Chinezen laconiek over sluimerende 'surveillancestaat'

Privacy in China

Langzaam koppelt de Chinese overheid allerlei persoonlijke data aan één identificatienummer. Chinezen zelf reageren laconiek.

Van boven naar beneden: Een politievrouw draagt een bril met gezichtsherkenning in Zhengzhou; een expositie in Shenzhen; en een gezichtsherkenningsscherm bij een kruispunt in Shanghai. Foto’s AFP en Reuters

Wie door rood licht loopt op een kruispunt in Shanghai ziet zijn foto op het scherm in een bushokje. De metropoortjes in Beijing gaan open als ze een kaarthouder herkennen. En op het treinstation in Zhengzhou hield de politie vorige week dankzij speciale brillen met gezichtsherkenningssoftware 26 mensen aan met een vals ID-bewijs.

Big data ontwikkelt zich snel in China. Alles wat kan op het gebied van kunstmatige intelligentie wordt in de praktijk gebracht. Vaak als onderdeel van het veiligheidsapparaat, zoals gezichtsherkenning, soms als commerciële toepassing. Om te betalen met je gezicht bij winkelketen Hema Xiansheng moet de eigenaar van het gezicht toestemming geven. De autoriteiten hebben die toestemming niet nodig; de politie neemt bij verkeerscontroles druk foto’s van overtreders om die op te slaan in de nationale identiteitendatabase.

Chinezen registreren een tiende van de wereldwijde data. In 2020 zal dat percentage verdubbeld zijn, volgens Lu Yong, vicedirecteur van een datamarktplaats in Shanghai. Al die data komt de Chinese regering, die de samenleving ‘harmonieus’ wil houden, goed van pas. Zo wordt de gezichtendatabase door politie geraadpleegd om criminelen, drugsgebruikers of schuldenaars op te sporen.

Big data is de grondstof voor kunstmatige intelligentie, de sector waarin China wereldleider wil worden. In 2020 zal de sector een omzet van 150 miljard yuan (19 miljard euro) genereren, vijf jaar later al 400 miljard yuan, schrijft persbureau Bloomberg.

Trots, gelatenheid en optimisme

Er is zoveel mogelijk, vertelt Lu. Op een scherm laat hij grafiekjes en plattegronden zien die vertellen waar de bezoekers van Disneyworld Shanghai vandaan komen, met welk vervoermiddel ze naar Shanghai komen, waar ze daarna heen gaan en wat ze uitgeven. De grafiekjes zijn opgesteld aan de hand van creditcard- en telefoongegevens. Hij kan ook precies vertellen bij welke restaurants de bezoekers het liefst eten, want daarnaar hebben ze op hun telefoon gezocht.

Onder Chinezen heerst een mengeling van trots over de technologische vooruitgang, gelatenheid over de overheid die toch al alles van hen weet en optimisme dat de technologie de wereld een stukje beter maakt.

Bezoekers ervaren gezichtsherkenningstechnologie bij een tentoonstelling over openbare veiligheid in China in Shenzhen in oktober 2017. Foto Bobby Yip/Reuters

„Het is goed voor de samenleving”, zegt tekstschrijver Doris (30) met een blik op de camera’s boven een kruispunt in Shanghai. Er zijn 170 miljoen camera's in China's publieke ruimtes, volgens de BBC komen daar de komende drie jaar nog 400 miljoen bij, veel daarvan uitgerust met gezichtsherkenningssoftware. Doris echoot de boodschap van de overheid. „Als mensen weten dat ze in de gaten worden gehouden, gedragen ze zich beter.”

Meubelverkoper Yu Qiong (36) nuanceert: „Overal zitten twee kanten aan. Stem- en gezichtsherkenning is misschien wat ongemakkelijk en het is ook niet goed voor onze privacy. Maar het helpt criminelen op te sporen.” Ook een 24-jarige ontwerpster die anoniem wil blijven, is laconiek. „Er zijn hier zoveel mensen. Je moet wel.”

Zwarte lijst

Volgens de overheid is het ultieme doel een integere, kredietwaardige samenleving. Daar blijft het niet bij, schrijft Mareike Ohlberg in een rapport van het Duitse onderzoeksinstituut Merics. Het sociaal kredietsysteem dat in 2020 klaar moet zijn, is een vergaarbak van informatie „die de staat kan gebruiken om gedrag te observeren, te beoordelen en uiteindelijk ook bij te stellen door te straffen en te belonen. Terecht wordt het geïdentificeerd als ‘potentieel middel voor totalitaire surveillance’.”

Oeigoeren in de westelijke provincie Xinjiang kunnen inmiddels geen stap meer verzetten zonder dat de autoriteiten meekijken. De meeste Chinezen ontgaat echter de omvang en de impact van de technologie die wordt gevoed met hun data. Regelgeving is er maar mondjesmaat. Begin januari werden internetbedrijven als Baidu en Alibaba op de vingers getikt omdat ze klanten onvoldoende informeren over wat met gegevens gebeurt.

Een gezicht of stemgeluid mag van de wet niet verhandeld worden in combinatie met de echte naam van de eigenaar. Maar eerder zeiden Chinese autoriteiten dat gezichtsherkenningstechnologie geïntegreerd moet worden in nationale en provinciale databanken en analysesystemen. Vooralsnog heeft de overheid te veel baat bij uitvindingen van technologiebedrijven om hun vrijheid aan banden te leggen. Sterker nog, 56 projecten krijgen subsidie om massaproductie van robots, slimme chips, gezichts- en stemherkenningssoftware mogelijk te maken. Regelgeving komt later wel, wanneer duidelijk is wat er mogelijk is, en hoe lang mensen de schending van hun privacy accepteren.

Een verkeersregelaar legt een vrouw het gezichtsherkenningsscherm uit bij een kruispunt in Shanghai. Foto Chandan Khanna/AFP

Op regionaal en lokaal niveau is de overheid vooral bezig met het beteugelen van wanbetalers. De data is daar afkomstig van rechtbanken. Zo werden namen en adressen van mensen die hun schulden niet afbetaalden tentoongesteld op een enorme monitor in het treinstation van Shanghai. Wie een wanbetaler in Zhengzhou belde, kreeg in plaats van een kiestoon een bandje waarop schuld van de persoon in kwestie uit de doeken werd gedaan. De zwarte lijst waar nu ruim zeven miljoen schuldenaars op staan, is een voorloper van het sociaal kredietsysteem waarmee Chinezen worden beoordeeld op kredietwaardigheid en gedrag.

Het vooruitzicht is dat de overheid de enorme berg data koppelt aan één identificatienummer dat de regering nu aan alle Chinezen uitdeelt. Het begin van een digitaal profiel, al dan niet verpakt in een digitale id-kaart, is er.