Opinie

    • Joshua Livestro

Frits Bolkestein als tovenaarsleerling

Frits Bolkestein voerde midden jaren negentig van de vorige eeuw een polemiek met enkele voormalige communistische journalisten. Waarom moesten NSB’ers na de Tweede Wereldoorlog wel rekenschap afleggen en CPN’ers na het einde van de Koude Oorlog niet?

Het leidde tot een interessante briefwisseling met Gijs Schreuders, voormalig hoofdredacteur van het communistische dagblad De Waarheid. Daarbij moest Bolkestein uiteindelijk toegeven dat Schreuders zelf in elk geval wel die verantwoording had gegeven (in zijn lezenswaardige autobiografie De man die faalde).

Het is een mooi voorbeeld van de ironie van de geschiedenis dat uitgerekend Bolkestein nu op eenzelfde manier wordt gevraagd verantwoording af te leggen. Directe aanleiding is het werk van de onlangs op de intellectuele agenda van Nieuw Rechts gepromoveerde socioloog Merijn Oudenampsen. In zijn proefschrift presenteert Oudenampsen Bolkestein als de wegbereider van het 21ste-eeuwse rechtspopulisme. Er zouden volgens hem intellectuele verbanden bestaan tussen Bolkesteins denken enerzijds en dat van Fortuyn en Wilders anderzijds.

Nu kan ik me goed voorstellen dat de stelling Bolkestein niet zint (full disclosure: ik was drie jaar zijn persoonlijk medewerker en ben dus enigszins bevooroordeeld over de man en zijn staat van dienst). Het is immers confronterend te moeten nadenken over het radicaal potentieel van de eigen opvattingen. Maar hoe pijnlijk ook, de vraag mag natuurlijk wel gesteld worden: heeft hij met het lanceren van het debat over islam en immigratie begin jaren negentig niet krachten opgeroepen die hij uiteindelijk niet heeft kunnen beheersen? Zijn politieke tijdgenoten waarschuwden destijds nadrukkelijk voor de mogelijke ontsporing die zou kunnen volgen op wat zij „roeren in de onderbuik” noemden. Kijkend naar de haatzaaierij van Wilders en het pseudowetenschappelijke racisme van Baudet kan je moeilijk volhouden dat die ontsporing er niet was. Is er dan helemaal geen oorzakelijk verband?

Misschien kan ik Bolkestein wat leesvoer aanraden terwijl hij zijn antwoord op deze vraag overdenkt: How the right lost its mind (‘Hoe rechts zijn verstand verloor’) van de voormalige talkradio-presentator Charlie Sykes. Hij beschrijft hoe de Amerikaanse conservatieve beweging waar hijzelf deel van uitmaakte de weg bereidde voor Trump. De tekenen van verwording die hij schetst, kennen we ook uit onze politieke praktijk. Denk aan politici die immorele excessen (waaronder verbaal geweld en bedreigingen) van de kant van hun kiezers goedpraten omdat ze „begrip hebben voor hun frustraties”. Of aan intellectuelen bij wie islamkritiek via immigratiekritiek is uitgemond in onverhuld Blut und Boden-denken.

Het interessantste aan Sykes’ boek is niet zijn diagnose, maar de klinische manier waarop hij de eigen medeverantwoordelijkheid voor het ontstaan van de huidige situatie uitwerkt. Het levert ook voor mij pijnlijk herkenbare inzichten op. Zijn kernvraag – ‘Heb ik bijgedragen aan deze prairiebrand van schijnheiligheid en xenofobie?’– is er een die elke rechtse politicus en intellectueel die de afgelopen 25 jaar in ons publieke debat actief is geweest zichzelf mag stellen.

Dat debat snakt naar rechtse prominenten die duidelijk het verschil markeren tussen de rechtse hoofdstroom en de anti-liberale agenda van het nieuwe extreemrechts. Is Bolkestein ervan overtuigd dat zijn eigen uitspraken volledig losstaan van de opkomst van extreme figuren als Wilders en Baudet? Dan zou het nuttig zijn als hij uitwerkt waarom dat volgens hem het geval is.

Joshua Livestro is hoofdredacteur van opiniesite Jalta.nl.
    • Joshua Livestro