegt Kops. „Als je het schrijvend doet, is het alleen maar tekst, dat heeft met ‘flow’ of ritme niks te maken. En daar gaat het juist om.”

Op zijn meeste recente album rapt hij in het nummer ‘Don’t Know Dutch’ over ontmoetingen met Amerikaanse toeristen. „Nu is het andersom: ik spreek Amerikanen die zeggen, ‘Goeie nummers, maar helaas, ik versta er niks van’.”

Veel rappers hebben tegenwoordig een studio thuis. Extince neemt zijn muziek nog altijd op in Amsterdam bij Studio 150, op analoge apparatuur. „Een huisstudio is niet duur tegenwoordig”, zegt hij. „Maar ik zie bij anderen hoe het eraan toegaat: de hele dag boys over de vloer die tosti’s bakken en jointjes draaien. Dat is niks voor mij.”