Brieven

Brieven

Foto iStock

Zoals over alles, mag er natuurlijk ook over de waarde van poëzie gediscussieerd worden. Of zij een hobby is of een bildungsideaal mag iedereen voor zichzelf weten. Toch liggen er aan de brief van dhr. Loonen (Poëzie opgedrongen, 8/2) enkele foute aannames ten grondslag die ik als leraar graag wil benoemen.

Leraren bepalen niet het lesprogramma op basis van hun individuele hobby’s, maar op basis van landelijk vastgestelde eindtermen voor schoolexamen en centraal examen. In mijn eigen vak, klassieke talen, is poëzie een verplicht genre. Lang niet alle leraren Nederlands (of vreemde talen) rekenen het lezen van poëzie tot hun hobby’s, waar zij bijvoorbeeld aan voetballen of wellicht programmeren de voorkeur geven. Leraren tuchtigen door te kijken naar een computercode om te zien „wat zij hun leerlingen aandoen”, getuigt van inbreuk op andermans professionaliteit. Ik zou zelf nooit beweren dat ik weet wat een computerprogrammeur op dagelijkse basis in zijn vak doet, laat staan zijn werk beoordelen. Tot slot weet iedere leraar: lessen hoeven niet altijd leuk te zijn om ervan te kunnen leren.


(docent klassieke talen)
    • Martina Trommels