Een eigen leger: kan Haïti dat wel aan?

Haïti

Na 22 jaar herstelt Haïti zijn leger in ere. Heeft het land geleerd van het verleden, toen militairen een foute rol speelden? „Ik begrijp alle angst maar we zijn nu een democratie.”

President Jovenel Moïse inspecteert het leger. Foto’s Andres Martinez Casares/Reuters

Zodra de Haïtiaanse oud-voetballer en mensenrechtenactivist Robert Duval (65) de jonge, zwaar bewapende militairen in camouflagekleding ziet marcheren, krijgt hij acuut steken in zijn maag. Ze herinneren hem aan 1975, toen militairen de fabriek waar hij werkte binnenstormden en hem afvoerden naar de beruchte gevangenis Fort Dimanche, destijds wel het ‘Auschwitz van Haïti’ genoemd.

Duval, toen 22 jaar, zou in het verzet zitten tegen de toenmalige dictator Jean-Claude Duvalier alias Baby Doc. „Ik heb in de zeventien maanden dat ik daar vastzat 180 mensen voor mijn ogen zien doodgaan van de honger”, vertelt Duval met vurige ogen, vanaf een hooggelegen dakterras in Port-au-Prince. Het uithongeren van gevangenen was gebruikelijk onder de militairen in Fort Dimanche. „Ik overleefde het omdat ik nog jong was, maar ik woog minder dan dertig kilo en ging strompelend de gevangenis uit”, zegt hij.

Dat de regering het leger sinds kort in ere aan het herstellen is, ligt zeer gevoelig in Haïti

De afgelopen 22 jaar waren Haïtiaanse militairen, tot grote opluchting van Duval en veel van landgenoten, uit het straatbeeld verdwenen. Dat de regering het leger sinds kort in ere aan het herstellen is, ligt zeer gevoelig in het land. Want heeft Haïti geleerd van het verleden, toen militairen vaak een zeer foute rol speelden?

Het vorige leger werd ontbonden in 1995 door de eerste democratisch gekozen president van Haïti, Jean-Bertrand Aristide. Vier jaar eerder was Aristide, een voormalig priester en zeer populair onder het arme deel van de bevolking, afgezet tijdens een bloedige militaire staatsgreep. Na ballingschap in Venezuela en de Verenigde Staten was hij teruggekeerd naar Haïti, om jaren later opnieuw verdreven te worden.

Papa Doc en Baby Doc

Het Haïtiaanse leger was decennialang verantwoordelijk voor tientallen staatsgrepen, zaaide terreur, was corrupt en fungeerde als sterke arm en moordmachine voor dictators als de Duvaliers (bijgenaamd Papa Doc en Baby Doc) die met steun van de Verenigde Staten tussen 1957 en 1986 stevig in het zadel zaten.

Na de opheffing van het leger werd er in 2004 een VN-vredesmacht geïnstalleerd van zo’n tienduizend blauwhelmen. In oktober werd deze VN missie na 13 jaar beëindigd, omdat Haïti stabieler is. Nu is er alleen nog een kleinere VN-macht die zich vooral richt op de versterking van de nationale politie en justitie.

Militairen van het nieuwe Haïtiaanse leger marcheerden in november kort na hun installatie door de straten van Cap-Haïtien, in het noorden van het land.

Foto Andres Martinez Casares/Reuters

Intussen is president Jovenel Moïse, sinds vorig jaar aan de macht, zijn verkiezingsbelofte aan het waar maken: Haïti bouwt weer een eigen leger op. „We willen een leger dat onze grenzen bewaakt, smokkel tegengaat, dat er is voor de veiligheid van onze burgers, en ingezet wordt bij natuurrampen”, zei Moïse in november tijdens de installatie van de eerste groep militairen die getraind zijn in Ecuador. „We hebben geleerd uit het verleden, dit wordt een compleet nieuw en modern leger”, aldus de president.

De installatie van de militairen vond symbolisch plaats tijdens de herdenkingsplechtigheid van de Slag bij Vertières (1803) in het noorden van Haïti. Een krachtig leger van ex-slaven die zich vrijvochten onder leiding van de zwarte leider Jean-Jacques Dessalines versloeg na jaren strijd, het machtige Franse leger van Napoleon en riep de onafhankelijkheid van Haïti uit.

Eerste vrije zwarte natie

Haiti was de eerste vrije zwarte natie op het Amerikaanse continent. „De militaire strijd zit in ons DNA, ons bloed, wij stammen af van deze sterke strijders die de slavernij hebben bevochten en ons bevrijd van de Franse overheersers. Het onafhankelijke Haïti is gesticht door een leger”, zegt minister van Defensie Hervé Denis trots op zijn broeierige kantoor in de hoofdstad. „Ik begrijp alle angst vanwege de recente Haïtiaanse geschiedenis, ik heb de dictatuur zelf ook meegemaakt, maar we zijn nu een democratie, en via democratische richtlijnen zal dit leger opereren”, verzekert de minister.

Ondertussen probeert de overheid via een campagne meer militairen te werven. Er zijn nu vijfhonderd militairen, Defensieminister Hervé Denis wil uiteindelijk vijfduizend jonge mannen en vrouwen aantrekken voor het leger. „Ik wil graag mijn land dienen”, zegt Mario Clermont (19) vanaf een half afgebroken muurtje naast zijn huis in de wijk Delmas. Hij wappert met een folder van het leger die hij kreeg van zijn buurman. „Het is heel moeilijk om werk te vinden en ik wil iets doen voor de samenleving”, zegt hij. Clermont zal zich goed voorbereiden op de medische keuring en wil zich dagelijks opdrukken, om zijn buikspieren te trainen. „Ik wil fit zijn, dit is een kans voor mijn toekomst”, zegt hij opgetogen.

Haïtiaanse economen zoals Camille Chalmers zetten echter grote vraagtekens bij de financiële haalbaarheid van het leger: hoe gaat Haïti, dat nog altijd het armste land van het westelijk halfrond is, dit allemaal bekostigen? Minister Denis van Defensie verklaarde eerder dat hij verwacht dat door een betere grenscontrole van het leger en het tegengaan van smokkel er jaarlijks 500 miljoen dollar extra binnenkomt aan belasting, wat vervolgens in het leger gestoken zal worden. „Maar hoe realistisch is dit, veel is onduidelijk, niets is transparant. Vooralsnog is dit een leger zonder geld, met oude wapens”, zegt Chalmers sceptisch.

Protesten

Volgens hem is het geld bovendien veel harder nodig voor gezondheidszorg en onderwijs. „Er zijn al maanden demonstraties van leerkrachten, er zijn protesten tegen corruptie. Er is geen noodzaak voor een leger, we hebben geen vijanden en dit wakkert alleen maar machtsmisbruik aan. We gaan terug naar de oude situatie. Een eigen leger is levensgevaarlijk voor Haiti”, waarschuwt hij.

Robert Duval probeert zich niet te veel te laten beïnvloeden door angsten en trauma’s uit zijn verleden. De oud-voetballer richt zich tegenwoordig volledig op zijn sportproject voor tweehonderd jongeren in de sloppenwijk Cité Soleil. „Laatst liet een van hen me enthousiast de brochure van het leger zien”, zegt Duval. „Toen ik hem mijn ervaringen vertelde uit Fort Dimanche trok hij wit weg. Jongeren kennen deze geschiedenis niet, anders zouden ze nooit bij het leger willen.”

Lees meer over het herstel na de aardbeving: Na alle rampspoed eindelijk een sprankje hoop in Haïti