Foto Ennio Leanza/EPA

Roger Federer omarmd door fans op het vliegveld van Zürich, na zijn winst op de Australian Open.

Roger Federer: ‘Als je mij ziet krijg je altijd 100 procent’

Roger Federer

Hij kan in Rotterdam de oudste nummer één van de wereld worden. „Mijn filosofie is: ik speel wanneer ik er klaar voor ben.”

Zijn armen en handen zijn continu in beweging als hij praat. Het gaat in snel tempo, in heldere taal. Geen moment van verslapping, elk antwoord zit vol gedachten en theorieën. Stel hem een vraag, en hij is zo twee, drie minuten aan het woord. „Als ik hier kom, is het met mijn hele hart”, zal Roger Federer later in het gesprek zeggen.

Zijn woorden galmen in een van de lege kleedkamers, maandagmiddag in sportpaleis Ahoy. De nummer twee van de wereld is, tot veler verrassing, naar Rotterdam gekomen met een missie: mondiale nummer één worden. Dan moet hij de halve finale bereiken van het ABN Amro-toernooi. Dan wordt de 36-jarige Zwitser de oudste lijstaanvoerder ooit. Najaar 2012 was hij voor het laatst nummer één. Woensdagavond speelt Federer in de eerste ronde tegen de Belg Ruben Bemelmans.

Federer zit in een coltrui op een plastic stoel aan een simpele houten tafel. Ontspannen, de benen gekruist. Een toegezegd kwartier wordt ruim twintig minuten. Twee weken terug na winst op de Australian Open, Federers twintigste grandslamtitel, benaderde zijn manager toernooidirecteur Richard Krajicek, of er nog te praten viel over deelname, met het oog op de nummer één-positie. Binnen een week was het geregeld.

Federer: „Mensen zeggen nu: oh my god, dit is een totaal ander schema, helemaal in tegenstelling tot zijn filosofie [van weinig toernooien spelen]. Maar dat zie ik niet zo. Ik dacht al aan Rotterdam in november. Ik wist altijd dat dat een optie zou zijn. Ik moest eerst afwachten hoe de Australian Open zou gaan, hoe ik mij voel, hoe het lichaam reageert, hoe de familie is, hoe de ranking is. Kort daarna besloot ik dat het interessant zou zijn om hier te komen.”

Toen u in 1998 begon als prof, speelden Andre Agassi en Pete Sampras nog. Hoe heeft u het tennis zien veranderen in die twintig jaar?

„Het is atletischer geworden. Vroeger konden we ook hard slaan, maar dan ging [de slagenwisseling] van langzaam naar medium, langzaam, medium, snel, medium, langzaam, medium, snel. Nu is het: medium, snel, snel, snel, medium, medium, snel snel.” Hij beweegt met zijn armen, om de snelheid te benadrukken.

„Het tempo lijkt hoger. Daarom is het moeilijker om sluw en ‘gentle’ te spelen. Omdat: als de ander hard slaat, moet je ook agressief zijn. Dan krijg je big tennis. Voorheen was er meer serve en volley, in de tijd van Henman, Sampras, Krajicek. Dan moest je zelf ook naar het net. Omdat nu niemand meer serve en volley speelt, is iedereen comfortabel op de baseline. Het is een ander spel.”

Wordt u soms nostalgisch?

„Een beetje, ja. De oude tijden waren goede tijden. Maar iedereen ging toen met pensioen; Sampras, Agassi, Moya, Henman, Krajicek, Kafelnikov. Die generatie kende ik van tv. Zij waren de reden waarom ik speelde. Als dat weggaat, heb je het gevoel dat je iets verliest. Ik mis ze nog steeds. Ik moest mij toen herijken en zeggen: het is opwindend om tegen míjn generatie te spelen, Roddick, Hewitt, Ferrero, Safin. En daarna denk je: het is cool om tegen de vólgende generatie te spelen, want zij zijn zo getalenteerd: kijk naar hoe Djokovic beweegt, kijk naar de spin van Rafa, de creativiteit van Murray.”

Lees ook: De wedergeboorte van Roger Federer

Is het leuk om Roger Federer te zijn?

„Ja, dat denk ik wel. Het is een erg druk en spannend leven. Ik ontmoet veel mensen. Maar als ik dat even niet wil, of ik wil geen toernooien spelen, kan ik daarvoor kiezen. Mijn leven is erg flexibel. Ik heb de mogelijkheid om mensen blij te maken door te spelen. Er zijn niet veel banen waarmee je zoveel mensen bereikt. Dat is een groot voorrecht.”

Hij won in ruim een jaar tijd drie grand slams, na bijna vijf jaar zonder: de Australian Open in 2017 en 2018 en Wimbledon 2017. Het wordt gezien als de grootste comeback ooit in het tennis, nadat Federer in de tweede helft van 2016 een half jaar was uitgeschakeld door een knieblessure. Federer lijkt nu fitter, sneller en feller dan voor zijn blessure.

Speelde u de laatste dertien maanden uw beste tennis ooit?

„Mogelijk. Het is anders, het spel is veranderd. Ik moest mij aanpassen. Qua winstpercentage is het een van de grootste momenten uit mijn carrière, zeker. 2005, 2006 en 2007 waren ook ongelofelijk. Ik speelde toen veel, zo’n 25 toernooien per jaar. Nu kan ik dat niet meer. Wat is moeilijker? Veel spelen, veel winnen. Of minder spelen en ook veel winnen. Als je minder mogelijkheden krijgt, heb je ook meer druk. Ik vind het mooi dat mijn spel is geëvolueerd, ik speel agressiever. En ik was niet bang om van racket te veranderen.”

In 2014 stapte Federer over naar een groter racketblad van 97 square-inch, waar hij voorheen met een blad van 90 square-inch speelde. Daar lijkt Federer met name aan zijn voorheen zwakkere backhandkant van te profiteren.

Wat als u eerder was overgestapt, had u dan nog meer grand slams gewonnen?

Federer denkt even na. „Vergeet niet dat ik Wimbledon won in 2012 en in 2010 de Australian Open. Ik speelde goed, weet je. Het was niet zo dat ik iets moest veranderen, ik was erg blij met mijn racket. Maar ik wilde wel proberen de switch te maken. In 2002 stapte ik over van een racket van 85 [square-inch] naar 90. Dat was al een grote verandering voor mij. Van 2002 tot en met 2014 speelde ik daarmee en won er zeventien slams mee. Het is moeilijk afstand te nemen van een racket waar je eigenlijk alles mee gewonnen hebt. Het is interessant of ik evenveel, of minder of meer succes had gehad als ik het eerder had gedaan. Ik weet het niet.”

U speelde vorig jaar twaalf toernooien, Nadal achttien. Wat voor gevolgen heeft het als meer spelers dit gaan doen (minder toernooien)?

„Ik hoop niet dat spelers denken dat wat ik doe op mijn 36ste, zij mee kunnen beginnen op hun 25ste. Mijn filosofie is: ik speel wanneer ik er klaar voor ben. Ik ga geen toernooien spelen om te zien hoe ik mij voel. Ik sprak hier met een speler vandaag, hij zei: het is beter onderweg te zijn dan thuis te trainen. Dat zal ik niet doen. Ik zal thuis zijn, mij klaar maken, en dan kom ik. Als je mij ziet krijg je altijd honderd procent.”

    • Steven Verseput