Brieven

Brieven

Rosanne Hertzberger

Voordelen van oud

In haar opiniestuk (Oneerbiedige vragen aan excellent kankerinstituut, 7/2) maakt Rosanne Hertzberger sterke claims over het nieuwe Oncode Insitute – een instituut met als doel innovatief kankeronderzoek te verrichten. Het ontbreekt op sommige punten echter aan rationele onderbouwing. Haar punt dat veel high-impact onderzoek niet reproduceerbaar is, bijvoorbeeld, klopt zeker, maar is inherent aan al het wetenschappelijk onderzoek en niet specifiek voor high-impact onderzoek. Bovendien proberen deze onderzoekers juist het probleem van reproduceerbaarheid aan te pakken. Hertzbergers voornaamste punt is dat er buitenproportioneel veel geld naar een klein aantal mensen gaat. Zelf denken wij niet dat dit onproductief is: het is nou eenmaal veiliger om een grote investering te doen in academici die al vele malen met een dergelijk bedrag iets succesvols hebben bereikt, dan om het te geven aan een relatief onbekende onderzoeker die nooit iets dergelijks heeft gedaan. Niet elke slimme wetenschapper is een goede manager die met 120 miljoen euro een gigantisch team van onderzoekers kan aansturen en daar iets productiefs mee kan bereiken. Dit geld gaat bovendien niet naar de betreffende wetenschapper maar zal worden geïnvesteerd in een enorm team van wetenschappers. Daarbij zitten promovendi en post-docs, mensen die wel jong en derhalve volgens Hertzenberg ‘innovatief’ zijn. De oprichters van een dergelijk instituut zijn managers die het geld verdelen, samenwerkingen opzetten en die genoeg aanzien hebben om de beste onderzoekers van de hele wereld aan te trekken; bij de directe uitvoering van onderzoek zullen ze relatief weinig betrokken zijn. Uit persoonlijke ervaring kunnen wij als jonge onderzoekers tevens beamen dat het prettig is om de ervaring en deskundigheid van ‘oudere’ wetenschappers in een team te hebben, ondanks dat zij mogelijk door diezelfde ervaring en kennis reeds gevormd zijn.

Ten slotte begrijpen wij dat Hertzberger het vervelend vindt dat ze tijdens de opening van het Oncode Institute geen podium kreeg om kritische vragen te stellen. Wij hopen echter dat ook zij begrijpt dat een ceremoniële opening met politici en de koningin vooral een feestelijke aangelegenheid is en dat dit niet het beste moment is voor het uiten van (mogelijk ongefundeerde) kritiek. Wij zijn ervan overtuigd dat de betreffende wetenschappers die discussie op een ander moment niet uit de weg zullen gaan.

en
Studentenorganisatie Apollo

Youp van ’t Hek (1)

Geen ‘Mokumse gein’

Uw columnist Youp Van ’t Hek schrijft graag en veel over ‘poten’, bij voorkeur vieze. Van deze zelfbenoemde vrijdenker straalt een nare benepen geur af die het ergste doet vermoeden over wat hij echt van homo’s vindt. Ik zal moslims nooit en te nimmer aanduiden als geitenneuker, kamelenpijper of kinderverkrachter. Dat Van ’t Hek dat ook niet doet heeft niets te maken met een respectvolle omgang met anderen. Homo’s kun je risicoloos afzeiken. Hij is gewoon een laf mannetje dat zijn kleingeestige bangheid overschreeuwt. Dit is geen ‘Mokumse gein’ zoals Van ’t Hek denkt, maar een stuitend gebrek aan besef van maatschappelijkeveranderingen en kwetsbaarheden.

Youp van ’t Hek (2)

Bedankt Youp

Zelden zo’n waanzinnig goede column gelezen als die van Youp van ’t Hek (Uitlaatgaskamers, 3/2). Je zou bijna hopen dat er nog meer Barths en Hoekema’s onder zijn aandacht komen. Dank Youp, mijn weekend kan niet meer stuk.

Orgaandonatie

Blijf van m’n lijf

Ik ben het helemaal eens met het redactioneel commentaar (Het is niet aan de overheid te bepalen wie donor wordt, 3/2). Als we het eens zijn over het doel dat bereikt moet worden (meer orgaandonoren), waarom kijken we dan niet naar andere mogelijkheden om dat te bereiken? Ik denk bijvoorbeeld aan goede voorlichting via scholen en (sociale) media. Dat heeft in het verleden met andere onderwerpen (vuurwerk, roken) ook effect gehad. Maar overheid: blijf van mijn lijf!